Ter introductie vertelt Herzberg dat hij aan zijn achtjarige kleinzoon over zijn familie schreef maar dat tijdens het schrijven wel eens vergaf. Boeiende inkijkjes in het leven van de arme emigranten, die uit Oost-Europa kwamen en naaar het Westen vluchtten. Zijn moeder had altijd heimwee naar de grote familie die met Pesach vereend was. Het boekje eindigt mooi met de anekdote over Moossie die de vijand rond de loopgraaf waarschuwde dat daar mensen lagen.