De kern van de zaak (nota's voor later):
(leeswijzer onderaan)
Consensus en democratie zijn tegengestelde begrippen. Democratie is daarentegen het middel bij uitstek waardoor politiek (d.i. dissensus - Rancière gebruikt het concept hier nog niet, maar in zijn latere werk wel) tot uiting kan komen: "La démocratie est, en général, le mode de subjectivation de la politique" (p.139). Politiek is de onderbreking van politionele orde (la police). De politionele orde is de manier waarop de eigenlijk contingente sociale orde (aisthesis, la configuration du sensible, la partition du sensible) wordt voorgesteld als natuurlijk, logisch of gerechtvaardigd. Het is de orde die lichamen, stemmen, machten, collectiviteiten, groepen etc. hun plek geeft. "On appelle généralement du nom de politique l’ensemble des processus par lesquels s’opèrent l’agrégation et le consentement des collectivités, l’organisation des pouvoirs, la distribution des places et fonctions et les systèmes de légitimation de cette distribution. Je propose de donner un autre nom à cette distribution et au système de ces légitimations. Je propose de l’appeler police" (p.51). Rancière noemt dus "politie" o.m. wat in de volksmond "de politiek" heet.
De politionele orde stelt de gemeenschap voor als vertegenwoordigd door al zijn delen. Het is een dominerend systeem dat doet alsof alle mensen en groepen in de samenleving een gelijk deel zijn van het geheel. Maar in elke sociale orde is er een deel dat geen deel is (le part des sans-part, interne exclusie). Politiek is de actie waarbij dit deel dat geen deel is, een claim maakt op hun deel-zijn. Het is het aanwijzen van deze fout van ongelijkheid (le tort) in de politionele orde en de claim op gelijkheid die het wezen van het politieke uitmaken. "Il y a de la politique quand la contingence égalitaire interrompt comme « liberté » du peuple l’ordre naturel des dominations, quand cette interruption produit un dispositif spécifique : une division de la société en parties qui ne sont pas de « vraies » parties ; l’institution d’une partie qui s’égale au tout au nom d’une « propriété » qui ne lui est point propre, et d’un « commun » qui est la communauté d’un litige" (p.38-9).
Consensusdemocratie is dus een contradictio in terminis omdat de mogelijkheid tot consensus altijd al veronderstelt dat alle delen van het geheel vertegenwoordigd worden om een rationele deliberatie op te zetten. Het is - in Rancières termen - een politionele orde die de verschijningssfeer (sphère d'apparence) voor politieke actie wegneemt voor het deel dat geen deel is.
Politiek draait dus rond onenigheid (mésentente, later dissensus). Onenigheid is geen meningsverschil "entre celui qui dit blanc et celui qui dit noir. Elle est le conflit entre celui qui dit blanc est celui qui dit blanc mais n’entend point la même chose ou n’entend point que l’autre dit la même chose sous le nom de la blancheur" (12). Het gaat om de betekenis, invulling, uitvoering van concepten, voornamelijk gelijkheid (in de ontologische zin: gelijk zijn, niet louter een gelijk deel hebben). "La politique n’existe que par l’effectuation de l’égalité de n’importe qui avec n’importe qui en liberté vide d’une partie de la communauté qui dérègle tout compte des parties" (94).
Gelijkheid is echter niet inherent politiek. Geen begrip is inherent politiek. Waarom? "La raison en est simple. La politique n’a pas d’objets ou de questions qui lui soient propres. Son seul principe, l’égalité, ne lui est pas propre et n’a rien de politique en lui-même. Tout ce qu’elle fait est de lui donner une actualité sous forme de cas, d’inscrire, sous la forme du litige, la vérification de l’égalité au cœur de l’ordre policier. Ce qui fait le caractère politique d’une action, ce n’est pas son objet ou le lieu où elle s’exerce mais uniquement sa forme, celle qui inscrit la vérification de l’égalité dans l’institution d’un litige, d’une communauté n’existant que par la division" (p.55). Elk begrip kan politiek worden, indien het een polemische ontmoeting mogelijk maakt tussen de politionele orde en het deel dat geen deel is. Een actie is politiek indien het zich ent op een scheiding in de gemeenschap die ongelijkheid construeert, en die ongedaan probeert te maken.
Politiek is dus aporetisch, paradoxaal, een schandaal: het is een oneindige strijd om gelijkheid in de politionele orde te installeren, maar heeft zelf geen basis, geen fundament, geen essentie (95).
De traditie van de politieke filosofie is zelf deel van de politionele orde omdat ze deze aporie probeert op te lossen door oftewel de perfecte samenleving te construeren (archipolitiek, Plato), of door politiek te definieren als het gelijk deelnemen aan de politionele orde, afwisselend regeren en geregeerd worden (parapolitiek, Aristoteles) of door de radicale valsheid van de politionele orde aan te tonen en politiek (in Rancières zin) zowel als politie te proberen elimineren (metapolitiek, Marx) - p.100-125
Politiek en politie zijn volgens Rancière altijd aan elkaar verbonden. Politiek is oneindig, heeft geen basis, geen essentie, maar materialiseert - zeer zelden! - in de onenigheid en de actie (i guess?). Ze gebruikt de spanning tussen de zogenaamde, louter theoretische gelijkheid van alle mensen en burgers waarop de (huidige) politionele orde gebaseerd is (cf. Déclaration 1789), en de feitelijke ongelijkheid in de sociale realiteit, om gelijkheid voort te brengen (127-8).
Soit, da's de essentie. Als je het zelf wil lezen, begin bij het voorwoord van Rancière, en lees zeker H5 voor de kritiek op consensusdemocratie. Daarin zit de kern van zijn democratietheorie, alsook een poging om anti-migratiesentimenten te verklaren en zijn visie op de relatie tussen staat, economie en recht. In H1 staan de belangrijkste concepten, H2 en H3 bouwen daarop verder (het begin van H2 bevat het police-politique onderscheid, maar ik denk dat de kern wel echt in het voorwoord en H1 zit). H4 is een kritiek op de traditie van politieke filosofie, die heel moeilijk volgbaar is en niet zo heel relevant meer. Ik heb geen flauw idee wat H6 is, oprecht. Het is een poging om aan te wijzen waar politiek vandaag (dus anno 1996) kan materialiseren, maar verzinkt in besprekingen van negationisme, de relatie tussen geschiedenis en recht, filosofie en genocide, de banaliteit van het kwaad en de opkomst van het 'humanitair' discours.
Bon.