Zo'n honderd jaar geleden is de 11-jarige Fine dienstmeisje bij hele onaardige, rijke mensen. Op een dag heeft ze er genoeg van en besluit ze weg te lopen. Engel, de knecht, gaat met haar mee
De allerbeste manier om mij te lokken is blijkbaar niet met chocolade, maar ergens een openbare boekenkast plaatsen. Voor alle mensen met slechte ideeën die meelezen: er liggen vaak (dikke) boeken in en ik durf ze te gebruiken. Als je extreem veel pech hebt, ligt De Nachtegaal van Kristin Hannah er in en dan laat ik je stikken in je eigen braaksel.
De speeltuin van Sankt Vith, eind augustus 2022. Terwijl mijn dochter als een luie mossel (écht, je had het moeten zien) zo’n slordig uur in de grote schommel lag te luieren - ze heeft groot gelijk - trok een openbare boekenkast mijn aandacht als kattenkruid. Met een getraind oog scande ik de ruggen van de boeken die er nogal ongemakkelijk bij lagen in het fleurige kot. Ah, auf Deutsch! En uiteraard allemaal kinderboeken, of wat had ik eigenlijk verwacht zo midden in een speeltuin? Af en toe keek ik eens met wat gêne over mijn schouder. Nee hoor, mijn literaire capaciteiten liggen echt hoger dan het zesde leerjaar! Een mens mag wat nieuwsgierig zijn, toch?!
Mijn relatie met Duitsland en het Duits is altijd hartelijk geweest. Zwaar onderschat vakantieland, bijzonder rijke taal, fantastische cultuur, adembenemende natuur. Als achtjarige sprak ik al een mondje Duits. Ich will, hier kommt die Sonne, du hast mich, het zijn natuurlijk allemaal standaard zinnetjes die je dagelijks gebruikt. Maar goed, lach nu maar, Rammstein heeft er wel degelijk voor gezorgd dat mijn Duits met de jaren rijker werd. Niet alleen leerde ik teksten uit het hoofd of ging ik ze gaan analyseren, maar ook de Fanfiktion en niet-ondertitelde interviews moesten kost wat kost ontrafeld worden. Er is niks zo motiverend om een taal te leren dan fanatiek fangirlen, blijkbaar. In mijn 5de en 6de middelbaar kreeg ik wekelijks twee uur Duits. Hoewel ik daar zeker een pak van meegenomen heb, blijven Rammstein, Einstürzende Neubauten en konsoorten reden nummer één voor mijn gebrekkig woordje Duits. Iets met intrinsieke motivatie.
Het aantal keer dat ik mij al heb moeten verdedigen omdat ik Duits één van de mooiste talen vind die ik ken, is echt belachelijk. Om één of andere reden hebben we allemaal samen beslist dat je ofwel Spaans ofwel Duits mooi vindt en dat het ander echt de hoogste boom in kan. Kunnen we daar alsjeblieft mee ophouden, bitte, por favor? Ook het uuuuh SCHMETTERLING uuuuuh gezwets van mensen die daarna hun “kids” van “‘t schooltje” gaan ophalen is zowel storend als lachwekkend. Samen met het besluit van de Spaans-Duitse vete hebben we ons blijkbaar ook neergelegd bij het idee dat je alleen kan schreeuwen in het Duits. Uhm, grof? Ja, dat denk ik wel.
In het Duits hebben ze prachtige woorden die echt om van te blijten zijn. Sehnsucht staat voorlopig echt zwaar op nummer één. Alle kom. Wat. Een. Woord. <3
Veel blabla om eigenlijk dit te zeggen: Duits is voor mij een fantastische taal en tot het besluit komen dat ik een (kinder, ja oké) boek in het Duits kan lezen, maakt mij oprecht blij. Ik kan al niet wachten tot de volgende. Maar eerst nog eens eentje in ‘t Frans, want het idee dat ik tijdens het bijschaven van de ene taal de andere vergeet, maakt mij echt ongemakkelijk.
Ah, het boek zelf nog vergeten. Mooi kinderboek. Als kind en met minder andere kinderboeken achter de kiezen had ik ‘m wellicht 4 of 5 sterren gegeven.
Dieses Buch musste ich in der fünften oder sechsten Klasse für die Schule lesen und gerade rückblickend gefällt es mir sehr gut. Es ist natürlich ein Kinderbuch und ich denke nicht, dass sich jemand, der es nicht als Kind gelesen hat, großartig dafür begeistern könnte. Vermutlich fände man es gewissermaßen niedlich, aber mehr auch nicht. Für Kinder ist es aber bestens geeignet und vielleicht könnten sogar Elteren, deren Kinder das Buch lesen, in diesem Zusammenhang Gefallen daran finden.