Vlak voor de zomervakantie een theorie-proefwerk over het hele jaar! Zoiets kan alleen de rector bedenken, of de "Ouwe" zoals iedereen hem noemt. Maar Jaap en Jan weten een stiekum de vragen stelen uit de kamer van de rector. Ze halen Pim over het voor ze op te knappen, maar Rob weigert er aan mee te doen. Hij en twee andere jongens willen de vragen zelfs niet eens zien. De "Ouwe" komt later achter de waarheid door een anoniem briefje. Alles wijst erop dat Rob Felten zo gemeen is geweest om zijn klasgenoten te verraden. De klas besluit hem dood te verklaren. Gelukkig is daar nog de joviale Petersen met zijn honden, de stroper van Tjot-Idi.....
Jouke Broer Schuil werd op 20 maart 1875 te Franeker geboren. Zijn vader was musicus. Hij koos voor een loopbaan in het leger en volgde vanaf 1892 de opleiding tot beroepsofficier aan de K.M.A. te Breda. Hij huwde in 1897 met de zangpedagoge Amalia Jacoba Hol en verbleef vanaf die tijd tot 1905 in Indië, waar hij diende bij de garnizoenscompagnie van de Lampongse districten in Zuid-Sumatra en later in West-Borneo. Omdat zijn vrouw niet tegen het klimaat kon, keerde hij terug naar Nederland. Vanaf 1908 vestigden zij zich in Haarlem. Schuil bleef beroepsmilitair, doch schreef ook toneelstukken. Zijn eerste boek dateert uit 1910: Uit den kostschooltijd van Jan van Beek, gepubliceerd door uitgeverij Becht. Hierin verwerkte hij jeugdherinneringen aan zijn eigen kostschooljaren te Velp. In 1914 kreeg hij eervol ontslag uit het leger, als kapitein bij het 3e Regiment Infanterie, om, tengevolge van de mobilisatie, een half jaar later de wapenrok weer aan te trekken. Na de Eerste Wereldoorlog ging hij in september 1933 met groot verlof en werd toneelrecensent voor het Haarlems Dagblad. Schuil overleed te Zandvoort op 24 oktober 1960. Bron: Biografisch Woordenboek van Nederland.
Natuurlijk is de wereld bijna 100 jaar later na het verschijnen van dit boek volkomen veranderd, en kun je gniffelen om de schrijfstijl en het ouderwetse taalgebruik, maar de boodschap blijft van alle tijden: ‘Do The Right Thing!’