De doodsdrift is altijd een omstreden concept geweest, ook voor Sigmund Freud zelf. Freud muntte het begrip ter verklaring van verschijnselen die hem rond 1920 steeds meer intrigeerden: doelloze herhaling, geestdodende inertie en pure agressie. Veel filosofen en psychotherapeuten lieten zich inspireren door Freuds analyse van de krachten die het leven van binnenuit tegenwerken en ondermijnen. De Franse filosoof Gilles Deleuze heeft de doodsdrift altijd kritisch en creatief benaderd. Hij herinterpreteert de freudiaanse doodsdrift als een metamorfose van Eros. Deleuzes nieuwe duiding van de doodsdrift is ook klinisch relevant, want ze werpt een verrassend nieuw licht op schizofrene waanzin. Maar welke prijs moet Deleuze betalen voor zijn nieuwe interpretatie? Kun je pure destructie en geestdodende inertie uit het leven wegmasseren? In De doodsdrift revisited onderzoekt filosoof Paul Moyaert de zin en de onzin van de freudiaanse doodsdrift in het licht van een deleuziaanse metafysica. Paul Moyaert (1952) is emeritus gewoon hoogleraar aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven. Eerder publiceerde hij Schizofrenie. Een filosofisch essay over waanzin en Hoe schizofrenie zich redt. Zijn essay Opboksen tegen het inerte werd bekroond met de Van Helsdingenprijs.
Ik zou willen dat ik een beter mens was en dit boek had uitgelezen. Maar op eenderde ben ik afgehaakt.
De chronologie. Ik was hier in september aan begonnen vanwege de cursus die ik hierover in december ga volgen, over dit boek, van Paul Moyart. Er waren dus redenen om dit te lezen.
Toen bleek dat ik er geen fuck van kon begrijpen zonder het boek te lezen dat hieraan ten grondslag ligt, over Freuds vrolijke doodsdriften. Begin oktober las ik dat, niet eenvoudig, ook hiervoor moest ik weer eerst samenvattingen lezen voordat ik het geheel begreep, maar ik heb moedig het einde bereikt, lekker bezig Inge, ouwe pseudo-intellectueel.
Daarna opnieuw begonnen aan dit werk van Paul Moyart, dat ging al beter. Maar op het moment dat hij voorbij het besprekende gaat en aankomt bij het interpretatieve, snap ik er echt geen fuck meer van (en dat is een eufemisme). Het idioom is me onbekend, de logica onlogisch, de richting onbekend, de relevantie onduidelijk. Ik snap nog meer van de Teletubbies. Dus ergens bij pagina, wat zal het zijn, 60, klapte ik deze breuklijn dicht en ging ik lekker graphic novels lezen. Heerlijk.
Nu, in november, om nog meer leed te voorkomen als ik aankom bij de bespreking van Deleuze (die al helemaal niet bekendstaat als een toegankelijk denker), lijkt het me het beste de handdoek vol doodsdrift definitief in de hoek te gooien. Als de cursus er is, snap ik het ongetwijfeld allemaal probleemloos. Pro-bleem-loos.
"want de geest wordt gezond wanneer hij in staat is om zonder angst vrij te reisen in alles wat de geest aan gedachten produceert."
fantastisch! een in kraakheldere taal geschreven vergelijkende analyse van Deleuze en Freud. Geschikt voor mensen die zowel meer als minder bekend zijn met Deleuze. Wat voor mij echter ontbreekt - sinds het boek lust en lustbevrediging bespreekt - is een stuk over Deleuze's onderscheid tussen plaisir en Joie.
Essay over twee onderwerpen/ 1) de eigenzinnige metafysica van doodsdrift en herhaling in Freuds tekst "Voorbij het lustprincipe (1920) in relatie tot de ontwikkeling van het driftconcept. 2) Daarop volgend Deleuzes bewerking en herwerking van deze metafysica. Problematiseert het idee van "Herhaling" via Deleuzes vroege werk "Différence et répétition" (1968).