Ik blijf het moeilijk vinden om een beoordeling te geven over een dichtbundel, zeker zo'n uitgebreide als deze, omdat de gedichten zo uiteenlopen in of en hoe ze me raken. Ik was in aanraking gekomen met de gedichtjes van Herman de Coninck doordat ik het boek van zijn vrouw Kristien Hemmerechts gelezen had 'Taal zonder mij', waarin zij schrijft over haar leven met en nu zonder Herman en wat ik erg indrukwekkend vond. Zij citeert ook verschillende gedichten in haar boek en die trokken me aan.
Ik denk dat het vooral de eenvoud is van de gedichten van de Coninck die me aanspreekt. Het zijn overwegend korte gedichtjes met korte zinnen, waarbij heel veel zit in de meerdere betekenissen van woorden. Maar het is in die eenvoud, toont hij ook het vermogen om heel scherp en intens waar te nemen van hele gewone dingen om hem heen die opeens verwondering oproepen of iets unieks onder de aandacht brengen. En dan zijn het soms echt pareltjes. Vooral zijn gedichten die gaan over de natuur of over zijn kinderen vind ik erg mooi en ontroerend en behoren voor mij vaak tot die pareltjes. Er zijn echter ook best nog veel gedichten die me helemaal niets doen of die ik echt niet mooi vind. Vandaar dat ik de beoordeling maar even hou op een 3,5. Mogelijk dat ik die weer aanpas, naarmate ik gedichten later nog eens lees.