What do you think?
Rate this book


304 pages, Hardcover
First published January 1, 1982
Thuis ging ik in mijn hoek zitten en dacht na over wat ik moest doen. En omdat mijn vrouw niet ophield met haar verwijten, greep ik haar bij de haren en gaf haar een paar rake klappen. (p.91)
Omdat ik dit jaar met een Europees uitwisselingsprogramma naar Slovakije trek, wil ik me verder verdiepen in de Slovaakse literatuur. Heel veel is er niet vertaald in het Nederlands, na de jaren 70 eigenlijk denk ik dat enkel Abram Muller drie fictiewerken publiceerde bij uitgeverij Douane.
Met De laatste regel van Rudolf Sloboda had ik het eerst heel moeilijk. Het hoofdpersonage heeft het duidelijk erg lastig, met zijn dochter, zijn vrouw, zijn werk, zijn gezondheid, de dood van zijn vader, financiële problemen. Dat maakt hem wel sympathiek, tot hij laconiek vertelt over hoe hij zijn vrouw slaat zoals in bovenstaand citaat, of later een assenbak door het venster gooit, zijn vrouw bedriegt met de vrouw van zijn beste vriend, de volgende dag verliefd wordt op een andere vrouw die heel vaag lijkt te kennen. Je kan de man moeilijk serieus nemen, en toch filosofeert hij ook een aardig stuk weg over de rede en de vrije wil - in het Slovaaks heet het boek Rozum, 'de rede' of 'verstand'. Wat te denken van zulk een grotesk figuur?
Gaandeweg werd het me duidelijk dat je het hoofdpersonage niet helemaal serieus moet nemen. Een beetje zoals je Herman Brusselmans' alter ego niet serieus neemt. Voor mij is het makkelijk om te weten dat je Brusselmans ironisch moet lezen. Waarom zag ik dat niet meteen bij dit boek?
Muller schrijft in zijn voorwoord 'Wat het werk zo mooi en bijzonder maakt, buiten de al genoemde menselijkheid in al z'n naaktheid, is de humor. Sloboda schrijft in de Midden-Europese traditie van het groteske, het uitvergroten van de ellende en de rottigheid.' (p.8) Dat doet denken aan de films van Kusturica als Underground of Milan Kundera's De grap.
Naast een paar taaie passages zijn er fijne uitstapjes in het boek: het hoofdpersonage is een scenarioschrijver. Daardoor krijg je een meta-perspectief. Hij verzint een nieuw script en doet zijn synopsis uit de doeken in een paar verschillende hoofdstukken, alweer een grotesk verhaal dat parallel loopt aan zijn eigen leven. Maar hij wil zijn liefdeskomedie, Don Juan van Žabokreky, niet te verfijnd maken, dat zouden parels voor de zwijnen zijn, hij kent zijn Slovaaks publiek. Het verhaal? Een ingenieur van de spoorwegen gaat voor zijn gezondheid naar een kuuroord als Luhačovice, wordt daar verliefd op het meisje Danka dat hij in de bosjes sleurt, net niet verkracht en dat nadien verliefd wordt op hem. Ze worden achternagezeten door haar broer en haar verloofde Golem, een beer van een vent, die hem een paar keer in elkaar timmert. Enzovoort.
Eigenlijk zat de sleutel voor dit boek al in het begin, al is het boek duidelijk niet alleen pure komedie en eindigt het zelfs heel donker met de laatste regel.Blijft de pure komedie over. Dat is een relatief nieuw genre, in Slowakije nog maar weinig toegepast, ja, zelfs met argwaan bekeken. Alsof Slowaken niet wisten hoe ze moesten lachen. (p.19)