Remco Campert laat zich in zijn derde verhalenbundel opnieuw kennen door een verholen minachting voor het heldendom, de strijd en de idealen waarmee ijverige wereldhervormers de vooruitgang willen beteugelen. In bijna pretentieloos maar indringend verhalend proza vormt Campert een eigen wereld, door dualistische trekken gekenmerkt: de ellendige nietsnutten leiden een hart bestaan, voortdurend in de weer om in leven te blijven niettegenstaande hun nietsdoen. Dichters zijn prozaische bierdrinkers, de grote vakantie is synoniem aan wekenlange verveling en het genie van een groot dichter ligt bij Exel Burnman uit het gelijknamige verhaal dicht tegen het fascisme aan.
Hmm. In vier van de vijf verhalen zit een engiszins gevoelsarme jongere te veel te zuipen, vertoont ondertussen gedrag, vooral richting vrouwen, dat ondertussen als onsmakelijk en egocentrisch mag worden beoordeeld, en ondertussen kan men tussen de regels doorlezen dat de arme jongen nu eenmaal zo is. Soepel geschreven, want het is Campert, en tegelijk is het een nuttig document om aan te tonen dat het bevrijdende en ontzuilde gezuip in de jaren zeventig ons niet echt vooruit heeft geholpen.
Het enige drankvrije verhaal gaat over een jeugd van een tobber, waar de achterdochtige lezer direct autobiografische invloeden vermoed., Was beter geweest als het verhaal ook een slot had.
Campert was beter als columnist, al verschiet ook dat snel, en als dichter. Handvol gedichten zal hem redden, kan ebroerder.
De eerste proza die ik van Campert lees, na jaren ontzettend genoten te hebben van zijn geniale cursiefjes en andere bijdragen in de Volkskrant. En in vergelijking daarmee viel dit boek me toch wel erg tegen. Er zit een aantal aardige verhalen bij, maar de meesten deden me niks. De eindzinnen, die op alles leken behalve op eindzinnen, irriteerden me. Ook vond ik het perspectief beperkt: het ging wel heel vaak om (inderdaad vrij nietnutterige) schrijvers/journalisten die in Amsterdam wonen en teveel drinken. De korte verhalen schetsen wel een tijdsgeest, maar zijn daardoor ook alles behalve tijdloos. Nee, dit was hem niet voor mij.
Een heel leuk boek van mijn lievelingsschrijver Campert. Het zijn korte verhalen die af en toe wat met elkaar te maken hebben. Het is een makkelijk weg te lezen boek, heerlijk voor in de vakantie. Ernst en lichtvoetigheid gaan hand in hand bij Campert, hij kan fantastisch schrijven en zijn verhalen boeien mij erg. Ik vraag mij af in hoeverre het af en toe autobiografisch is.
Remco Campert – je houdt van hem, of nog niet. In deze bundel met korte verhalen doet de titel eer aan het overkoepelende thema. De ellendige nietsnut verschijnt in verschillende gedaanten, en toch weet Remco Campert hem in een licht te plaatsen waarin zelfs hij de interesse van de lezer verdient.
Een verhalenbundel met vier verhalen. Het eerste verhaal is ook titelverhaal. Het kost me moeite om te lezen. Wat een vreselijke mens is de hoofdpersoon. Toch is het boeiend genoeg geschreven om door te lezen. De andere drie verhalen vind ik een stuk prettiger. Remco Campert schrijft fijn. Hij kan onsympathieke mensen toch een soort van sympathiek laten lijken. En soms onverwachte wendingen. Een unieke kijk op menselijke handelingen en het leven. Dit boek is voor het eerst uitgekomen in 1960. Een leuke terugkijk hoe er toen gedacht werd. En ook geleefd. En weer even terug naar de gulden. Erg leuk.
Heerlijk boekje van Campert. Het titelverhaal vond ik eigenlijk een van de mindere verhalen in deze bundel, maar Exel Burnman bijvoorbeeld is als afsluiter fenomenaal. De bekende thema's van Campert komen voorbij, maar dat stoort nooit. Erg genoten.