Een man en zijn zuster voeren een telefoongesprek. De man is een rustige toehoorder, zijn zuster daarentegen moet veel kwijt. Het onderwerp van gesprek is de familiereünie die plaatsvond na de begrafenis van hun moeder en waarop het huisraad verdeeld werd onder de erfgenamen. De bijeenkomst verliep vlekkeloos tot het pronkstuk van de inboedel aan de beurt een antieke pastoorskast. Boordevol emoties en herinneringen blijkt dit meubel te zitten, en ook voor degene die het familiestuk uiteindelijk in de wacht sleepte, zit de kast te vol met te veel.
Het feit negerend dat dit het derde boek is dat ik vandaag uitlees: volgens mij moet je toch een beetje fan zijn van de stijl van Pleysier. Of ik dat zelf ben, weet ik eigenlijk niet helemaal. Maar aangezien ik binnenkort mee de schrijver mag interviewen, lijkt het me voor de gelegenheid wel zo sympathiek om alvast te doen alsof.
In deze roman volgen we de gesprekken tussen een broer en een zus na het overlijden van hun moeder. Er wordt eigenlijk bijzonder weinig gezegd, en precies daardoor wordt er voortdurend van alles gezegd. Of ja, misschien begin ik nu al iets te veel te klinken als een vage professor literatuurwetenschappen die zichzelf graag hoort praten. Lees het dus vooral zelf en ontdek het.
Zonder SchrijversAcademie had ik deze auteur nooit ontdekt. Ik vind het elke keer heerlijk hoe ik wat hij schrijft gewoon hoor. Bij dit specifieke boek moest ik ook een moment luidop lachen bij een situatie die zo hilarisch geschetst werd dat ik het voor ogen zag.
Het idee pakte me wel: een verhaal rondom de verdeling van een erfenis - en dan specifiek die ene kast. De uitwerking vond ik wat plat en leeg, niet voor mij
De kast als teletijdmachine naar een leven vol herinneringen. Tussen de regels door ontdek je het verhaal van een typisch, met veel kinderen gezegende, burgerlijke Vlaamse familie. Herkenning voor velen. Waarom wordt hier geen radiohoorspel van gemaakt?