"The great weaver from Kashmir" is het derde boek van de geniale, toen nog heel jonge Laxness, en het geldt als zijn eerste echt grootse werk. Ik las het met plezier. Ik vond het weliswaar lang niet zo sterk als b.v. "Salka Valka", "Onafhankelijke mensen" of "World light", omdat ik de op zich fascinerende passages over Christelijke ascetische filosofie te lang vond duren en omdat ik het hier en daar te melodramatisch vond. Maar sterk vond ik het niettemin wel, en het is opmerkelijk dat iemand van 25 zo'n boek uit zijn pen kon persen.
Hoofdpersoon is de bijna extatisch gekwelde jonge zoeker Steinn Ellidi (uit te spreken als "Ellithi", met de "th' van "mother"), die de meest perfecte man op aarde wil worden. Dus zoekt hij vol passie naar de allesomvattende Zin van het Leven, omdat hij wil leven naar De Ultieme Waarheid en zo tot voorbeeld wil zijn voor anderen. Dat verlangen verwoordt hij zonder meer heel eloquent: "And I yearn to be sucked into the whirlpool of life until I become a tiny pupil that peeks out along the streets of some huge city, a tiny songbird's tongue so that I can sing about what I am". Dit leidt tot een even gepassioneerde als erratische reis langs vele levensbeschouwingen en levensbestemmingen: Steinn wordt een gepassioneerde antimaatschappelijke "vervloekte dichter" en geeft dat vervolgens even gepassioneerd weer op, is idolaat van verschillende componisten die hij allemaal weer verwerpt, is overtuigd van het socialisme, het estheticisme, het hedonisme, het Marxisme, het Satanisme, en het Katholieke ascetisme van de Benedictijner orde. Zo zijn we als lezer getuige van "the far - ranging variety in the life of a soul, with the swings on a pendulum oscillating between angel and devil". En ook van een werkelijk enorme rusteloosheid en onvervuldheid, wat nog versterkt wordt door de volstrekt koortsachtige irrationaliteit waarmee Steinn zijn verschillende overtuigingen verwoordt en verdedigt, en door de al even koortsachtig irrationele wijze waarop hij die overtuigingen inwisselt of juist met elkaar vermengt. Met name de ellenlange passages over het Katholieke ascetische geloof, die mij zoals gezegd wel wat al te lang duurden, zijn door die passie enorm fascinerend: ze zijn erg scherpzinnig en op veel erudiet bronnenonderzoek gestoeld, ze zijn daardoor ook erg leerzaam in filosofisch of religieus opzicht en dus m.i. intellectueel heel bevredigend, maar ze zijn ook erg dubbelzinnig omdat de gekwelde geest van Steinn steeds door alle geleerde formuleringen heen kiert. Elk langgerekt, scherpzinnig en erudiet traktaat van Stein is tegelijk ook een onwillekeurig zelfportret van Steinn als uiterst getormenteerd mens. En juist dat onwillekeurige en impliciete zelfportret vond ik fascinerend en mooi getekend.
Laxness zelf verbleef als 21- jarige een jaar lang in een klooster, en beproefde gedurende zijn lange leven vele verschillende levensovertuigingen zonder ooit voor een dogma te bezwijken. Misschien heeft Steinn dus wel enige gelijkenis met de rusteloze zoeker die Laxness misschien deels zelf ook was. En misschien verwoordt dit boek, dat in 1925 gepubliceerd werd, wel een stemming van velen uit die tijd, zo kort na de verschrikkingen van WO I: "But all of Steinn's thoughts spun chaotically through his head, like cold suns in dead solar systems. He was situated opposite eternal life itself and there was no world in existence any longer where he could gain either a handhold or a foothold". Steinn lamenteert, op even vlijmscherpe wijze als Dostojevsky en Nietzsche, over een wereld waarin God dood is en waarin alles dus is toegestaan. Een wereld dus waarin (om met Nietzsche te spreken) de aarde van de zon is losgerukt en doelloos door het heelal en de leegte suist. Steinns wending naar het katholieke geloof lijken dan een poging om de wanhoop te boven te komen, de leegte te overwinnen, weer een nieuw ankerpunt te vinden. Maar ook op het toppunt van geloof blijven zijn gedachten, helaas, koude en dus uitgedoofde zonnen in dode zonnestelsels. Een besef dat niet bij hem expliciet opkomt, maar dat wel doorklinkt in de boven geciteerde woorden van de anonieme verteller. En een besef dat doorklinkt in het hoofd van Dilja, Steinns nicht, jeugdvriendin en versmade geliefde: "And the life of man is an attempt to arm oneself for war against the eternal horror that laughs behind the day. If the illusion is swept away and a man sees himself, it goes the same for him as for the fool: he discovers that comfort is found neither in Heaven or Earth, and then he dies".
Soms vond ik het boek wijdlopig, en ik vond wat weinig terug van die typische Laxnessiaanse humor waar ik zo van houd. Maar het heeft wel al de Laxnessiaanse trefzekerheid van stijl en vorm die ik aan zijn latere boeken zo bewonder. Het heeft zelfs meerdere stijlen: lange monologen van Steinn, al dan niet epistolair, worden afgewisseld met opmerkelijk absurdistische dialogen, met bijna picaresk aandoende reispassages, en - op steeds erg onverwachte wijze- met lange brieven van Dilja en van Steinns aan het leven lijdende moeder. Dat is goed voor de afwisseling en de leesbaarheid. Bovendien ontstaat daardoor een veelheid van perspectieven op Steinns levenslange zoektocht , wat het raadsel van die zoektocht nog vergroot en verrijkt. Dat raadsel wordt nog verder vergroot doordat de verteller zich van elke duiding en psychologische verklaring onthoudt: we proeven Steinns verwarde gekweldheid steeds tussen de regels van zijn verhitte woorden, we zien ook zijn paradoxale gedrag waarachter een enorme koortsachtige wanhoop lijkt te schuilen en een wereld van irrationele passie, maar de verteller geeft nergens een verklaring of een moreel oordeel. Daardoor, en door de af en toe wel heel opmerkelijke en onlogische sprongen in het verhaalverloop, kunnen wij als lezers niks anders doen dan meebewegen met deze raadselachtige, koortsachtige, gekwelde en vergeefs zoekende figuur. Zonder ooit een definitief oordeel over Steinn te kunnen vellen. Dus hebben ook wij, lezers, aan het einde van dit boek geen eindconclusie. Net zo min als Steinn. Behalve misschien de eindconclusie dat er geen eindconclusie is, en dat geen enkele levensbeschouwing ooit de vraag naar de zin van het leven beantwoordt.
Ik heb, nu ik ook "The great weaver from Kashmir" uit heb, alle in het Nederlands en/of Engels vertaalde boeken van Laxness gelezen. Daar ben ik blij om, want het zijn allemaal mooie en onderling ook heel verschillende boeken. Wel voel ik nu de verleiding om alles opnieuw te lezen, in chronologische volgorde, om zo wat beter te begrijpen hoe die geniale Laxness zich in zijn lange leven en carrière ontwikkeld heeft. Maar dat is voor later, niet voor nu: eerst nagenieten!