Marcel Möring was born in 1957 in Enschede, an industrial town near the Dutch-German border, where he attended a Montessori primary school. In the late sixties his family moved north, to Assen, a small town moderately famous for its annual TT motor races. He finished secondary school and studied Dutch literature for two years, then went from one odd job to another. Since he had already decided to become a writer at the age of thirteen, he saw no point in further education. He wrote several plays in those years, producing and directing two of them, and moved to Rotterdam, the second biggest city in the Netherlands. Möring published his first novel, Mendels Erfenis, in 1990, to almost unanimous critical acclaim. His second novel, Het Grote Verlangen (The Great Longing,published in the UK by Flamingo, in the USA by HarperCollins, and in more than ten other countries) won the AKO Prize, the Dutch equivalent of the Booker Prize. Over 150,000 copies of The Great Longing have been sold in the Netherlands alone. Möring's third book was a novella: Bederf is de weg van alle vlees (Decay is the Way of All Flesh). Then came a 500 page novel: In Babylon. This book won two Golden Owls, a Flemish award for the best Dutch/ Flemish book of 1998. In Babylon was a major success in both the Netherlands (over 100.000 copies sold) and Germany and was published in the UK (Flamingo), France (Flammarion), the USA (William Morrow) and a great number of other countries. His novel, DIS, was published in 2006 and quickly became the subject of a critical debate about contemporary literature. In 2007 DIS was awarded the Bordewijk Prize for the best Dutch novel of 2006. DIS was published in Germany (2009) as Der Nächtige Ort, in Great Britain (2009) and the US spring 2010) as In A Dark Wood. A Hebrew translation (Schocken) is currently in the works. In 2011 Möring's German publisher Luchterhand boughts the rights to 'Louteringsberg', his latest book, shortly before the novel was published in The Netherlands.
Marcel Möring debuteerde in 1990 met het bekroonde debuut ‘ Mendels Erfenis’. De hoofdpersoon Mendel Adenauer is een jongen en later jonge man met een Joodse komaf, een identiteit waar hij mee worstelt, hij wil het zijn en ook niet zijn. Na zijn middelbare school raakt hij in een crisis en gaat hij zich steeds verder isoleren, raakt los van de wereld en belandt in een inrichting. Hij kende al van school een meisje van adel met ‘foute’ ouders (NSB), maar juist op haar wordt hij verliefd. In het laatste deel van de boek wordt de liefde wederzijds en ontstaat er voor het eerst een volwassen relatie, zonder verwijten. Het boek vond ik in het begin nogal ongrijpbaar, in op zich fraaie fragmenten geschreven, maar nog zonder duidelijke opbouw. Later wint het boek aan kracht, waarbij je als lezer ook wel actief je best moet doen om het verhaal een kans te geven. De liefde doet Mendel goed, hij kruipt uit zijn isolement.
Héél goed boek, zo'n sterke stijl. Iedere zin en ook de verhaalstructuur droegen het niet weten en het in zijn eigen herinneringen verdwaald zijn van het hoofdpersage met zich mee. Het einde frustreerde me, omdat er geen einde lijkt te zijn: er gebeurt iets, er wordt gehint naar een ontknoping, en dan loopt Mendel weer weg van de redding en gaat hij (neem ik aan, we weten het niet) verder met zijn leven zoals voorheen. Maar waarschijnlijk is dat, bij nader inzien, de bedoeling van Möring: het is geen roman over iemand die verloren is en zoekt en vindt, het is een roman over iemand die, door wie hij is en door zijn geschiedenis, voor altijd verloren en zoekende zal zijn, maar die niet vindt.
Onderwijskundigen, beleidsmakers en linguisten buigen zich al decennia over de vraag hoe het toch komt dat de gemiddelde schoolverlater de rest van zijn/haar leven geen boek meer aanraakt. De literaire produktie onder nederlandse schrijvers ligt immers voldoende hoog, een werk wordt te pas en te onpas overladen met prijzen en de schrijver zelf mag op praatprogramma's verschijnen en zich afficheren binnen elitaire kringen. We hebben het hier over kunst met een hoofdletter K, weet u wel?
De hoofdpersoon, de joodse Mendel Adenauer, verkrijgt een erfenis waarvan hij redelijk comfortabel kan leven, maar ziet zich toch stuurloos door het leven bewegen, aangezien hij wordt gegrepen door schuldgevoelens en een gebrek aan engagement met de christelijke wereld. Het plot is werkelijk flinterdun, een handvol personages die op willekeurige momenten hun opwachting maken, hun obligate rol vervullen en weer plaatsmaken voor het volgende niemendalletje. De vele similes zijn toch vooral experimentele associaties, die we allemaal al een keer eerder hebben gelezen, en zijn bedoeld om het verhaal een desolaat en ontwricht karakter te geven, hetgeen tegelijkertijd ook 90% van de nederlandse literatuur kenschetst. De onderwijskundige, beleidsmaker en linguist zouden dit soort boeken zelf een keer kunnen lezen en zich afvragen: wat heb ik nu eigenlijk gelezen?
"De vloer glansde, de kleren van de drenkeling plakten aan zijn lichaam. Ik voelde een gedicht door mijn hoofd gaan. Het kwam op als kokende melk. Ik heb het niet genoteerd. Ik luisterde hoe het verdween."
Liet mij na de laatste bladzijde onbevredigd achter. Veel vage passages en onduidelijke sprongen in de tijd, wat waarschijnlijk de bedoeling van de schrijver was om de belevingswereld van de hoofdpersoon duidelijk te maken.
Niet mijn favoriete boek van Moring, wel ok, maar vooral vreemd, hoofdpersoon blijft ook het hele boek een vreemde voor me, niet echt het gevoel alsof je die beter gaat begrijpen. Priam om gelezen te hebben, maar niet een boek dat ik snel zal pakken om te herlezen.