Een zeer onderhoudend boek over het ontstaan van het moderne Nederland vanaf 1850. Met een hoge informatiedichtheid, vaak anekdotisch en luchtig gepresenteerd, beschrijft van der Woud de vele drie-stappen-vooruit-twee-stappen-achteruit-processen die ons land hebben gevormd. Vol relevante feiten en kleurrijke weetjes die verklaringen geven en verbanden leggen, biedt dit boek een levendig beeld van de ontwikkeling van veel aspecten van het moderne leven die wij tegenwoordig vrijwel gedachteloos accepteren. Daarnaast draagt de tekst de kenmerken van zeer uitputtend onderzoek en uiterst doordachte precieze formuleringen. Een boek vol historische lijnen, hun interactie en de uiteindelijke gevolgen. Knap gedaan.
Het jaar 1848 kende op tal van plaatsen in Europa massale opstanden. Het markeerde het begin van een mentale revolutie, een geestesgesteldheid die de wereld zou veranderen. De natuurwetenschappen en hun toepassingen kregen daarbij een leidende rol. De ontdekking dat de werkelijkheid een ordelijke systematische structuur had resulteerde in de formulering van natuurwetten, die drukten de universele logica uit waar de natuur zich aan hield.
Het besef van ordening en stelselmatigheid bepaalde niet alleen de wetenschap maar ook het denken over de samenleving.
Door zijn inzicht in de systematiek van de natuur kreeg de mens de mogelijkheid om die te beheersen, deze dienstbaar te maken en voor verbetering van de samenleving in te zetten. De ideeën over het beheersen en dienstbaar maken vormen de rode draad van dit boek.
De omwenteling die rond het midden van de 19e eeuw plaatsvond, de opkomst van stoomboten, spoorwegen en telegrafen, was onderdeel van een proces dat overal in de westerse wereld gaande was, de opkomst van een nieuwe infrastructuur: het netwerk.
Het boek schetst de manier van denken, van feiten verzamelen, van de nieuwe stelselmatige visie, nieuwe wetenschappelijke kennis en haar praktische toepassingen.
Maar ook wordt de vraag behandeld of met de aanleg van de moderne infrastructuur de visie op de werkelijkheid veranderde. Daarbij maakt van der Woud veel gebruik van eigentijdse tijdschriften en laat via die publicaties de tijdgenoten aan het woord. Zij bieden een venster op de sterk veranderende wereld rond 1850 en brengen ons dicht bij de ervaringen van de toenmalige Nederlanders. Dat geeft ook inzicht in de culturele gevolgen van de nieuwe infrastructuur. Samen vormden al die mensen en hun mening een collectieve manier van denken en ervaren – een cultuur.
De beschavingsidealen die in het Europa van de negentiende eeuw werden nagestreefd waren voor het overgrote deel een erfenis van de Klassieke Oudheid, het christendom en het humanisme. Klopt het dat er in de tweede helft van de 19e eeuw beschavingsidealen verdwenen? In zeker zijn wel maar het gaat er veel meer om dat deze idealen in de nieuwe cultuur vrijwel geen rol meer spelen, omdat in de moderne cultuur andere waarden en normen centraal zijn komen te staan, in een maatschappij die vanwege het ontstaan van de massale samenleving zich op de gemiddelde mens ging richten. De beschaafde burgerij, die haar oude wereld door de massa onder de voet zag worden gelopen, had zelf de massa modern leren denken en zelf de klassieke waarden in het onderwijs achtergesteld bij de lessen die concrete nuttige doelen dienden.
En na 1945 zouden de jonge generaties hun intelligentie en energie nog meer richten op het ontwikkelen van machtige moderne werktuigen, Zij hadden nog minder geduld met de klassieke beschaving, waren nog sterker gericht op kennis en vaardigheden met een concreet, nuttig doel.
Een fraai terugkerend thema is de definitie van het begrip ‘Algemeen belang’. Van der Woud laat mooi zien hoe de politiek hiermee worstelt en ook hoe het begrip in de loop van de tijd een andere betekenis krijgt. Uiteraard gaat dat gepaard met oeverloze discussies en grensoverschrijdende vertragingen in de politieke besluitvorming, maar zo werkt het democratisch proces nu eenmaal.
Tussen alle bedrijven door wordt het ontstaan van de Randstad geschetst en verklaard. Maar ook de ontwikkeling van andere plaatsen, of juist het uitblijven daarvan (Vlissingen, Harlingen), wordt beschreven, alles in samenhang met lokale, regionale en (inter)nationale oorzaken en gevolgen.
Trefwoorden: wetenschappelijk, stelselmatig, normalisatie, netwerken, algemeen belang, massamobiliteit, massacommunicatie.