Jump to ratings and reviews
Rate this book

Duiven melken: Met verhalen uit Kraaltjes rijgen

Rate this book
Dutch

157 pages, Paperback

First published January 1, 1960

3 people are currently reading
12 people want to read

About the author

Simon Carmiggelt

181 books28 followers
Simon Carmiggelt (1913-1987) groeide op in zijn geboortestad Den Haag. Hij begon als journalist, aanvankelijk bij Het Vaderland, in 1932 bij Vooruit, de Haagse editie van het socialistische dagblad Het Volk, als toneel- en filmrecensent. Daar begon hij Haagse ‘cursiefjes’ te schrijven, onder de titel ‘Kleinigheden’.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte Carmiggelt via vrienden in Amsterdam betrokken bij het illegale blad Het Parool, waar hij instond voor de productie en de verspreiding. In het laatste oorlogsjaar was hij ook redacteur.

Na de bevrijding kreeg Carmiggelt bij Het Parool de leiding over de kunstrubriek. Vanaf oktober 1946 publiceerde hij weer zijn korte verhalen, aanvankelijk drie keer per week, later elke dag, die hij ondertekende met zijn nom de plume Kronkel. Tot zijn dood in 1987 verschenen er ruim 10.000. Hiervan koos hij er jaarlijks vijftig uit die hij in boekvorm publiceerde bij uitgeverij De Arbeiderspers. Hij las zijn verhalen ook voor, eerst voor de Vara-radio, later ook voor de Vara-televisie. Zijn populariteit nam zeer toe en bleek blijvend. In 1961 ontving hij de Constantijn Huygens-prijs en in 1974 de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
10 (30%)
4 stars
12 (36%)
3 stars
9 (27%)
2 stars
2 (6%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 5 of 5 reviews
Profile Image for José Van Rosmalen.
1,435 reviews26 followers
January 31, 2023
Duiven melken werd in 1960 uitgegeven en in 1975 in enigszins gewijzigde vorm opnieuw uitgebracht. Het bevat ruim veertig verhaaltjes, waarvan enkele in meerdere delen. Tot de hoogtepunten hoort het verhaal van Carmiggelt over zijn bezoek aan de oude Willem Elsschot, kort voor diens dood, in 1960, toen hij al erg ziek was en Carmiggelt aanvankelijk niet herkende. De bundel is zeer divers, met onder meer enkele verhalen over een poezenfamilie en met allerlei portretten van mensen, waaronder van een vroegere hoofdredacteur uit Carmiggelts begintijd als journalist die nu een krakkemikkige gezondheid heeft en van wiens vroegere glorie weinig over meer is. Ook aardig is het verhaal ‘ethiek’ dat op de Amsterdamse wallen speelt en waarin door de dames van de wallen tegenover de kinderen van een overleden man uit piëteit wordt gezwegen over de omstandigheden van zijn overlijden.
‘ Wat zal je zulke mensen met de waarheid treiteren? Dat laat maar een nare herinnering achter. Nee, zo is het beter. Nou kunnen ze met eerbied aan hem terugdenken. Dat wil toch ieder mens? Ik ook. Ik denk ook altijd met eerbied terug aan mijn vader. Aldus de ene prostituée tegen de andere. Dit verhaal werd gebouwd op feiten, verstrekt door de Amsterdamse politie, aldus het nawoord. Dus uit het leven gegrepen!
Profile Image for Bjorn Roose.
308 reviews14 followers
August 22, 2020
Best eigenaardig eigenlijk: ik heb meer dan dertig boeken van Simon Carmiggelt in mijn boekenkasten staan en de meeste daarvan gelezen, maar slechts één daarvan ooit besproken en dat ging dan over … een andere schrijver, Willem Elsschot (zijnde de bespreking van Ontmoetingen met Willem Elsschot).

Een kwaadwillig lezer zou kunnen denken dat ik boeken verzamel van een schrijver die ik in essentie niet weet te waarderen, maar dat is benevens de waarheid: ik heb de cursiefjes van Carmiggelt altijd zeer wel kunnen pruimen. Dat het cursiefjes zijn, is echter het probleem: een bespreking schrijven van een boek dat is samengesteld uit dat soort uit het leven gegrepen columns (want zo heten cursiefjes tegenwoordig) is nauwelijks doenbaar.

Ja, ik zou kunnen zeggen dat Carmiggelt “aangenaam” schrijft (grote literatuur is het natuurlijk niet, het zijn per slot van rekening dingetjes die in een krant zijn verschenen), dat hij bij tijd en wijle niet “gewoon” een glimlach op mijn lippen weet te krijgen maar ook een schaterlach aan mijn keel kan doen ontsnappen, dat het leuke stukjes zijn om voor te lezen, en dat de bundels natuurlijk een selectie van zijn betere krantenstukjes zijn, maar wat heeft u daar aan? Niets, inderdaad.

Waarom dan een uitzondering maken voor dit Duiven melken? Wel, omdat ik hier het voorlezen een paar keer onderbroken heb om bepaalde passages aan te duiden, wat me toelaat die hier te citeren. En een welgekozen citaat kan soms meer zeggen over een boek dan een hele hoop commentaar. Bij deze dus.

Bijvoorbeeld dit uit het stukje Een dagje: “De tram reed in Oud-Amsterdam door een straat vol plaatsen des vertiers. Een roekeloos opgeschilderde juffrouw zat voor een raam met opengeschoven gordijnen naar buiten te kijken met een gezicht vol eventuele beloften. U en ik zouden zeggen: ‘Zij lonkt,’ maar de politie, die zich óók weer van vaktermen bedient, noemt dat: ‘De vrouw vigileert.’ Dat is écht waar. Vraag het maar na – bij wijze van spreken dan. U moet natuurlijk niet allemaal, op mijn gezag, de zedenpolitie gaan opbellen om het te verifiëren, want die heren hebben het druk genoeg. Als u het mij vraagt is Amsterdam één grote zwijnepan. Maar los daarvan – wat valt er uit het bovenstaande te leren? Dat een buitenman, langs zo’n venster lopend, het best even roepen kan: ‘Mevrouw, vigileert u?’ Voorzichtigheidshalve, bedoel ik, want er bestaat altijd een kans dat ze antwoordt: ‘Neen meneer, ik geniet van het uitzicht.’”

Of dit, uit Allerhande: “Hij stopte de zak in het boodschappennet en wees op de krant, die er ook in zat. ‘Hier – Afrika ontwaakt,’ vervolgde hij. ‘Voor mij mag Afrika ontwaken. Maar ik vind het wel beangstigend en ik slaap er slecht van. Plak nou niet meteen een etiket op mijn voorhoofd. Zeg nou niet: Die man is tegen een ras. Want ik ben niet tegen een ras. Zwart, geel of bruin – ze mogen van mij allemaal twee ons allerhande. Maar ik kan het niet overzien. Kan jij het overzien, beste man? Vroeger wel. Toen ging ik naar vergaderingen en dan stond daar zo’n man op het toneel, een beetje een gluiperig iemand, weet je wel, die in de Kamer wou komen en die man riep dan: Eéns zullen de onderdrukte volkeren het juk afschudden en zich bevrijden van hun uitbuiters. Of woorden van gelijke strekking. En dan klapte je in je handen. Want je vond dat het gebeuren moest. Vind ik nog. Maar toch slaap ik er slecht van. Want het afschudden van jukken door onderdrukte volkeren is een mooi iets om naar te streven, maar het is verdomd vervelend om het mee te maken. Nou kun je zeggen: Man, jij bent een bange sufferd. Vroeger was ik je aangevlogen. Maar nu zeg ik: Ja, dat ben ik, een bange sufferd. Want ik heb geen klare kijk meer op de wereld. Ik ben onnozel, maar niet helemáál onnozel. Mijn vrouw wel. Mijn vrouw is helemáál onnozel. Als ik je nou toch vertel – laatst liet ik per ongeluk een flesje inkt omvallen op het tafelkleed. Wat dacht je dat ze deed? Ze huilde. Om dat rotkleed. In deze wereld en terwijl Afrika ontwaakt. Nou jij weer. Dan moet je toch knáp onnozel wezen.”

En ten slotte dit stukje uit In de stad, passend in een boekbespreking: “’Weet u wat het bezwaar van dit boekje is, meneer?’ vroeg hij. ‘Ik heb niet het flauwste vermoeden,’ zei ik. ‘Dan zal ik het u vertellen,’ sprak hij. ‘In de eerste plaats is het een vrolijk werk. Nou houd ik niet van een vrolijk werk. Dat is niet naar het leven. Ik heb het toch maar half uitgelezen, want je hebt wel boeken, die beginnen vrolijk, over mensen die het goed gaat en niks te mopperen hebben maar na twintig, dertig bladzijden, begint de narigheid. En dat lees ik graag – narigheid van andere mensen. Maar hier, in Edna, de droomvrouw, daar blijft het maar vrolijk. Maar dát moet ik niet. Als ik voortdurend lees over mensen, die zo’n lol in hun leven hebben, dan word ik knorrig. Van afgunst.’”

Wat de boeken van Carmiggelt aangaat: die zijn niet per se vrolijk, maar wel altijd leuk – hoe inhoudsloos dat woord ook mag geworden zijn - om te lezen. Je zal er niet knorrig van afgunst van worden, of kwaad, of de hele dag in een lachbui blijven steken, maar je zal je het lezen van zijn cursiefjes nooit beklagen. Voor wie dus heden ten dage nog into dat genre is: nooit laten liggen als je er eentje tegenkomt.
Profile Image for Johan D'Haenen.
1,095 reviews12 followers
February 22, 2018
Goede wijn behoeft geen krans... Cursiefjes van Carmiggelt lezen is als snoepjes eten, je smult en geniet ervan... lekker.
Displaying 1 - 5 of 5 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.