In 1953 voltrok zich in grote delen van Nederland een enorme natuurramp, veroorzaakt door een storm bij springtij. Fotografe Robin de Puy (°1986) portretteert zeventig jaar later een aantal bewoners van het eiland Goeree-Overflakkee, dat zwaar getroffen werd. Velen van hen hebben de Watersnoodramp zelf meegemaakt, anderen groeiden op in de schaduw van wat hun (groot)ouders hebben beleefd.
De opmerkelijke beelden worden begeleid door een reeks observaties van Maria Barnas (°1973). Zij schetst in rake, poëtische taal wat de geportretteerden zich herinneren van de nacht van de ramp en de dagen erna. Daarbij wordt duidelijk welke rol het water blijft spelen in het leven van ieder van hen.
Robin de Puy’s (1986, the Netherlands) photographs start with a desire to tell her own story through the faces of others. Whether it’s the freckled adolescent she noticed whilst refuelling in Wyoming, the Dutch author, poet and columnist Remco Campert, or the boy Randy she met in Nevada whilst on her American road trip, De Puy sees the camera as an aid to understand the deeply personal traits and histories of each person, and how they also reveal something about herself. Many of her encounters are fleeting; a heartfelt glance into the life of someone else before time resumes its frantic pace. In others, as with Randy, those same transient experiences blossom into profound and enduring relationships. Regardless of which ending they have, De Puy’s photographs are always imbued with a sensitivity and timelessness that encourages a slow gaze on the human condition. Her images are chances for genuine human connection, and through sharing with them with the world, allow us to take part in such moments.
Robin de Puy & Maria Barnas, Waters, Veurne, Hannibal Books, 2022, 114 blz., ill.; ISBN 9789464666199; € 39,95.
Uit mijn eigen herinnering werd ik twee keer geconfronteerd met stilte over wat zich in het verleden heeft afgespeeld. Mijn vader vertelde slechts op latere leeftijd over zijn dagen als soldaat tijdens de Achttiendaagse Veldtocht, alhoewel hij (en wij) dagelijks werd(en) geconfronteerd met de amputatie van zijn voet. Hij deed er het stilzwijgen toe. Hij leefde op dat gebied in zijn herinneringen En vanaf de jaren tweeduizend vroeg ik aan mijn internationale studenten in het kader van het vak interculturele communicatie naar hun ervaringen in het verleden. Merkwaardig genoeg wisten de vele Oost-Europese studenten haast niets over de tijd achter het IJzeren Gordijn, hun ouders hadden hen nauwelijks iets verteld. Ze verdrongen die periode en wilden er hun kinderen niet mee lastigvallen. Een Roemeense collega en vriend vertelde me dat zijn drijfveer hierbij vooral schaamte was. Ooit zal men ook proberen om deze leemte te vullen. Aan deze twee feiten moest ik terugdenken bij het lezen van het merkwaardige boekje Waters van Robin de Puy en Maria Barnas. Het boekje portretteert in woord en beeld het verhaal van mensen die de watersnood van 1953 in Nederland hebben meegemaakt of die er door de familie nu nog mee worden geconfronteerd. Ze laten mensen van meer dan negentig jaar, maar ook kinderen die nog tien moeten worden aan het woord. Op een poëtische wijze wordt hier een stukje orale geschiedenis neergeschreven dat beklijft: omwille van de eenvoud van de teksten, maar ook en vooral omwille van het indringend karakter van de gebeurtenissen. Het is dit jaar precies zeventig jaar geleden dat de Sint-Ignatiusvloed voor meer dan 1800 doden en ongekende ellende zorgde. De watersnood van 1953 leidde uiteindelijk tot de Deltawerken die Nederland tegen een dergelijke ramp moeten beschermen. In korte stukjes spreken de jonge overlevers van toen over hun ervaringen. Uit haast al die ervaringen blijkt ook wat ik in het begin van de recensie aanhaalde. De poging van mensen om te vergeten en/of te verdringen. Zo lees ik letterlijk bij de nu 72-jarige Jo Tanis-Meijer: “Een dokter zei tegen mijn vader: Als je nu wilt dat ze (de tweejarige Jo) het snel vergeet, moet je er nooit meer over praten”. Wat een mens bij een catastrofale toestand spontaan zelf doet, wordt hier door een arts als het ware als medicatie gegeven. Of zoals de 73-jarige Marianne Heestermans het zegt: “Het woord ‘trauma’ bestond toen nog niet. De huisarts zei: Aan de slag! Werken, dat is het beste medicijn”. Niet omkijken en voortdoen. Het begrip PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis) was al helemaal niet gekend. Wel integendeel. De diagnose van de beide artsen toen komt uit een ondertussen vervlogen tijd die in niets doet denken aan de begeleiding van slachtoffers van rampen heden ten dage. En in het feit dat de alwetendheid van huisartsen toch serieus heeft geleden onder het voortschrijdend inzicht en de toenemende kennis van de modale burger. Het is de verdienste van De Puy (die zelf afkomstig is uit Oude-Tonge, een dorpje dat meer dan 10% van zijn inwoners verloor) en Barnas dat ze de mensen aan het praten kregen en hen toch over vroeger deden nadenken. Op die manier wordt een stuk vergeten en verzwegen geschiedenis alsnog samengesteld en bij de grotere geschiedenis gevoegd. La petite histoire wordt toegevoegd aan het grote verhaal en maakt dat verhaal ook echt voelbaar. Dat levert naast de mooie beelden van fotograaf De Puy woorden op die blijven nazinderen door de indrukwekkende eenvoud die het vergeten verleden verbindt met het vertellende heden. Dat vind je bijvoorbeeld terug in het verhaal van de 69-jarige Wil Sangster-Los: “Mijn moeder was hoogzwanger van mij. Ik werd drie weken na de Ramp geboren. De eerste paar jaren heette ik Zus. Het was te pijnlijk vanwege de oudste, Willy, die was verdronken. Pas later werd ik Wil”. Via enkele teksten komen ook de kinderen en kleinkinderen aan bod. Ook door deze verhalen krijgen zij een veel intiemere kijk op de ramp van 1953 die door de herdenkingen toch in hun leven aanwezig is en laat begrijpen waarom sommige mensen dingen doen die net iets anders zijn. Zoals de 94-jarige Dies van den Ouden vertelt: “Als ik wegga, leg ik altijd een briefje neer. Dan weten ze waar ik ben”. Deze eenvoudige zinnetjes refereren aan het feit dat veel mensen voor hun ogen geliefden, vrienden, buren, … zagen verdwijnen. Meegesleurd door het nietsontziende water. Het water dat in het leven van de meeste geïnterviewden een belangrijke rol blijft spelen. De auteurs tonen met dit mooie boek dat herinneringen ook nu nog een verschil kunnen maken in de verwerking van traumatische ervaringen van zeventig jaar geleden en dat ze een lacune kunnen vullen die de officiële geschiedenis niet kon of wou invullen. De geschiedenis van gewone mensen tegen de onmenselijke kracht van de natuur, waarmee in het boek rechtstreeks ook de link wordt gelegd naar de verandering in ons klimaat. Uitgeverij Hannibal zorgde voor een uiterst verzorgde en kwalitatief hoogstaande uitgave die niet enkel de inwoners van Goeree-Overflakkee kan interesseren, maar hopelijk een veel bredere verspreiding zal krijgen. Paul Catteeuw
Met elk jaar dat er voorbij gaat, zijn er steeds minder mensen die de Watersnoodramp hebben meegemaakt. Het is daarom extra belangrijk dat hun verhalen verteld blijven worden. De verhalen in dit boek zijn indrukwekkend, maar hadden wat mij betreft uitgebreider gemogen. Deze mensen hebben meer te vertellen dan die paar korte zinnetjes.