Dit vervolg op 'De weg naar Titicaca' (a.i. 90-40-188-3) speelt in het vrijwel geheel door de Spanjaarden veroverde Peru. De onderworpen Inka's beramen een opstand. Zij krijgen daarbij effectieve hulp van Diego del Banca, in de meeste hoofdstukken de centrale figuur, die steeds meer oog kreeg voor de belangen en rechten der Indianen, mede door toedoen van zijn Inkavrienden en Manta, zijn Inkavrouw, die ook een belangrijke rol in het boek speelt. Hoewel Diego de Indianen o.a. paarden leert gebruiken in de strijd, heeft de opstand geen succes; de Spanjaarden weten nl. gebruik te maken van het Inkageloof dat men met nieuwe maan geen krijg dient te voeren. Diego blijft de Inka's en Manta trouw. De schrijver heeft zich behoorlijk gedocumenteerd. De verteltrant is wel boeiend. Het grote aantal personen en gebeurtenissen veroorzaakt een zekere oppervlakkigheid. In de beschrijvingen ligt een zwaar accent op wapengeweld.
Berend Jager is geboren op 13 mei 1938 in Coevorden. Hij is getrouwd en heeft een zoon en een dochter. Zijn hobby's zijn reizen, lezen, klassieke muziek luisteren, fietsen, vissen, wandelen en het bestuderen van oude culturen. Hij was leraar op de basisschool in verschillende plaatsen in Nederland. Daarna werd hij leraar Nederlands op een middelbare school in Almelo. Tijdens de basisschooltijd schreef Berend Jager een aantal kinderboeken voor kinderen van 9 tot 12 jaar. Dat waren vooral dierenverhalen. Met één van die boeken, Eddo het hermelijntje, won hij een prijs.
Berends belangstelling ging steeds meer uit naar historische jeugdboeken, bestemd voor lezers van 10 jaar en ouder. Vooral de middeleeuwen en de oudheid vond hij interessant. Als Berend Jager een boek ging schrijven, deed hij eerst veel onderzoek naar de tijd waarin zijn verhaal speelt. De gebeurtenissen moeten in die tijd ook echt hebben kunnen plaatsvinden en historisch juist zijn. Bij het schrijven ging Berend Jager altijd uit van een werkschema.
Dat schema bevat het verhaal in grote lijnen, maar meestal verliep het schrijven heel anders dan hij zelf gepland had. Hij had daarom het gevoel dat het verhaal 'zichzelf' schrijft. Dat vindt hij juist het interessante van het schrijven: je maakt wel een plan, maar al schrijvend gebeuren er allerlei dingen die het verhaal een heel andere kant op sturen. Dat neemt niet weg dat er toch naar zijn idee een strakke lijn in het verhaal moet zitten. Het boek moet de lezer nieuwsgierig maken, zodat hij zich voortdurend afvraagt hoe de geschiedenis verdergaat.
De serie boeken over Reinoud van Nimwegen spelen zich af in de 15e eeuw in Nijmegen. In al die boeken is Reinoud de hoofdpersoon. In elk deel beleeft hij weer een ander avontuur. Je kunt ieder boek apart lezen, hoewel de beschreven gebeurtenissen in de verhalen elkaar wel opvolgen. Over de verovering van het Incarijk door de Spanjaarden gaat het jeugdboek De weg naar Titicaca. De Witte Condor is hier het vervolg op. Gevangene van het verleden beschrijft de ervaringen die de jonge hoofdpersoon Sander Keizer heeft als hij merkt dat hij herinneringen uit vorige levens kan oproepen. De sleutel van Magister Moria is een fantasyverhaal.
Het is eigenlijk wel handig als je eerst het eerste deel leest, De weg naar Titicaca. Dan begrijp je het verhaal veel beter, maar zonder is het ook goed te lezen.