Met Het Dwaallicht (1946) zou Willem Elsschot zijn geestelijke of zelfs literaire testament hebben geschreven. In de vele beschouwingen over de novelle wordt steevast gewezen op het symbolische einde van het verhaal, waarin Frans Laarmans en zijn 'drie zwartjes' tot de conclusie moeten komen dat hun zoektocht naar de mysterieuze Maria Van Dam op niets uitloopt: 'Zij is als een beeld dat men in 't water ziet. Als men het grijpen wil is er niets. Of zooals de lichten in het moeras. Men kan ze naloopen, doch men achterhaalt ze niet.' Toch is de zoektocht niet tevergeefs: zij levert het besef op dat het geluk alleen gevonden kan worden in de aanvaarding van het leven zoals het komt. Met dit 'bitterzoete compromis' neemt Laarmans weer plaats achter zijn krant, en neemt Elsschot afscheid van de literatuur.
A short post war story, or novella, or short novel (delete as applicable).
The narrator tells us that he just wants to go home and read his newspaper, however the reader may quickly sense that he is not quite reliable for confronted by three sailors, who we later learn are Afghans working on ships to earn money to marry, one of whom in English presents the narrator with a bit of cigarette carton on which is written a name; Maria Van Dam, and an address. The narrator sets off on a quest with the three men to try and find her.
English is not a first language of any of them, and quite how far they understand each other is unclear. The narrator's original thought is that this Maria is a prostitute, but this is never confirmed, nor denied. At one point one of the sailors calls Maria, 'a pearl among women' which I don't thing is quite a Marian title, but being of a Protestant disposition I would not know about such things as a matter of principle.
As the four wander through damp evening Antwerp streets, the three attracting a fair amount of invective as they go on account of their skin colour,the narrator's mind wanders, the three sailors remind him of the three kings, he thinks of the stations of the cross, are they on a pilgrimage; the reader also wonders: is this a spiritual matter or corporeal? Where did the men even get this name and address from, does any of it matter, is it an entertainment entire in itself?
Anyway misunderstandings, or perhaps profound understandings abound, we have three men who know what they want guided by one man whose behaviour runs contrary to want he thinks he wants and who does not see his wife and six children at home as a treasure - which his three companions do.
The title translates as Willo the Wisp which can refer to the quest, or to the reader's wish to have certain knowledge of what is going on. Sometimes in the modern city strange things just happen.
In the back of this book about wandering through the slightly mean streets of post war Antwerp, I found a bus ticket for a service somewhere on and around the island of Rugen, on the Baltic coast of Germany, an Antwerp bar tab might have been more appropriate to the contents of the book - or indeed a crushed cigarette packet with a name and address scribbled on it in soft pencil - a previous reader had made a lot of marginalia on the pages of the book, but sadly their writing was far too neat for me to decipher.
Het is een goede gewoonte om van tijd tot tijd de klassiekers te herlezen en in mijn moedertaal zijn er weinige groter dan dit kleine boekje. Vele zinnen en sommige passages staan in mijn geheugen gegrift, maar het is altijd een genoegen om dat geheugen toch nog eens op te frissen.
Het verhaal (voor zover dat er is) is genoegzaam bekend. Frans Laarmans stopt in een krantenwinkel om een krant te kopen. Die krant is een excuus om thuis niet te veel te moeten zeggen tegen zijn vrouw en kinderen. Als hij de winkel wil verlaten, wijst de krantenvrouw hem weinig genuanceerd op ‘drie rijstkakkers’ die in de buurt rondhangen. Die blijken op zoek te zijn naar ene Maria Van Dam (Kloosterstraat 15) en Frans besluit hen te helpen. Samen dwalen ze door de stad op zoek naar…tja, naar wat eigenlijk?
Dat de vreemdelingen uiteindelijk Afghanen blijken te zijn, speelt voor hem geen rol. Kaboel of Kaprijke? De sukkels kennen de stad niet, dus helpt hij hen.
Het Antwerps paternalisme waarmee Laarmans zich over de vreemdelingen ontfermt, komt wat verouderd over, net als zijn onwetendheid over het leven voorbij de parking, maar Laarmans toont interesse en betrokkenheid. Hij is warm, menselijk en hulpvaardig, maar ook wel een beetje opportunistisch, want de vreemdelingen vormen een prima excuus om nog niet naar huis te gaan.
Uiteindelijk duiken ze samen een café in. De verwijzingen naar religie culmineren er in een gesprek over geloof en politiek. Voor de drie vreemdelingen is het geloof een vaste rots waarop hun leven gebouwd is. Maar waarop stoelt Laarmans’ bestaan? Welke zekerheden zijn er voor een westerse twintigste-eeuwer?
Deze novelle van Elsschot is inmiddels al zestig jaar oud, maar blijft erg leesbaar en uiterst actueel. Uiterlijk is de stad in tussentijd erg veranderd, maar de zoekende ziel van de bewoner is dezelfde gebleven en Frans Laarmans, Elsschots alterego, behoort tegenwoordig tot ons nationale erfgoed...of is ook dat een illusie?
Verrassen doet het boek niet meer na de zoveelste lezing, of het moest de herkenbaarheid van zinnen zijn waarvan ik niet meer wist dat ook die uit Het Dwaallicht komen.
Op de achterflap van dit boekje staat deze uitspraak van Kees Fens:
Ik herlas na jaren Het Dwaallicht, met grote bewondering. En alle diepzinnigheid die ik er zelf ooit over geschreven heb, bleef onzichtbaar: de tekst staat alleen, autonoom, autoritair zelfs, recht overeind.
Je kunt, net als Kees Fens bij de eerste lezing, tijdens of na het lezen van Het Dwaallicht bedenken wat er allemaal verborgen zit onder de huid van dit verhaal, maar dat is, zoals Fens hierboven benadrukt, nergens voor nodig. Neem dit heerlijk geschreven verhaal zoals het is en geniet ervan met volle teugen. Elsschot heeft deze schitterende novelle geschreven in 1946, vlak na de oorlog, maar laat het spelen in 1938 te Antwerpen.
Als Laarmans, de hoofdpersoon, op weg naar huis besluit een krant te kopen, wordt hij door de eigenaresse, 'de oude juffrouw', op drie 'rijstkakkers' gewezen die buiten de winkel staan. Zodra Laarmans de winkel verlaat, wordt hem door één van hen een kartonnetje in de hand geduwd met de vraag 'where'? Op het karton staat geschreven: Maria van Dam, Kloosterstraat, 15. Laarmans tracht met handen en voeten uit te leggen waar de Kloosterstraat is en stapt vervolgens op de tram naar huis. Een huis waarvan Laarmans, voordat hij besloot de krant te gaan kopen, de lezer al verteld heeft dat dat voor het eerst sedert lang zal zijn dat hij daar naar toe gaat, 'want de jaren vlieden'. Die krant moest aangeschaft worden, omdat wanneer hij niet leest, zijn zwijgen verkillend werkt op zijn huisgenoten. Met zo'n thuiskomst voor de boeg, is het niet verwonderlijk dat hij even later besluit, als hij de drie overduidelijk verdwaalde 'zwartjes' weer in het oog krijgt, uit de tram te stappen en hen te gaan helpen. Tijdens de zoektocht naar Maria van Dam leren de vier elkaar een beetje kennen. Verwonderd horen ze elkaars verhalen aan. Hoogtepunt daarbij is het gesprek in het café, waar Laarmans en de drie over elkaars godsdienst praten. Maar hoe groot de verschillen ook blijken te zijn, de overeenkomsten tussen hen zijn groter.
Het Dwaallicht is Elsschot's zwanenzang en vertelt behalve over de zoektocht met de drie vreemdelingen, ook veel over Elsschot zelf. Er zijn vele overeenkomsten tussen Laarmans en Elsschot, net zoals het Antwerpen van Het Dwaallicht vrijwel helemaal kan worden teruggevonden tijdens de stadswandeling die achterin het boekje is opgenomen. Die stadswandeling is geen droge opsommingen van herkenbare punten, maar geeft ook extra informatie en achtergrond bij het verhaal. Het laatste woord is echter aan Elsschot zelf, die waarschijnlijk niet heeft kunnen bevroeden hoe actueel zijn verhaal ook nu nog is. Jaren na de verschijning van Het Dwaallicht schreef hij in een brief:
Ik heb in dat boekje in het licht willen stellen dat mensen van zéér verschillende stand, godsdienst, ras en kleur broederlijk met elkaar kunnen omgaan en vriendschap sluiten.
Frans Laarmans is oud. De ambitie die hij ego in Kaas en Lijmen/Het Been nog had, is hij al lang kwijt. Het liefst blijft hij na het werk nog zo lang mogelijk in het café, zodat hij in ieder geval niet hoeft te praten met zijn vrouw en kinderen.
Voor een laatste maal voert Elsschot zijn alter ego op. Terwijl Laarmans uit zijn werk komt ontmoet hij drie Afghaanse zeelieden – zwartjes in het vocabulaire van de jaren 40. Zij zijn wanhopig op zoek naar Maria van Dam, Kloosterstraat 15. Laarmans – deels om niet naar huis te hoeven gaan, deels omdat hij aanneemt dat ze naar een prostituee op zoek zijn – besluit ze te helpen. Zo beginnen de vier mannen hun zoektocht naar deze mysterieuze vrouw.
Maria, zo blijkt al snel, zullen ze nooit vinden. Uiteindelijk is dat ook niet waar het boek om draait. De Afghanen, die in eerste instantie nogal oriëntalistisch overkomen, blijken volkomen nobele bedoelingen te hebben. De zoektocht vindt dan ook vooral binnen Laarmans plaats. De vrouw vindt hij dan niet, maar hij leert in ieder geval iets over andere culturen, en misschien ook wel iets over zichzelf.
Het dwaallicht werd het laatste boek dat Ellschot ooit zou schrijven. In de resterende 14 jaar van zijn leven zou hij zijn pen nooit meer oppakken. Beter had hij zijn carrière waarschijnlijk niet kunnen eindigen. In minder dan 50 bladzijden vertelt Ellschot over tolerantie, vriendschap en familie op een manier die verassend modern overkomt. Voor zowel Laarmans als Ellschot is dit een prachtig einde van een fantastisch oeuvre.
Ik heb deze novelle een twintigtal jaar geleden reeds moeten lezen voor de literatuurlijst op school. Daar herinnerde ik me niks meer van dus leek me dit ideaal om weer te herlezen naar aanleiding van de leesclub van Hebban
En dan kom je terecht in een leesclub met Elsschotkenners. Daarmee gezegd zijnde heb ik door deze leesclub ontdekt dat er meerdere lagen in het boek zijn en dat ik als 16-jarige te jong was om dat te begrijpen.
Laarmans, een man die liever zo weinig mogelijk thuis is bij vrouw en kinderen, komt 3 Afghaanse zeemannen tegen die op zoek zijn naar Maria Van Dam. Dit zou een schoonheid zijn. Ze heeft haar adres opgeschreven. Dit adres is niet goed leesbaar maar Laarmans, die elk excuus moet niet naar huis te moeten gaan aangrijpt, neemt de Afghanen mee op een zoektocht.
Ondanks dat Elsschot ‘Het dwaallicht’ vele jaren geleden schreef, zijn de thema’s nog steeds heel actueel en is het eerder oude taalgebruik nog steeds heel toegankelijk: godsdienst, cultuur, op zoek zijn naar...
Lees, zoek op en herlees. Je ontdekt steeds meer in dit dunne boekje dat je bij een eerste keer lezen zeker is ontgaan.
Het is amper een week geleden dat ik Guido Lauwaert tijdens een huiskamervoorstelling ‘Het dwaallicht’ van Willem Elsschot ten uitvoer hoorde brengen. Ik hing aan zijn lippen, ik surfte mee op de kadans van taal en melancholische gevoelens, lachte beschaamd om het ontbreken van enig politiek correct taalgebruik (rijstkakkers, drie zwartjes, negers …) in dit in 1946 geschreven kortverhaal.
De setting: Antwerpen bij valavond, een verzengende motregen verdrijft iedereen van straat maar niet hoofdpersonage Laarmans die drie matrozen ontmoet, hopeloos op zoek naar de zinnelijke Maria Van Dam die ze op hun schip hadden ontmoet. Laarmans opent zijn humanistische linkse hart en neemt de Afghanen op sleeptouw, op zoek naar de Kloosterstraat 15. Het is geen spoiler-alert wanneer we schrijven dat Maria Van Dam niet gevonden zal worden - wel integendeel : “Zij is als een beeld dat men in ‘t water ziet. Als men het grijpen wil is er niets. Of zoals de lichten in het moeras. Men kan ze nalopen, doch men achterhaalt ze niet.”
Het hoofd van Laarmans is warm en empathisch, het is een man die op burgerlijke wijze zijn best doet en zich als gutmensch echt verantwoordelijk voelt om gastvrij te zijn tegenover vreemdelingen. Eén van de mooiere stukken gaat over de religie en het voorstellen van Allah tegenover Jezus - innemend, vol humor maar boven alles blijvend universeel.
Ja, ik worstelde met de koloniale en op het eerste gezicht (vanuit onze tijdgeest bekeken) racistische taal en thematiek. Tot ik een ingewikkeldere waarheid ontdekte: zo deconstrueert Elsschot in feite het racisme van zijn tijd, bulkt het verhaal eigenlijk van de ‘anti-stereotyperende’ symboliek en verzet het hoofdpersonage zich tegen racistisch gedrag en staat hij open voor ‘het vreemde’ en is hij zeker niet xenofoob. Het gesprek in het hotel is voor mij de toenadering van verschillende culturen tot elkaar. Dus, door het archaïsche taalgebruik heen, een verhaal waar we vandaag allemaal van kunnen leren.
Heerlijk en wonderschoon geschreven. De eerste twee zinnen al: “Een ellendige novemberavond, met een motregen die de dappersten van de straat veegt. En mijn stamkroeg ligt, helaas, te ver in het westen om op te toornen tegen dat kille gordijn.” Ik moet er nog steeds een beetje om gniffelen.
Belangrijke thema’s in ‘Het dwaallicht’ zijn racisme en vreemdelingenhaat: “Sit down, zwarte piet,” zegt een agent, terwijl hij de Afghaanse vriend van hoofdpersoon Laarmans in een stoel drukt, en ‘Hou me vast, of ik sla die baviaan door de ruiten’, schreeuwt een cafégast even later, na een aanvaring met diezelfde kameraad.
En over Laarmans gesproken: dat mag dan wel een vreselijke echtgenoot en ietwat sullige brompot zijn, hij heeft het hart wel op de juiste plaats. Een avond lang torst hij op vriendelijke wijze drie vreemden, matrozen op de in Antwerpen aangemeerde ‘Delhi Delight’, met zich mee. Als de mannen aan het eind van de avond afscheid nemen, zegt een van de drie Afghanen - Laarmans, ook niet compleet van racistische vooroordelen gespeend, heeft hem Ali genoemd - het volgende:
“Komt u ooit in verre landen, dan hoop ik dat uw man aan het kruis iemand op uw weg zendt die zo lang met u meegaat als u met ons hebt gedaan, zonder te zeggen het regent te hard, want een hulpvaardige vreemdeling is een vuurbaak in de nacht.”
Dit werd geschreven in 1946, hè jongens! En we kunnen het nog steeds niet! Afin, hopelijk leren we ooit eens dat vriendelijkheid en hulpvaardigheid, ook tegenover mensen die er anders uitzien dan wijzelf, vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Voor nu: stay safe, stem niet op de PVV (of soortgelijke xenofobische partijen) en blijf mooie boeken, zoals ‘Het dwaallicht’, lezen. Ajuu!
Het dwaallicht stond op de literatuurlijst aan den unief. Toen gelezen, als achttienjarige, en ik vond het maar niets. Nu herlezen en miljaar zeg, die man kan schrijven! Zalig barok taalgebruik. En humor! Ik ga rap zijn verzameld werk in huis halen.
Korte novelle dat plaatsvindt in Antwerpen. Een boek over de islamitische en westerse wereld die samenkomen in tijden dat fascisme aan een opmars bezig is. 100 jaar geleden geschreven en niet nu 🤔. In de versie dat ik las, was er een stadswandeling die de weg die de vrienden samen aflegden uitgestippeld met op elke locatie de historische accuraatheid en een kleine uitleg over Elsschots leven. Dat was een leuke toevoeging!
Hmmm... Ben me niet zeker van dit verhaal of mijn interpratie, maar voor een lezing die ook maar iets met seksualiteit te maken heb pas ik met zekerheid
Before you think you know how the clue is, this book is already over. Reads pretty quickly even though there is a lot of old-fashioned spelling and words. Rich language that should be humorous.
Mijns inziens wat overroepen, deze Elsschot. Je kan natuurlijk altijd genieten van de absurde gesprekken over liefde en religie, de nuchtere Antwerpse spot en zelfspot. Van de sfeer van grootstedelijke eenzaamheid en verlangen die Elsschot oproept, maar ik bekeek het vanop grote afstand, als door een omgekeerde telescoop. De futiliteit van de zoektocht van 3 matrozen naar een hoertje zet zich op je over. De vele onlogische elementen zetten je het verhaal uit: ongeloofwaardige dingen zoals dat niemand doorheeft dat Maria het foute adres opschrijft omdat ze de Afghanen niet wil zien... Dat de Antwerpenaren de Afghanen bestempelen als 'zwarten' of 'zwarte pieten' (?!)... Dat Elsschot eerst een mooie vriendschap schetst tussen de protagonist en de Afghanen, tot Laarmans een hypocriet blijkt te zijn die Maria voor zich wil houden, tot hij daar dan weer, zonder enig volgbare reden, van af ziet...
Ah ça, on peut toujours compter sur Elsschot pour nous mener de l'absurde à l'abracadabrant en parsemant le chemin de cocasserie. Il le fait avec talent, naturel et simplicité. Le lire est toujours un régal tant sa plume est soignée et raffinée (d'un autre temps, quoi), et son personnage principal (le même que dans Fromage) est un sacré phénomène qu'on se réjouit de retrouver ici. Bon, le thème ici était un peu particulier pour me conquérir franchement et on pataugeait parfois dans le prévisible, rendant le propos un peu lourd frisant le nimporte nawak, mais le livre a fait le job, j'ai été malgré tout agréablement divertie en quelques pages.
Elsschot was one of the most remarkable writers in Dutch, known as a representative of the realistic-pragmatic school. This novella is stylistically one of the best in Dutch literature; also well structured and as a story nicely composed, much less cynical than his previous novels. An unnamed 'L' has peace with his limited existence, and tries to make the best of it, but can not resist an ethical call, although some enticement certainly also plays a role. Additional theme: the (im)possibility of communication between people of different cultures.
In een trek uitgelezen! Heb het nu al twee keer gelezen en ik vond het de tweede keer beter dan de eerste keer, ook al wist ik wat er allemaal ging gebeuren. Ik heb het gevoel dat dit zo’n tijdloos mooi verhaal is, maar dat kan ik pas bevestigen voor mezelf als ik het binnen een paar jaar nog eens lees, wat ik zeker zal doen!
3,5 ⭐️ Mooi boek met een goede filosofische ondertoon. Niet per se mijn favoriet ... Murakami blijft aan de leiding (vandaar de strenge score). Toch is het een aanrader!
Een paar jaar terug deed ik de dwaallicht-wandeling als teamdag met het werk. Toch straf hoeveel je er nog van onthoudt, daardoor heb ik extra genoten van deze novelle. Ik gaf het slechts drie sterren omdat ik met momenten teveel afdwaalde en ik Villa des Roses net een stuk beter vond. Er zitten heel wat thematieken in die vandaag de dag ook nog actueel zijn. Het wantrouwen en vooroordelen tegenover vreemde culturen, vooral tov de Moslimwereld.
Als leerkracht Nederlands in opleiding moet ik op zijn minst één boek van Elsschot gelezen hebben. Het werden er twee. Want een meesterwerk als 'Het dwaallicht' laat je toch niet ongelezen.
De zoektocht door Antwerpen naar ene Maria van Dam zorgt voor spanning in dit tijdloze verhaal. Wie zich door wie op sleeptouw laat nemen op een ellendige novemberavond, kom je gaandeweg te weten in het boek. Of niet.
Enkel een meester als Elsschot slaagt erin om in zo'n kort verhaal zoveel symboliek en tijdloze levensvragen te verwerken.