Het is nog niet uit, ik moet me dwingen om verder te lezen, het is niet interessant genoeg, wat een soort tapestry leek te gaan worden, met rijke inzichten, blijkt een banaal verhaal te zijn. We volgen drie lijnen, de handelingen der Apostelen (en die ken ik al want ik heb mijn Bijbel gelezen), de Romeinse keizers (en die ken ik al want ik heb mijn Suetonius gelezen) en the little people, een Romeins soldaat, getrouwd met een Joodse ex-slavin en haar broer de ex-gladiator. Die laatste zijn niet echt, en dat voel je, je voelt hoe hij zijn best doet ze te creëren, er geloofwaardige details tegenaan te gooien, en je vergeeft hen hun onechtheid maar niet hun saaiheid. Het interesseert me niet wat hen overkomt. En dus zit ik met twee verhalen waarvan ik het verloop al ken, en een dat me niet boeit. Het bouwt ook niet op naar iets, want we moeten de geschiedenis volgen dus het is picaresk waar het de apostelen betreft, dan doet Paulus dat en dan reist Petrus daar heen. Enz. Ik ben dus ontgoocheld, vooral omdat de eerste twee pagina’s de perfecte samenvatting zijn van wat ik denk over religie en ik dat soort kritische noot in de rest van het boek mis. De wonderen worden niet gepresenteerd als wonderen maar ook weer wel. Wat is het nu, Burgess? Ervaren de apostelen de Heilige Geest of niet? Ik snap dat hij niet rechtuit kan zeggen dat het allemaal onzin is, want dan kloppen zijn personages niet. Wat zou hun motivatie voor hun daden en martelaarschap zijn? Ze kunnen niet allemaal oplichters zijn, ze moeten zelf geloven, overtuigd zijn, en hoe kan dat als ze niet meemaakten wat ze meemaakten. Maar Burgess zelf gelooft niet in de wonderen. Hoe pak je dat dan aan als schrijver? Je gaat er snel overheen, zo doe je dat, neemt zelf geen standpunt in, laat af en toe een apostel zeggen dat het niet moeilijk is een verlamde te genezen die nog werkende benen heeft, en dat niemand echt uit de doden kan verrijzen, dat Lazarus in een coma lag, en af en toe een kritische opmerking van Luke, de dokter van dienst, maar tezelfdertijd beschrijf je Pinksteren wel als een niet te verklaren gebeurtenis. Ik ga het gewoon verder uitlezen, omdat ik nu al tweederde ver zit, maar ik kijk er niet naar uit. Wat bezielt iemand om al die research te doen en zoveel uren te spenderen aan iets dat volgens mij niet bijzonder aangenaam is om te schrijven, door de bronnen te beperkt om voluit te gaan, alleen in de perversies van de keizers kan hij zich wat laten gaan, maar dan had hij maar een tweede I, Claudius moeten schrijven. Maar ik las ergens dat het als voorbereiding van een televisiereeks was bedoeld, en dan snap ik het. Maar het maakt nog geen goed boek.
Het laat me wel met de vraag zitten: waar kwam die levenskijk, die wijsheid van Jezus vandaan, als hij een ongeletterde zoon van een timmerman was? Boeddha was een prins en Confucius kreeg een opleiding, net als Socrates. Die laatste leefde in een milieu waar discussie geprezen werd. Ik kan me niet voorstellen dat dit het geval was in het Jeruzalem in het jaar 30. Dat was een religieuze dictatuur, nooit bevorderlijk voor vrijdenkers.