Prachtige ingetogen roman over grote gebeurtenissen in een mensenleven. Mensenlevens in dit geval. Een roman over hoe het leven mensen bij elkaar brengt, bij toeval. En over in contact staan met jezelf en met anderen door naar jezelf, anderen en het leven te ‘luisteren’. Geschreven in een rijke en tegelijk ingetogen stijl. Echt een mooi boek.
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Wat hierna volgt is één grote spoiler.
Milan Kundera, Parijs, Napels
De meesterverteller over toeval is niet meer. Ik hoor het nieuws van Milan Kundera’s overlijden in Napels, waar ik voor een korte vakantie ben en dit boek lees. Kundera die in vrijwel al zijn boeken de ironie van het lot in termen van toeval besprak; die emigreerde naar Frankrijk, in Parijs ging wonen en in het Frans ging schrijven - in de stad waar ook het grootste deel van dit boek zich afspeelt. Kundera die beschreef hoe drie of vier toevallige gebeurtenissen nodig waren om op enig moment twee mensen elkaar te laten ontmoeten (was het in De Grap, of in Identiteit?). Waar Kundera voor Parijs koos, kies ik voor Napels. Parijs: de stad van pretentie en elite. Napels: de stad van echt leven en gewone mensen, waar schoonheid en verval altijd tegelijk aanwezig zijn, waar schoonheid (het hoge) en kitsch (het lage) altijd tegelijk aanwezig zijn, waar levenskunst en overleven altijd tegelijk aanwezig zijn en waar het leven even organisch is en regels aanneemt als richtlijnen als het verkeer: chaotisch op het eerste gezicht maar in feite vloeiend. Ik lees Bronwassers boek als een liefdesverklaring aan Parijs en als een pleidooi voor Napels.
Van goede huize
Philippe Lambert is van goede huize. Zoon van de hoogste ambtenaar voor telecommunicatie en La Poste. Elite. “Vader, moeder, drie jongens en een meisje, allemaal waren ze knap op zo’n achteloze, bevoorrechte manier.” “Mijn broers en mijn zus, alle drie met een licht geboortegewicht, maar verder echte Lamberts. Zelfverzekerd. Alsof ze overal recht op hadden.” Over de (klein)kinderen en neefjes en nichtjes: “Zeven uit een catalogus van Petit Bateau geplukte, gekamde, bedeesde neefjes en nichtjes, plus die twee die nu ineens heel erg van mij waren.” Over het echtpaar: “Het waren twee solitair functionerende eenheden die zich toevallig hadden voortgeplant.” Philippe is de jongste zoon in zijn gezin. Hoog opgeleid, voorbestemd voor een leidende rol in de Franse samenleving. Woont in een rijk deel van Parijs in een appartement ‘hausmannien’, goede baan in het management van Renault, stewardess Laurence als trophy wife. Philippe heeft last van angstaanvallen. Die mogen er niet zijn van de familie; Philippe is hooguit ‘un peu nerveux’. Voor zoontje Nicolas neemt het echtpaar een au pair: Eloïse (17 jr) uit Duitsland. Eloïse verblijft in een andere wijk in Parijs. Als ze met het gezin meerijst naar hun vakantiehuis voelt dat niet als vakantie: “Ze is niet gek - ze was daar gewoon een 24-uurs oppas, opgesloten in een vakantievilla. Met een hitsige opa die opmerkingen maakte over haar vormen, zo voluptueuse, een ‘Rubensmodel’…”
Luisteren
Dan worden er veel aanslagen gepleegd in Parijs. Philippe krijgt weer angstaanvallen, echter niet van het terrorisme maar vanwege zijn obsessie voor de au pair Eloïse. Philippe begrijpt dat hij in tegenstelling tot zijn kindertijd naar zijn obsessie moet luisteren (ziehier de titel): “Hij moet luisteren, er is geen andere optie, hij moet luisteren, hij kan de koers van wat te gebeuren staat niet veranderen, de tijd rimpelt nu als een lap stof die bij elkaar gepakt wordt, alles wat hij kan doen is luisteren om erger te voorkomen.”
Volgen
Philippe volgt Eloïse op een dag dat ze vrij heeft. Hij moet eigenlijk werken maar volgt haar stiekem. Ze ontmoet een straatmuzikant uit de metro, gaat met hem mee en heeft waarschijnlijk seks tegen haar zin - Bronwasser geeft niet meer dan hints. Bij Tati spreekt Philippe Eloïse aan. Juist als ze elkaar treffen, ontploft een bom, opnieuw een aanslag.
Bonjour
Geweldig is de passage waarin Bronwasser de verwarring beschrijft die iemand doormaakt wanneer zij of hij zich een nieuwe taal wil leren in het land van die taal. “Ik oefende. Op het ‘Bonjour’ dat je hier werd geacht bij binnenkomst in elke winkel uit te stoten, bijvoorbeeld. Bonjour. Bonjour. Bónjour (hoog-laag). Bonjour? (laag-hhog). Bónzjch. ‘BOONZJOEWA’, zoals de Amerikanen toeterden voor het loket in de metro, met benijdenswaardig aplomb.”
Wending
Het verhaal heeft een mooie structuur.
Het eerste deel gaat over het Franse gezin en het Duitse au pair-meisje waarmee iets ergs gebeurt. Aan het eind van dat deel verschuift het vertelperspectief naar de vertelster Marie die de vierde au pair na het Duitse meisje is (elke jaar één). Ze vertelt het verhaal over haar tijd met het Franse gezin aan een zekere Flo, Florence da Silva, fotografe en docente narratieve techniek aan een fotografie-opleiding. Vervolgens verschuift het perspectief nogmaals in deel drie naar het verhaal van Marie en Flo en in deel vier komen de verhalen van Marie, Flo en Philippe bij elkaar, waarmee de cirkel rond is. Slim bedacht en goed uitgevoerd.
Project
Marie begint aan een studie fotografie. Daar ontmoet ze docent narratieve technieken Flo. Flo geeft Marie al snel bijzondere aandacht. Marie gaat erin mee zonder zich te realiseren hoe, wat of waarom. Als lezer denk je al snel dat Flo iets relationeels of seksueels van Marie wil, maar daarvan lijkt geen sprake. Als Flo een nieuw boek uitbrengt, blijkt hoe het zit: het boek gaat volledig over Marie, dat wil zeggen ze heeft Marie gebruikt om een fotoproject te doen, inclusief volgen en onafgesproken fotograferen. Marie voelt zich gebruikt, schrijft zich acuut uit als student en vertrekt als au pair naar Parijs. Zo komt zij terecht in het verhaal van Philippe en Laurence. Het boek dat we lezen is voor een groot deel het verhaal dat Marie als au pair in schriften van zich af schrijft.
Elite
Bronwasser beschrijft beeldend en toch compact de kenmerken en het leven van de elite in Parijs. Hoe ze hun kinderen kleden (als mini-volwassenen), hoe ze langs elkaar leven als een ‘team’, hoe ze van elkaar verwachten elkaar sociaal vooruit en hogerop te brengen, hoe de man het geld moet binnenbrengen, de vrouw dat van hem verwacht en hoe zij voor de mooi een acceptabele baan heeft waardoor ze natuurlijk geen tijd heeft voor de kinderen… Over de ouders van Philippe: “Hoger kon een ambtenaar nauwelijks stijgen. Een vierde kind hoorde daarbij. En een groter huis en een ander arrondissement.”
… se répète
In deel vier horen we hoe het Philippe na het ongeluk, het meemaken van een terroristische aanslag, is vergaan. Hij verloor zijn leidinggevende baan, het gezin moest verhuizen naar een klein appartement in een voorstad van Parijs. Het huwelijk van Laurence en Philippe loopt op de klippen omdat dat niet het leven was wat zij voor zich zag… “(…) waar ze haar verwachtingen van voorwaarts en opwaarts had moeten bijstellen - dat was heel erg geweest.” Philippe kon niet meer de toegang tot de elite leveren waarvoor zij hem had uitgekozen. Marie ziet het allemaal voor haar ogen gebeuren terwijl zij steeds meer inburgert in Parijs: “Terwijl het gezin waar ik werkte kapseisde, had ik leren zwemmen. Soms voelde ik een aanzet van trots.” En dan gebeurt het: tijdens een zwerftocht van Marie met de twee jongetjes raakt ze de kleinste in een split second kwijt. Ze heeft hem ook even snel weer te pakken. Maar het gekke is dat Philippe opeens ook op die plek aanwezig is… Net als bij Eloïse jaren geleden - l’histoire se répète (excusez mon français). Later zal hij aan Marie uitleggen dat hij leidt aan het voorvoelen van ongeluk - hij voelt dat er iets ergs zal gebeuren maar kan het niet voorkomen. Zijn waarschuwingen worden niet geloofd (‘Cassandra’), maar toch waarschuwt hij Marie voor een vrijdag de dertiende in 2015. Het blijkt de datum van de aanslagen op Bataclan, Stade de France en een restaurant in Parijs te zijn. In het restaurant bevindt zich Flo die daarbij het gezichtsvermogen verliest. Marie had er ook kunnen zijn, als ze niet de uitnodiging had afgeslagen op advies van Philippe- ze heeft geluisterd naar Philippe wat haar heeft behoed voor ongeluk.
Lot, boete, toeval
Mijn gevoel na het lezen van deze roman is dat Bronwasser betoogt dat het leven bestaat uit een reeks toevalligheden. Je zou de ontknoping kunnen lezen als een boetedoening: onethische fotografe verliest de essentie van haar bestaan - haar zicht - op een aan haar onethische werk gerelateerd moment. Of als het lot: het hele leven van alle personages is erop gericht om dat moment mogelijk te maken. Ik denk dat Bronwasser laat zien dat boete en lot niet bestaan en dat dit begrippen zijn van de menselijke geest om reeksen van toevalligheden in een verhaal te passen, in een narratief. Maar een narratief is altijd ‘man-made’, niet werkelijk, literatuur. Vlak voor de dramatische ontknoping vindt een hoopvolle nieuwe ontmoeting plaats tussen Flo en een charmante man die toevallig aan een tafel naast haar dineert. Het verhaal had net zo goed die wending kunnen nemen, maar de entree van de zelfmoordterrorist snijdt dat narratief de pas af. En zo ontelbare andere narratieven die in potentie aanwezig zijn in dat moment ook al vallen ze buiten de scope van dit boek. Het is niet voorbestemming maar toeval dat de narratieven van onze levens schrijft.