‘Daar kan ik niets aan doen’ of ‘Zo ben ik nu eenmaal’ zijn veelvoorkomende uitspraken over ons aanpassingsvermogen. Het is makkelijk om te geloven in onveranderlijkheid. Ook door experts worden we steeds weer gewezen op onze statische natuur, aanleg en persoonlijkheid. Maar klopt dit beeld wel?
In Homo Plasticus laat Roel Verheul zien hoe de meest recente wetenschap deze mythe van de onveranderlijke mens onderuithaalt. Inzichten uit de evolutieleer, genetica en psychologie tonen aan dat wij geboren aanpassers zijn, die steeds veranderen als onze omgeving verandert. Hoe dit werkt lees je in dit fascinerende boek, dat laat zien wat de grootste kracht van de mens zijn ongeëvenaarde vermogen tot aanpassing en verandering.
'Er zijn maar weinig dingen in het leven waar we zo ambivalent over zijn als verandering. Maar zeker is zou de mens zich ten volle bewust zijn van zijn grootste kracht, dan zou de oplossing van veel problemen dichterbij komen.'
In het eerste deel van het boek komen gangbare onderwerpen en experimenten aan bod uit de populair-wetenchappelijke literatuur rond psychologie, sociologie, antropologie, etologie,... Als je boeken als 'Wij zijn ons brein', 'De meeste mensen deugen', 'Ons feilbare denken' en vooral 'Behave' gelezen hebt, geldt dit vooral als een herhaling. Voor mij was bovendien de link met het onderwerp van het boek niet altijd even duidelijk.
Het tweede deel van het boek moet ons overtuigen van onze plasticiteit. Daarin slaagde het voor mij niet. Het hoofdstuk 'Hoe we onszelf automatisch aanpassen' pleit zelfs overtuigend tégen de flexibiliteit van de mens: het belicht het impressionante menselijke arsenaal aan tools waarmee we onze bestaande overtuigingen beschermen.
Het hoofdstuk 'Hoe we onszelf bewust veranderen' gaat voor een groot stuk over een filosofisch onderwerp: de auteur probeert het bestaan van vrije wil te verdedigen. Dat vond ik eerlijk gezegd maar pover. Er valt over vrije wil in combinatie met de maakbaarheid van de mens wel wat interessants te zeggen, maar helaas niet in dit boek.
Ik had verder de indruk dat sommige concepten, zoals multi-level selection, grotendeels voorgesteld worden als waarheden, terwijl daar vaak toch nog heel wat controverse rond is. Wat ik ook bizar vond was dat de auteur elk van de 'big 5' persoonlijkheidstrekken als een schaal ziet van minder wenselijk naar meer wenselijk -- een 'introvert' zou bijvoorbeeld 'persoonljik groeien' door meer richting 'extrovert' op te schuiven. 'Openness to experience' neemt de auteur samen met 'intellect'. En 'agreeableness' vertaalt hij als 'altruïsme', wat toch wat anders is.
Ik geloof net als de auteur in de menselijke capaciteit tot verandering, en had gehoopt in dit boek de argumenten, cijfers en studies op een rijtje te krijgen. Dat viel eerder tegen. Ik denk dat er rond dit onderwerp een interessanter boek geschreven had kunnen worden, met een minder brede inleiding en in de plaats meer diepgang.
Heb je daarentegen nog niet (veel) gelezen over bovenstaande domeinen, en vind je het niet erg dat er af en toe wat kort door de bocht gegaan wordt, vormt dit boek wellicht een brede, toegankelijke, vlot geschreven introductie.
Breed ingezette bespiegeling over de aard van de mens. Goede relativering van allerlei soorten van determinismen. De mens is een voortdurend op velerlei wijze veranderend wezen, zowel individueel als als soort. Eenvoudige verklaringen zijn altijd simplificaties van de complexe werkelijkheid. De vrije wil, het eigen bewustzijn en de eigen veranteoordelijkheid spelen een flinke rol in wie je bent. Dat gaat verder dan genen en opvoeding, die wel richting geven, masr niet verklaren en/of bepalen wie je bent.. Iets teveel leunend als 'verklaring' / 'bewijs' op allerlei vormen van evolutie, wat eigenlijk niets verklaart zolang je er geen drijvende kracht achter vermoeden durft.