Deze beoordeling geldt alleen voor Torah (Thora), de eerst vijf boeken van het Oude Testament, die ik uitgebreid heb geanalyseerd voor een filosofievak. Het is een bijzonder complex, frustrerend, maar ook uitdagend werk wanneer je een close-reading doet. Genesis, boek I, is literair als symbolisch het meest rijk te noemen. Exodus (boek II) vormt met Mozes al de overgang naar de Joodse wetten waar het uiteindelijk omdraait. Boek III-IV(Leviticus en Numeri) zijn vooral opsommingen van religieuze voorschriften, maar kennen ook de nodige verhalen, alle zeer beknopt, die de kwestie van het geloof (zege versus vloek) aan bod laten komen via personages die tegenover elkaar komen te staan. Mozes blijft hierin de meest belangrijke schakel. Boek V, Deuteronomium, is te lezen als een krachtige samenvatting van de voorgaande delen.
Aangezicht, vuur, offer, heilig (uitverkoren) vs hardnekkig volk, het beloofde land, profeet, priester, cultus, heiligdom, tabernakel, de boom van goed en kwaad, het verbond, God vs De HEER, etc.: het zijn allemaal woorden waar veel achter schuil gaat, die meer vertellen dan je op het eerste oog denkt.
Ik zal op den duur verder gaan met de rest van het Oude (& Nieuwe) Testament, maar in etappes, want het zou naïef zijn als ik hier respectloos doorheen zou bladeren. Gek genoeg is dat toch wat de Bijbel oproept: eerbied, maar op afstand, want ik voel me verder niet meer aangetrokken tot het Joodse geloof. En dat heeft alles te doen met alle leefregels en rituelen, waarin het zenboeddhisme mij meer vertrouwd is.
Overigens heb ik hoofdzakelijk de Statenvertaling gelezen, die een stuk accurater is dan deze nieuwste Bijbelvertaling, die overigens verhaaltechnisch wel een stuk makkelijker is door te komen. Kan je alleen afvragen of het een boek is dat je even lekker wilt weglezen of dat je liever met een meer taaie vertaling oog blijft houden voor de diepere betekenislagen?
Wanneer ik verder ga me dit langetermijnproject, zal ik deze recensie verder aanvullen.