fort vol. in-8, broché, 464 pp., index, bibliographie. Ride au dos, tranches salies, petit trou dans l'angle supérieur de trois feuillets. Sinon dans un état très convenable.
De intellectuele autobiografie van Jacques Schotte (1928-2007), een parcours van ontmoetingen en dialoog van de Gentse psychiater/analyticus met praktijk in Onderbergen. Wellicht het beste eigenlijke startpunt voor een kennismaking met diens levenswerk.
Schotte - hoewel in populariteit ondergesneeuwd - is een opmerkelijk sleutelfiguur in de Belgische psychiatrie. Hij geldt met zijn eigen persoon als een knooppunt (point de capiton) die als hoogleraar van de jaren 1960 tot 1994 in Franstalige Leuven een verbinding stelde in het weefsel van de na-oorlogse psychiatrie. Als sleutelfiguur die geldt als universele mens en polyglot stond hij tussen de Post-freudianen, institutionele psychotherapie, fenomenologische psychiatrie en Franse psychoanalyse. Steeds in kritische conversatie met de pioniers van biologische psychiatrie en psychofarmaca, zijn eigen collega's Roland Kuhn en Paul Janssens. Zo introduceerde hij de Lacaniaanse psychoanalyse in Gent.
De genoemde namen zijn talrijk en verrassend. Als meesterproject is er zijn "antropo-psychiatrie", hier biedt hij een kritisch antwoord op het adagium van psychiater Griesinger "geestesziekten zijn hersenziekten." Hierbij staat de mens in zijn existentie centraal, en niet het symptoom. Het is een project waarbij het onderscheid normaliteit en pathologie wordt gedeconstrueerd en op een continuüm geplaatst. De universele existentie is waar de mens onder lijdt, waardoor uit de existentie-analyse wordt geput. Het startpunt punt van Schottes wetenschappelijk onderzoek is de samenstelling van het driftleven volgens de lotsanalyse van de grootste invloed van Schotte, de post-freudiaan Leopold Szondi, waaraan een aanzienlijk deel van dit boek is gewijd.
Met talrijke afbeeldingen geloodst doorheen de verschillend ontwikkelingen van de tweede helft van de 20ste eeuw is dit een spannend parcours doorheen filosofie, psychiatrie en psychoanalyse, en een voorbeeld van multidisciplinariteit.