Brad Mehldau verscheen op mijn jazz-radar toen zijn eerste Art of the Trio-album verscheen, eind jaren ’90. Ik was meteen fan, ook al bleef Keith Jarrett mijn eerste liefde als het om jazzpianisten ging. Mehldau’s linkerhand fascineerde me omdat ze bij momenten zo extreem snel en vooral onafhankelijk van zijn rechter kon spelen. Wat me verder en later aan hem bleef boeien, waren de literair-filosofische teksten die hij eigenhandig voor zijn cd-boekjes schreef en vooral de manier waarop hij rocksongs (Radiohead, Nick Drake), Amerikaanse folk (met mandolinist Chris Tile) en klassiek (Bach, Brahms en zijn recente samenwerking met tenor Ian Bostridge) in zijn eigen muzikale idioom wist in te bedden en zijn avontuurlijke uitstapjes buiten de akoestische jazz, met elektr(on)ische instrumenten, noise en strijkers. Ik mis geen enkele nieuwe release van hem.
Toen ongeveer een jaar geleden deze autobiografie uitkwam, wachtte ik echter liever even af, want het prijskaartje was nogal aan de hoge kant. Bij deze bedank ik dan ook mijn GR-vriendin Becky voor de geldbesparende boekenruil die we organiseerden. Tegelijk begrijp ik intussen waarom het zo’n duur ding is geworden. Behalve dat de bladzijden dicht- en breedbedrukt zijn, schreef Brad Mehldau eigenlijk vier boeken in één. Elk van de vier hoofdstukken heeft nl. zijn eigen thematische insteek. En het was in het Engels ook niet altijd een easy read, want ook als schrijver houdt de pianist van complexe fraseringen.
Voor Brad Mehldau was de bedoeling van ‘Formation’ om een persoonlijke canon op te maken van wat hem tot de veelzijdige en succesvolle muzikant heeft gemaakt die hij vandaag de dag is. Een Bildungsroman zeg maar, waarin verschillende elementen de mens en muzikant Brad Mehldau bepaald en gevormd hebben.
In het eerste deel, ‘Tom Sawyer’, beschrijft hij zijn kinder- en jeugdjaren, een combinatie van typisch Amerikaanse ‘Wonder Years’ en muzikale herinneringen, zowel die van het begaafde jongetje dat klassieke piano leert spelen als van de gepassioneerde luisteraar en ontdekker van de pop- en rockmuziek van de jaren ’70 en ’80. Voor mij, als leeftijdsgenoot van Mehldau, uiterst herkenbaar. Gaandeweg wordt zijn 'American Dream' echter overschaduwd door pesterijen, subtiel seksueel misbruik, drank, drugs en de daarmee gepaard gaande zelfverachting en zelftwijfel.
Deel twee, ‘New York’, duikt dan diep in de jazz die Brad Mehldau tijdens zijn opleiding leert ademen en analyseren. Lessen van grootheden, jamsessies met helden en het zoeken van zijn eigen weg, stem en verwante muzikanten. Hoogbegaafd en hoogsensitief als hij is (ook al worden deze termen nergens gebruikt), neemt hij de hele jazz-geschiedenis nauwgezet onder de loep, met heerlijk veel namedroppings, waarvan ik de meeste ook kende. Het toverde dan ook mijn eigen herinneringen als ontdekkende jazzliefhebber in diezelfde periode (begin jaren ’90) weer tevoorschijn. Heerlijk!
Deel drie heet ‘Meta Blues’ en je zou het haast een filosofische literatuurstudie kunnen noemen, gedrenkt in een muzikaal bad. O.a. Thomas Mann (Doctor Faustus) en James Joyce (Ulysses) worden uitvoerig geanalyseerd en er is ook een ‘Fuck Adorno!’-fragment. Opnieuw voel je hoe de hoogbegaafde, hoogsensitieve denker worstelt met zijn zelfbeeld, deze keer door het te vergelijken met de ideeën van zijn literaire, filosofische én muzikale helden. Straffe, soms taaie kost.
Dan volgt het onvermijdelijke vierde deel ‘The Long Goodbye’, waarin Brad Mehldau over zijn al meermaals in het boek aangekondigde heroïne- en drankverslaving schrijft. Hij doet dat zo rauw, gevoelig en openhartig dat ik me er, net als GR-vriendin Becky, soms een beetje ongemakkelijk bij ging voelen. Het is een schrijnend verhaal, temeer omdat hij er een aantal vrienden aan heeft zien sterven, wat voor levenslange littekens zorgt. Maar hij eindigt hoopvol, met de boodschap dat wie in staat is om ze te overwinnen, in zekere zin rijker en intenser gaat leven. Hoe? … Dat zal voor Part two zijn, want er volgt blijkbaar nog een boek. Iets om naar uit te kijken nu, want Brad Mehldau schrijft zoals hij speelt: onweerstaanbaar straf en hypersensitief. 4,5*