Deze reeks omvat twaalf maanden, twaalf boekjes, twaalf schrijvers. Ieder boekje nodigt je uit om anders naar de tijd van het jaar te kijken.
De Maanden is een reeks die je wilt verzamelen, koesteren, een prominente plek in je boekenkast wilt geven. De vormgeving vanbinnen én vanbuiten is chic aantrekkelijk. Alle omslagen worden gemaakt door dezelfde kunstenaar.
Elk boekje verschijnt net voor het begin van de maand. Het houdt de lezer gezelschap terwijl de maand verstrijkt en nodigt je uit anders naar de tijd van het jaar kijken. In Januari voert Alfred Birney een jonge folkie op die met zijn gitaar begin jaren zeventig rondzwerft langs allerlei adresjes van vage bekenden
Alfred Birney is een Nederlandse schrijver en nazaat van de voormalige kleurrijke plantersfamilie: De Birnies; een Indische familie uit Deventer. Zijn vader was afkomstig uit Surabaya en had Nederlandse, Oost-Javaanse, Chinese en Schotse wortels, vandaar de Angelsaksische achternaam. Zijn moeder was een Nederlandse. Veelvuldig terugkerende thema’s in zijn literaire werk zijn vervreemding van familie, voortdurend raadselen in verband hiermee oplossen en het onvermogen tot identificatie met moederland of vaderland. Hij publiceerde romans, novellen, verhalen, columns, essays, kritieken, toneelteksten, journalistiek werk en didactisch materiaal over gitaarmuziek. De stijl in zijn romans, novellen en verhalen is associatief, belevend, vertellend, dromerig en subtiel, maar in zijn columns, essays en kritieken is de schrijver veel harder, hilarisch, sarcastisch, ironisch en humoristisch – alles komt samen in zijn veelbesproken jongste roman De tolk van Java, volgens sommigen zijn magnum opus. Het boek staat op de longlists van de Nederlandse Libris Literatuurprijs en de Vlaamse Fintro Literatuurprijs. (bron: www.alfredbirney.com)
“Januari is de maand van het verraad. Het volk heeft met vuurwerk de boze geesten van het afgelopen jaar verjaagd en wat doet januari? Hij grijnst je toe in leegte, kou en uitzichtloosheid.”
'Folkie of niet, mijn droom was een nieuwbouwflat met vaste vloerbedekking waarin alles werkte: de centrale verwarming, de waterleiding, de douche, de wc, de keuken. Maar het was vooral die vaste vloerbedekking waar je behaaglijk op kon gaan zitten of liggen, dus geen verschimmelde en versplinterde houten vloeren zoals in kraakpanden of studentenhuizen of, nog erger: goedkope kamerverhuurpanden met triplex wanden waar je eenzame mannen doorheen hoorde hijgen en hun stank je noopte om maar weer een sjekkie op te steken.'
Dit boekje was een fijne manier om het jaar te beginnen en een goede introductie tot deze 12-delige reeks. Het bracht echt dat typische januari-gevoel: de kou, de nasmaak van oliebollen en de stilte op straat.
De metafoor van de vloerbedekking, die symbool staat voor economische zekerheid (iets wat de hoofdpersoon nooit heeft gekend), is sterk en raakt de kern van het verhaal. Jammer dat het woord “vloerbedekking” zo vaak herhaald wordt, daardoor verliest het metafoor een beetje z’n kracht.
Toch heeft dit verder geen afbreuk gedaan aan mijn leeservaring. Ik genoot enorm van alle mooie zinnen in het boek. Ik ben benieuwd of de andere 11 schrijvers net zo goed het gevoel van hun maand weten te vangen in woorden.
Zwervend van onderkomen naar onderkomen, van maaltijd naar maaltijd en van vrouw naar vrouw, komt de hoofdpersoon al gitaarspelend de koude januarimaand door. Wat mij betreft tot nu toe het meest geslaagde boek uit de maandserie van uitgeverij Das Mag.
De setting: de jaren zeventig in Nederland. Een negentienjarige 'folkie' trekt met de gitaar door het land en leeft van wat de dag brengt en van wie hij die dag tegenkomt. Een hippie die langs deuren, bekend en onbekend, trekt en van dag tot dag leeft, van de muziek (Dyland en Cohen) en van de aantrekkingskracht bij vrouwen die hij ontmoet op zijn weg naar nergens.
Vanuit Leiden trekt hij richting Den Haag waar hij eerst in een kraakpand terechtkomt, dan bij Amerikaanse studenten, waarvan eentje hem onderdak geeft en gebruik maakt van zijn verblijf om haar eigen noden te vervullen. Via een bekende van zijn moeder, waar hij kan blijven tot hij er het te bont maakt, tot een Café Chantant waar hij zijn muziek ten berde kan brengen. Het leven brengt wat het brengt!
De Indo-Nederlandse auteur Alfred Birney steekt in deze 'maandencyclus' van wal met zijn verhaal over een personage, zelf ook Indo-Nederlands, dat een typisch voorbeeld is van veel jongeren die in de jaren zeventig erop uit trokken, als reactie op de burgerlijkheid van hun ouders en zich rebels afzetten tegen alles wat de generatie voor hun deed. Geen huisje, tuintje, kindje maar een zoektocht naar jezelf doorheen het land, gevuld met ontmoetingen, drugs, weinig eten, kou lijden, straatoptredens met een vijfsnarige (ipv zes) gitaar (want die zesde is eraf gesprongen en zijn mondharmonica is ie kwijtgespeeld in Arnhem) en vooral vrije liefde.
Of dit ervaringen zijn die de schrijver zelf heeft mogen meemaken is me niet duidelijk, maar het komt alvast heel bekend voor bij mensen van de generatie die opgroeide in de jaren zestig en zeventig, vermoed ik. De hippiecultuur met alles wat erbij hoorde (The Summer of Love van 1969 was hiervan een mooi voorbeeld) wordt in dit verhaal prachtig beschreven. Het doet denken aan de beatnik generatie van schrijvers als Kerouac, Ginsberg en Burroughs.
Dit is alvast een goed begin van deze reeks die bestaat uit een maandelijkse verhaal van een andere auteur! Elke maand zal ik er dan ook eentje lezen tot het eind van 2025!
Dit is mijn eerste Birney, die in 2017 de Libris won met De tolk van Java, en als ik daarvan de synopsis lees, zijn er zeker en vast raakvlakken, zoals de tienerjaren op het internaat. Januari gaat over een periode daarna, wanneer de hoofdpersoon er een bohemien bestaan op nahoudt. Raakvlakken zijn er ook met het leven van Birney zelf, die zijn tienerjaren in internaten doorbracht, nadien dat bohemien leven leidde en gitaarleraar werd, voor hij zichzelf uit noodzaak tot schrijver bekeerde. Januari is een korte tranche de vie, die doet hunkeren naar meer, maar ondanks de duidelijke synoptisch gemeenschappelijke delen, weet ik niet hoe ik het verhaal in zijn oeuvre of leven moet plaatsen. Ik zal De tolk van java in huis moeten halen.
Of dit werkje het januarigevoel bij me bovenbrengt, ik dacht het niet. Wel doet het me terugdenken aan de tijd dat figuren als deze "guitar man" enkele dagen of soms weken verbleven in de woongroep waar ik destijds verbleef. Birney weet deze onbevangen maar tegelijkertijd volledig op zichzelf gerichte types perfect neer te zetten. Het is in die zin een tijdsdocument voor een bepaalde uitsnede uit de samenleving. Dat geldt zowel voor de schets van de gegoeden als van degenen zonder middelen die het eten dagelijks bij elkaar moesten schrapen.
Kort, maar wel fijn boekje over een jonge gast die met zijn gitaar door Nederland trekt en van dag tot dag leeft. Het januari-aspect zat er wel in, al had het evengoed een andere maand kunnen zijn. Veel overtuigender was hoe er in zo'n kort verhaal toch veel inzat over de relatie met zijn ouders, het oorlogstrauma van zijn vader, de zoektocht naar een thuis en burgerlijkheid en zich daar tegelijk van willen distantiëren.
Mijn eerste kennismaking met Alfred Birney. Niet onaardig, maar ik vermoed niet zijn beste werk. Ik mis hier vooral wat diepgang. Het blijft bij beschrijvingen van de omzwervingen van een ‘folkie’ in de hippietijd. Net zoals veel van die hippies maar wat aan lummelden en niet vrij waren van navelstaren, gaat ook dit verhaal nergens heen. Een plus is dat het bijzonder vlot leest.
Op de valreep van de maand afgesloten. Dit boek had wel interessante thema’s, maar was eigenlijk te kort om die goed uit te diepen. Toch geen slechte beginner voor de serie van DasMag. Gaf me wel echt het gevoel van januari, doelloos en beduusd van de jaarwisseling en niet wetend wat het jaar je gaat brengen, zoals de hoofdpersonage ook niet wist wat de volgende dag voor hem ging brengen.
Bij momenten voel je de sfeer van de sixties aan. Maar deze ongestructureerde oninteressante serie willekeurige gebeurtenissen uit het leven van een zwervende straatmuzikant spreekt niet echt aan. Dit boekje lezen neemt de nodeloze nostalgie naar die tijd weg, dat is het enige voordeel.
"De wind is het ergst en ellendigst in januari. Januari is de maand van het verraad. Het volk heeft met vuurwerk de boze geesten van het afgelopen jaar verjaagd en wat doet januari? Hij grijnst je toe in leegte, kou en uitzichtloosheid."
3,5* Fijn om weer werk van Birney te lezen; in herkenbare Tolk v Java stijl. Rauw, mooie observaties van een nieuwe generatie in de jaren 70/80, slingerend op zoek naar volwassenheid.
3,7 Zacht deinend op woorden volg je het leven van een naamloze folkie in de jaren '70, andere waarden, andere normen. Fijn geschreven boekje! Past perfect bij de maand januari