Druk bezig zijn en een overvolle agenda hebben is synoniem met een succesvol bestaan. Als er op een ochtend nauwelijks mails binnenkomen, slaat de vertwijfeling reeds toe. Rust en nietsdoen zijn geen inspiratiebronnen meer, maar de angstaanjagende voorboden van een bestaan in de marge van de maatschappij. De hang naar activiteit en de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen zich opvolgen geven velen de indruk de tijd niet meer bij te kunnen houden. 'Geen tijd hebben' lijkt dan ook een fundamentele ervaring van deze tijd te zijn. In 'Stil de Tijd' neemt Joke J. Hermsen dit verschijnsel kritisch onder de loep. Vanuit het gedachtegoed van Henri Bergson, Ernst Bloch en Peter Sloterdijk ontwikkelt zij een nieuwe visie op het fenomeen tijd, waarin zij een onderscheid aanbrengt tussen kloktijd en innerlijke tijd. Zij stelt vragen als 'Van wie is de tijd?' en 'Bestaat er nog een persoonlijke tijd?' en legt haar oor te luisteren bij schrijvers en kunstenaars die deze innerlijke tijd in hun werk hebben verbeeld. Zij verkent het belang van rust, verveling, aandacht en wachten; ervaringen die sinds de Oudheid als belangrijke voorwaarden voor het denken en de creativiteit werden beschouwd, maar in het huidige economische tijdsgewricht weinig waardering krijgen. Tenslotte schetst Hermsen de sociaal-politieke gevolgen van onze rusteloze en in meerdere opzichten op drift geraakte samenleving.
Midden in het boek verhaalt Joke Hermsen over een schrijfvakantie die ze nam en maakt daarin duidelijk wat ze met dit boek beoogt. Ze schrijft:
"Ik wil geen dichtgetimmerd, academisch betoog over de tijd schrijven, maar een boek maken met een meer open, meer fragmentarische structuur: een bonte verzameling van inkijkjes, ervaringen en perspectieven op de tijd. Een stuk of twaalf essays, die ieder vanuit een andere windriching het vliedende middelpunt van mijn boek benaderen: de onbenoembare 'andere tijd'."
Hermsen behandelt inderdaad een bonte verzameling van denkers en schrijvers en kunstenaars in haar poging om licht te schijnen op haar onderwerp: Henri Bergson, Marcel Proust, Virginia Woolf, Simeon ten Holt, Ernst Bloch, Edmond Jabes, Margriet Luyten, Frederik van Eeden, Peter Sloterdijk en Mark Rothko - en dan noem ik alleen de namen die in een hoofdstuktitel verschijnen. Hermsen ziet vooral steeds overeenkomsten in wat alle mensen die ze opvoert in haar boek proberen te zeggen over die andere tijd dan de kloktijd.
Ondanks dat iedereen die Hermsen bespreekt in dienst lijkt te staan van het punt dat ze probeert te maken, komt het bij mij niet over. Als mensen over 'onbenoembare' dingen beginnen te praten, moet je wellicht vergelijkbare primaire ervaringen hebben om iets te kunnen horen in wat ze zeggen. Ik heb tijd nooit als zo'n existentieel, persoonlijk raadsel ervaren als het kennelijk is voor Hermsen en de denkers in haar boek. En dus raakt het boek geen snaar bij me.
De achterflap van het boek sprak me zeker aan: "Geen tijd hebben - dat is een van de fundamentele ervaringen van onze tijd." En: "Zij verkent het belang van rust, verveling, aandacht en wachten; ervaringen die sinds de Oudheid als belangrijke voorwaarden voor het denken en de creativiteit werden beschouwd, maar in het huidige economische tijdsgewricht nog weinig waardering krijgen."
Mij heeft het boek echter niet geholpen om daar een andere visie op of meer inzicht in te krijgen. Ben ik daarmee oppervlakkig? Moet ik treurig zijn dat er kennelijk een fundamentele menselijke ervaring is die me ontgaat? Wellicht, so be it.
Hermsen wekt in Stil de tijd de indruk een interessante gesprekspartner te zijn voor een associatief en anekdotisch gesprek over filosofie, maar het constante strooien met namen en theorieën die uiteindelijk slechts deels een raakvlak hebben met het beoogde thema werkt in boekvorm zeer vermoeiend. Hoewel het boek sterke passages kent en inspireert om meer te lezen van bepaalde denkers en schrijvers, weegt dit naar mijn mening niet op tegen de rommelige opbouw, de overdadige hoeveelheid informatie over Hermsens persoonlijke leven (vakanties en diners incluis) en de soms wel zéér bij elkaar geraapte associaties. Zeker wanneer de charme van een mogelijk door de lezer nog ongelezen roman weggetrokken wordt door onnodig het hele verhaal schematisch uit te leggen is dit boek op een dieptepunt.
Gebruik dit boek om namen uit te vissen, en lees de primaire bronnen – al zul je die moeten zoeken, want die staan in dit boek zelden vermeld.
Het boek begint sterk en maakt daarmee een belofte die het helaas niet waar maakt. Hoofdstukken zoals Windstilte van de Ziel (een referentie naar Nietzsche) zijn verrijkend met betrekking tot onderwerpen als de ervaring van tijd en het belang van creativiteit en verveling. De meest waardevolle referenties wat dat betreft zijn die naar Henri Bergson. Eigenlijk staat en valt dit boek bij Bergson. Dat is dan ook de reden waarom, in mijn persoonlijke leeservaring, het boek radicaal bergafwaarts na het hoofdstuk waarin Hermsen literaire werken van Proust en Woolf (The Waves met name) aanhaalt. Problematisch is dat de focus op tijd verdwijnt en Hermsen zich met name richt op biografische gegevens, haar interpretaties van bekende werken en natuurlijk (?) haar vakantiereizen.
Mijn neiging tot 'scannen' nam toe vanaf haar uitweidingen over muziek en de achtergrond van bepaalde muzikanten. Dit hoofdstuk is vrij subjectief en laat Hermsen's neiging tot het intellectualiseren zien. Ik ben er absoluut van overtuigd dat ze een erg intelligente vrouw is maar voor wie een andere smaak heeft in muziek, beeldende kunst, literatuur (hele hoofdstukken die hier over gaan, met een selectieve focus op datgene in Hermsen's vizier is) zijn deze essays minder interessant. Ik gebruik hierbij ook bewust het woord 'essays' aangezien ze dat zijn. Dat is dan ook een van mijn kritiekpunten op dit boek. Ik verwachte een uiteenzetting van onderwerpen als tijd, creativiteit en het belang van verveling, maar kwam na een sterk begin al snel tot de conclusie dat ik een onsamenhangend werk aan het lezen waarvan een klein deel slechts relevant is voor de onderwerpen van het boek. Daarnaast heb ik ook moeite met de ongegeneerde manier waarop Hermsen haar dagboek notities van reizen die ze heeft gemaakt als hoofdstukken laat terugkomen. In deze notities beschrijft ze een veelvoud aan theorie, denkers, geschiedenis, allen niet relevant voor de onderwerpen van het boek. Voorbeelden zijn uitgebreide passages over Griekse mythologie en.. het frambozenijs in een Italiaans dorp wat erg goed smaakte. Fijn voor je Joke! Zo te lezen heb je mooie reizen gemaakt, en goed dat je ook in het buitenland de verdieping hebt opgezocht! Ja, ook in je idyllisch vakantiehuisje in Frankrijk ging het werk gewoon door.
Afzonderlijk zijn de essays absoluut de moeite waard voor mensen die de onderwerpen hiervan interessant vinden, en het -soms vergezocht- intellectualiseren interessant vinden. Persoonlijk heb ik daar meer moeite mee, aangezien kunst (beeldend, literair, muziek etc) zich leent voor een subjectieve ervaring en inspeelt op persoonlijke emoties, datgene wat niet bevangen wordt door academische behandeling (maar er juist eerder door verpest wordt). De afsluiting van het boek (Tijd en Brein: Kunnen computers denken?) bestaat uit eenderde het onderwerp van het hoofdstuk, een groter deel waar Hermsen verschillende denkers aanhaalt waarvan sommigen al eerder de revue passeerden (Block, Lyotard, Derrida, maar ook Arendt), en een paginalange alinea die meteen maar fungeert als slot van het boek. Waarom ook een afsluitend hoofdstuk als je het aan het einde van een essay kunt stoppen? Waar dit boek een overkill biedt aan niet relevante pretentieuze essays, behandelt het bepaalde onderwerpen niet of nauwelijks, die wel degelijk relevant zijn voor de onderwerpen van dit boek. Zo miste ik bijvoorbeeld informatie over arbeid en tijd (hoe modernisering (bv Fordisme) ons begrip van tijd heeft veranderd), of vrij essentiële informatie over het begrip kloktijd en waar deze op is gebaseerd (zoals waarom er 60 seconden in 1 minuut zitten, terug te leiden naar bepaalde tellingen, of het belang van zonnewijzers in oud Babylonië, etc!), en de invloed van technologie op tijd (bv de rol van treinvervoer), relaties tussen leeftijd en wereldbeeld, of veranderingen in (vrije)tijdsbesteding vanuit historisch perspectief en wat dit over maatschappelijke veranderingen zou kunnen zeggen. En ik kan nog wel even doorgaan. Tal van deze onderwerpen raken de essentiële onderwerpen van Hermsen's boek en zijn prachtig voer voor wetenschappers, waaronder ook zeker filosofen.
Tot slot,voor mensen zoals ik, die graag een filosofische uiteenzetting lezen over tijdsperceptie en de rol daarvan op menselijke kwaliteiten/gedrag zoals verveling en creativiteit, kan ik aanraden het boek te lezen tot Hermsen's essays over literatuur, en dan door te bladeren naar de laatste alinea van het boek. Daarin ligt de essentie besloten. Voor lezers die lijden aan insomnia of zich graag slim willen voelen door onsamenhangende essays te lezen die nauwelijks over het onderwerp van het boek gaan, die kunnen hun dorst lessen met Stil de Tijd.
***
Hierbij ter afsluiting een deel van Hermen's afsluiting waarin de kern van het boek, zoals op de achterflap, naar voren komt: "In de filosofie, literatuur, muziek en beeldende kunst die hier besproken zijn, houdt die bron zich niet op aan de zichtbare en benoembare buitenkant van de mens, maar ligt deze verscholen in een dieper gelegen innerlijkheid, die weliswaar onzegbaar en onbepaalbaar is, maar niettemin aanspoort het reeds gezegde van nieuwe interpretaties te voorzien. 'Ik is een ander', dichtte Rimbaud al, maar pas vanuit de dialoog tussen ik en ander kunnen we onszelf en de wereld in een nieuw licht bezien. Alleen dan ook blijven wij, en de wereld, in wording. Deze ander in het ik -of we dit nu het 'diepere zelf' (Bergson), het 'wie' (Bloch), de 'vierde persoon enkelvoud' (Van der Waal) of het 'onpersoonlijke zelf' (Weil) noemen - bleek onlosmakelijk verbonden met de ervaring van een andere tijd. Het raadsel van de tijd is hiermee zeker niet opgelost, maar wel is er een sterk vermoeden gerezen dat er - hoe onmeetbaar ook - een andere tijd achter de klok verborgen ligt, die onze aandacht verdient, omdat juist die tijd onze creativiteit en ons vermogen tot vernieuwing in zich draagt. Die aandacht komt vrij op het moment dat wij ons niet langer door de wijzers van de klok laten opjagen, maar deze bij tijd en wijle stil durven zetten, (...)" PS. Tenslotte, wat interessant is aan deze slotpassage is dat Hermsen ondanks zeer uitgebreid uiteenleggen van de verschillende concepten als 'diepere zelf' en hun denkers, al die concepten en denkers in één zucht bij elkaar zet - alsof ze allemaal op hetzelfde doelen - en als devies het stilzetten van tijd noemt wat tegenstrijdig is met de rest van het boek (waar relevant) waar ze het heeft over het bewust ervaren van een alternatief op kloktijd, datgene dat we als persoonlijke (diepere zelf, werkelijke/reële, innerlijke, circulaire etc) tijd ervaren.
Twijfel je voor je volgende boek tussen de biografie van ter Holst (componist), een reisdagboek over Toscane, de geschiedenis van de Etruskische zeemeermin en een boek dat lachwekkend kwantumfysica met vage filosofische principes verbindt, dan heb ik goed nieuws: je hoeft alleen dit boek te kopen! Het is lastig voor te stellen hoe iemand dit boek heeft afgehamerd voor publicatie; het is een rommelig geheel met onnodig veel nutteloze tekst over de vakanties en uitstapjes van de schrijfster en veel knip en plak werk van andere bronnen. Alsof je de op papier gezette hersenspinsels leest van iemand met schizofrenie. Onnavolgbaar en soms interessant. De schrijver zegt dat boeken nooit af zijn, daar zijn we het in dit geval over eens.
De wijze waarop de schrijver beschrijft hoe filosofie wedijvert met de wetenschap is één van de meer onnavolgbare beschouwingen. De filosoof Bergson is het oneens met de koppeling van tijd met ruimte in Einsteins relativiteitstheorie, wat nogal absurd is gezien de opeenstapeling van wetenschappelijk bewijs. Met Bergsons theorie krijgen we geen satelliet rondom de Aarde, al was het maar omdat niemand, inclusief de schrijfster, het lijkt te begrijpen. Wellicht is dat onderdeel van de theorie, maar erg praktisch is het niet. Het is dan ook adembenemend hoe de schrijver de vingers er bij af likt dat de wetenschap meer bescheiden is geworden sinds de opkomst van kwantumfysica. Dat is iets waar het de schrijfster aan ontbeert gezien de wijze waarop onverifieerbare meningen worden geponeerd als onweerlegbaar feit. Vervolgens meent de schrijfster dat deze kwantumfysische ontdekkingen argumenten bieden voor Bergsons filosofisch verzinsel over tijd als duur omdat het óók de klassieke fysica onderuit haalt. Mijn god! Ik stel bij deze dat tijd niet volgens de klassieke wetten te beschrijven is omdat tijd uit duivenpoep verdampt. Dat is niet ineens geloofwaardig als de klassieke wetten incompleet zijn. De schrijver gaat er volledig aan voorbij dat die klassieke wetten in bijna alle denkbare situaties betrouwbare voorspellingen geeft en vergeet voor het gemak in haar volledigheid de rol van entropie in het vraagstuk over de pijl van de tijd.
Een mooie bundel van essays met als rode draad een diepere, innerlijke ervaring van de tijd. De auteur zoekt verbanden tussen het werk van filosofen, auteurs, schilders en muzikanten die allemaal op zoek zijn gegaan naar een expressie van deze intuïtie voor een andere tijdervaring en het verband met onder meer verveling en wachten. Het tijdbegrip blijkt zo'n essentieel en fundamenteel onderwerp dat de lijn al snel doorgetrokken wordt naar de aard van onze subjectiviteit en menselijkheid, op de grens van het verstandelijke en de innerlijke ervaring. Ze herinnert ons eraan hoe 'ons leven op zijn beloop laten', het opgeven van bepaalde rationele zekerheden, in zekere zin een voorwaarde is tot creativiteit. Al bij al een heel bijzondere blik vanuit veel verschillende disciplines (van de literatuur tot de fotografie) die een soort tegenwind biedt aan onze fixatie op de kloktijd in onze prestatiegerichte samenleving.
Jammer: het onderwerp spreekt me aan en er stonden een paar interessante stukken in (wist je dat Grieken vinden dat de toekomst juist achter je ligt en zich als het ware in de rug duwt?), maar verder vond ik het heel ingewikkeld/onleesbaar/te filosofisch for moi.
Vooral de essays over tijd als duur/Henri Bergson en tijd als hoop/Ernst Bloch spraken mij erg aan, voor de rest wel interessant, maar minder waar ik naar op zoek was in dit boek.
De boektitel en achterflap las ik graag, alle pagina’s ertussen helaas heel wat minder.
Misschien wel omdat de achterflap zo’n vertekend beeld geeft. Ergens in het boek betoogt de schrijfster dat ze geen academisch betoog wil geven, maar dat doet ze net wél. 271 pagina’s lang.
Haar punt (en conclusie) is al duidelijk vanaf de eerste pagina’s: er is de kloktijd en de ervaren tijd en die zijn helemaal anders.
Via allerhande filosofen, schrijvers en enkele kunstenaars probeert ze dit te staven, ook al is dit niet eens nodig. Haar wijdse uiteenzettingen brengen amper iets bij.
Ik zie het eerder als een bundel van haar essays, die ze aan elkaar probeert te lijmen door de tijd als bindmiddel. Dan kan ze die schrijfbeurs die ze kreeg op zijn minst rechtvaardigen. Maar als ‘Pleidooi voor een langzame toekomst’ vind je amper argumenten, ik stak er alvast helemaal niets van op.
“We zijn al met al behoorlijk ver verwijderd geraakt van de klassieke filosofische gedachte dat rust en nietsdoen de grondslagen van een beschaving zijn. Niet voor niets stamt het woord ‘school’ af van het Griekse woord 'scholè’, dat rust en vrije tijd betekent. Pas in rusttoestand, in het interval tussen twee handelingen, kunnen we tot reflectie komen. Pas als we niets doen, opent zich de ruimte van het denken en van de creativiteit, verschijnselen die zich door geen vooropgesteld doel of economisch nut laten sturen of opjagen.”
Erg inspirerend en een erg goede balans tussen filosofische, wetenschappelijke en spirituele visies op tijd. Grote filosofen zoals Bloch en fameuze wetenschappers als Einstein worden op een toegankelijke manier bovengehaald en hun theorieën worden door Hermsen zeer gestructureerd geanalyseerd. Voor wie graag de (voornamelijk) filosofische aspecten van tijd benadert, is dit een must read!
Mooie leesbare wandeling door filosofieen en door de kunst over tijd. En over zijn en menselijkheid. Een pleidooi voor de ' andere ervaring van tijd'. Met veel stof tot nadenken. En met verrassende en vermakelijke stukken over tweestaartige zeermeerminnen en over de tijdsbeleving van grieken, die volgens Hermsen op het schakelpunt leven tussen het Westen met haar liniaire tijd en de Oosten met haar circulaire tijd.
Enkele quotes: " Wat filosofen als Bergson en Bloch duidelijk willen maken, is dat het regime van de economische tijd de andere ervaring tijd verdrongen heeft. Voor Bergson heeft dit de vervreemding van de mens ten opzichte van zichzelf en zelfs het verlies van zijn vrijheid tot gevolg; voor Bloch betekent dit niets minder dan de teloorgang van de hoop op verandering."
"Wat 'hervonden' wordt, op die laatste bladzijden van Prousts roman, is kortom niet alleen een verloren gewaand verleden en een andere tijd, maar ook ons vermogen te groeien en te veranderen, hetgeen feitelijk wil zeggen: onze menselijkheid."
"Al schrijft menig filosoof duizendmaal dat God dood is, hij blijft, met name in de meest kapitalistische landen als Amerika, maar voortleven."
"Hoop is volgens Bloch het meest wezenlijke aspect van de mens, omdat de hoop inspireert om de gebaande paden te verlaten, op onderzoek uit te gaan, en zichzelf en de samenleving verder te ontwikkelen. Bloch ziet de tijd niet als een gestaag toehollen op de dood, maar als het naderen van een steeds weer nieuw begin. Tijd als hoop betekent voor hem zoveel als de actualisering van het nog onvoltooide, ofwel het scheppen van ruimte voor nieuwe mogelijkheden."
"Waar de wetenschap ons slechts kan beschrijven wat het geval is, wat er zichtbaar en meetbaar en denkbaar is, kan de literatuur dankzij die glimp op het onzegbare van het 'nog niet', dankzij haar utopische karakter, onze denkkaders verruimen en ons van inzicht doen veranderen."
This entire review has been hidden because of spoilers.
This is going to be one of the best books I will have read this year. Very rarely have I read a book I found so profoundly challenging yet felt like a refuge full of lurking possibilities each time I started reading. I personally haven't encountered a book before that enabled me to change my perspective completely in such a measured and prying way, giving me the sensation of resistance and a facination that made it impossible to stop reading (I did have to stop myself reading after a while every time I opened the book, just to give myself time to ponder and muse. For me this was entirely in contrast to the shock-doctrine political essays/pleas -that seem to break your mind open with a crowbar - I usually read. The steady way Hermsen grabs you and pulls you gently yet deliberately through the core matters of the book can be uncomfortable yet makes it possible for new insights to last in your mind; providing you with a transformative reading experience. Personally, I will need a lot of time to work through this new matter and probably will never really to be fully able to understand it or put it into words, one of the concepts Hermsen also discusses in her book. But the fact that I am (after reading) even concious of Bergson's (timeless) 'deeper self' or Bloch's 'who', makes it a worthwhile experience. An philosophical, intuitive and undogmaticc musing on the time behind the clock.
Van twee soorten tijd heeft in het westen de chronos – een objectieve, universele, mathematische benadering met tijd als gelijke eenheden – de kairos verdrongen. We weten en ervaren het: Tijd is geld. Hermsen neemt het daarom op voor de kairos, de tijd als het juiste ogenblik. We komen namelijk niet meer toe aan rust, verveling, aandachtig luisteren en onbekommerd wachten. Dit is echter essentieel voor het juiste ogenblik, het binnenlaten van de muze, het aanslaan van de vonk, het borrelen van de creativiteit. Vanuit de filosofie, literatuur, muziek en kunst onderbouwt ze haar pleidooi om kairos weer toe te laten in ons leven. De essays gaan over onder anderen Henri Bergson, Ernst Bloch, Hannah Arendt, Mark Rothko, Simeon Ten Holt, Virginia Woolf en Marcel Proust. Persoonlijke ervaringen over ‘innerlijke tijd’ deelt H. door middel van een Reisjournaal. Door de veelheid van culturele aanvliegroutes valt het op dat (de rol van) religie volledig afwezig is haar betoog. Het religieuze perspectief kan haar betoog verder versterken. Kairos speelt een belangrijke rol in de liturgie (verstilling, vertraging en zorgzaamheid), maar ook theologisch is het een voorwaarde voor iets radicaals nieuws.
Het boek begint boeiend met essays die een nieuw en interessant en begrijpelijk inzicht geven in het verschil tussen de tijd van de klok en de tijd die beleefd kan worden. Daaraan linkt Hermsen heel slim een stuk metafysica en trekt belangrijke conclusies over identiteit, menselijkheid en kunst. Dat laatste wordt in de erop volgende essays toegepast op een uiteenlopende reeks kunstenaars. Als die namen je weinig zeggen (zoals mij), is de bespreking van hun zoektocht naar tijd en identiteit of de manier waarop ze hun publiek willen confronteren met tijdelijkheid of juist tijdloosheid toch minder interessant. Uiteindelijk begint het zelf wat repititief aan te doen. Het slotessay had dan een magistraal einde moeten zijn om al die denktouwtjes weer aan elkaar te knopen, maar de gedachten daarin over AI en de opmerkelijke heteroseksuele insteek in het begrip liefde zijn nu, vijftien jaar later, toch wel achterhaald, waardoor het betoog nogal ondermijnd wordt. Zeker geen slecht of vervelend boek, maar Kairos is aanmerkelijk beter.
Een serie essays over de tijd, waarin het onderscheid tussen de 'kloktijd' en de 'innerlijke tijd' onder de loep wordt genomen. Met een prominente plek voor de filosofie van Henri Bergson. Afgewisseld met twee reisverslagen van de auteur, van bezoeken aan Etrurië en Griekenland. Waarin een poging tot het stillen van de tijd in de praktijk wordt gedaan. Interessante en inspirerende bundel. De moeite waard om tijd voor te maken in ons jachtige bestaan.
Het had een ander boek kunnen zijn, maar dat zal altijd het geval zijn. Het is een verzameling essays die op elkaar voortbouwen en naar elkaar verwijzen, telkens met een andere schrijver, filosoof of kunstenaar als onderwerp. Uiteindelijk wordt het een mooi mozaïek die de diepere tijd probeert te vinden, en daarbij tevens stuit op wat ons mens maakt en wat literatuur is.
Een bundeling van essays over het beleven in plaats van meten van tijd. Vanuit meerdere invalshoeken, soms overlappend en herhalend. Pleidooi om tijd te laten waarin gevoelens en gedachten vrij kunnen dwalen zonder doel of praktisch nut. Komt soms wat pedant over, etaleren van haar eruditie.
Voor wie goed zoekt is er in dit boek wel wat interessants te vinden. Zo kwam ik op het spoor van Ernst Bloch en Simon Holt bijvoorbeeld. Maar eerlijk gezegd zijn het de parafraseringen van hun werk die me triggerden en niet de originele gedachten van de auteur.
eindelijk uit. begin mooi. daarna een worsteling met haar metafysische inzichten. opgehangen aan kunstenaars waar ze veel van weet, maar eigenlijk probeert ze iets ondoorgrondelijk te zeggen. en dat lukt niet helemaal.
Soms iets te diepzinnig en filosofisch voor mij. Ze stelt meer vragen dan dat ze antwoorden biedt. Achterflap wat misleidend, maar boek verruimde heel zeker mijn kijk op het begrip: 'tijd'.
Heerlijk boek, beloftevol en erudiet, bij tijd en wijlen niet even gemakkelijk. Het begin van het boek neemt je, via uiteenzettingen over het denken over de tijd van denkers als Henri Bergson, Ernst Bloch en anderen, mee naar bespiegelingen over de gewone kloktijd en een eigentijd. Een eigentijd, die zo beweert de schrijfster aan de hand van vele voorbeelden en eigen ervaringen, door iedereen kan gekend worden en een voorwaarde is voor creativiteit. Die eigentijd is de manier om tot het nieuwe te komen. Iets dat in onze huidige maatschappij met zijn gehol en schermaanbidding verder weg is dan ooit. Waar het boek vele wegen bewandelt en menige denkhoeken verkent, heeft dit een amalgaam van ideeën omtrent het gegevene, meestens boeiend en een voedingsbodem voor eigen nieuwe gedachten.
De tijd zien als een universeel gegeven dat voor iedereen op dezelfde manier verloopt en beleefd wordt is een illusie. De auteur nam me mee op een boeiende reis door een aantal essays die mijn tijdsnotie in een ander perspectief zetten. Waarom maar 3 sterren? Na verloop van tijd leest het boek als meer van hetzelfde, 1 artikel in een kwaliteitstijdschrift had volstaan voor mij. Hoog tijd om aan een volgend boek te beginnen :)