Aksel, Geo en Walter hebben het niet makkelijk in het kulderhuis. In het Gentse weeshuis voor jongens zwaait directeur ‘Peere’ met harde hand de plak. Militaire discipline en hard werken, zo ziet het dagelijks leven van een kulder eruit. Het is luisteren of klappen incasseren. Het enige lichtpuntje is een plekje in de fanfare. Wie muziek kan maken, mag mee op de schaarse uitjes buiten de poorten van het weeshuis en heeft een kans de weesmeisjes te zien …
De rede dat ik het maar 3 sterren gaf is omdat ik dit boek heel lang heb laten liggen terwijl ik er al in bezig was. Het verhaal sprak me niet echt aan (vooral in het begin, op het einde was het doorlezen makkelijker) om verder te lezen. Bij deze is het uit.
Dit was het saaiste boek van mijn leven, tenminste, dat dacht ik voor ik de eerste bladzijden van 'allemaal willen we de hemel' las, ik weet zelfs niet meer goed of deze titel wel correct is, dat moet toch iets betekenen. Of niet soms? Mijn ogen werden zwaar, zelfs toen Walter, Geo & co hun trompetten volbliezen, ik heb gegeeuwd alsof mijn leven ervan af hing, in mijn ogen gewreven alsof er een hommel op had plaatsgenomen, ofnee, sterker nog... een olifant! Zelfs de romances konden me niet boeien, wat een mietjes waren die kulders en blauwe meisjes en onrealistisch, je leeft in gevangenschap en komt eindelijk in contact met de liefde van je leven en wat doe je? Schaapachtig grijnzen en je uiteindelijk gewonnenn geven aan 4 uitgelebberde vrouwen of een afgeleefde kwalman. In plaats van vol passie voor je nieuwe leven met je man/vrouw te gaan, het is niet-te-geloven. Misschien ben ik zo TOCH doorheen het boek gekomen, door te HOPEN dat ze wonder-boven-wonder een beetje pit zouden tonen en ja, Georgine (van bijzondere namen gesproken) heeft een beetje 'kracht' getoond, door een klap te geven, maar als het aan mij had gelegen was ik een halve wereldoorlog begonnen, slappelingen, dat waren het.