OVER DE DODEN NIKS DAN GOEDS
Gebr is een verhaal cirkelend rondom een paar grote thema’s, die stuk voor stuk kundig uiteengezet worden. Deze onderwerpen zijn allen uit het leven van Van Lieshout geplukt. Denk hierbij aan de thematieken: homoseksualiteit en het verliezen van een gezinslid. Zelf komt Van Lieshout uit een groot gezin met meer dan tien kinderen. Op vrij jonge leeftijd is hij zijn vader verloren. Ook heeft hij inmiddels een relatie met een man. Hierdoor kan je stellen dat deze roman autobiografische kenmerken heeft. Je leest het verhaal als was het een dagboek, geschreven voor en door twee broers. In deze dagboeksfrases leer je beide broers kennen, levend of niet. Je leest over hun worstelingen met hun geaardheid en als groter thema het broederschap.
Wat voor de meeste lezers het opvallendste aspect is bij het lezen van dit boek, is de opbouw. Het moet gezegd worden, dit is ontzettend knap in elkaar gekunsteld. Als lezer word je meegenomen in het dagboek van een veertienjarige jongen, wie inmiddels overleden is. Wat hier zo bijzonder aan is, is dat dit dagboek nieuw leven ingeblazen krijgt, door de notities van zijn (levende) broer, die naderhand worden toegevoegd. Je leest mee met Lukas, de oudere broer, die worstelt met verschillende problemen, zoals: Rouwverwerking, autonomie en seksuele geaardheid. Het geraamte van dit boek is uniek in zijn soort. Natuurlijk is het concept niet baanbrekend, maar de manier waarop alle verhaallijnen vakkundig in elkaar vervlochten zijn, is ongeëvenaard.
Dan de grootste reden waarom dit boek voor mij zo hoog in het vaandel staat; De manier van denken, ergo schrijven over de seksuele geaardheid van beide broers. Dit is namelijk onwijs luchtig, doch realistisch beschreven. Ik denk dat dit voor iedereen, jong én oud, ontzettend relevante kost is. Het stilzwijgen van beide jongens is hartverscheurend en totaal begrijpelijk tegelijkertijd. Je wil ze vastpakken, beethouden en nooit meer loslaten. Eigenlijk net zoals ik dit boek wil vastpakken, beethouden en nooit meer wil laten eindigen.
Ik ben een docent in opleiding en ik droom van de dag dat ik dit boek klassikaal kan bespreken met mijn leerlingen. Ik zie mezelf al op de tafel zitten, net zoals mijn docente vroeger altijd deed, en met mijn klas twisten over al het moois dat dit boek te bieden heeft. Ik heb nog wat naslagwerk gedaan en voor zover mijn kennis reikt, is tot op de dag van vandaag geen boek verschenen met dezelfde thematiek. Homoseksualiteit wordt benoemd in educatiecampagnes, protesten en mentorlessen, maar nooit zie je het voorbijkomen in jeugdliteratuur van dit niveau.
Het enige minpunt wat ik zou kunnen bedenken, als het dan écht moet, is het feit dat je de emotionele belevingswereld van beide ouders niet erg meekrijgt, terwijl het boek toch ook zeker draait om het wegvallen van een zoon, broer, gezinslid. Natuurlijk krijg je af en toe wel wat mee van hoe beide ouders dit ervaren en hiermee omgaan, maar echt zoden aan de dijk zet dat niet. Er zit in mijn ogen een vrij grote kloof tussen wat je in eerste instantie meekrijgt, om vervolgens door het hele boek heen een verbrandingsritueel boven het hoofd te hebben hangen. Hier zit een hiaat in, wat ik geprobeerd heb te doorgronden, maar niet lijkt te lukken. Misschien omdat ik (goddank) geen zoon ben verloren.
Normaal gesproken hecht ik weinig waarde aan autobiografische elementen in een verhaal, maar op de een of andere manier voegt het in dit geval waarde toe. Waar het normaliter bijna een zoektocht naar ‘de waargebeurdheid’ lijkt te worden, is in dit verhaal op een hele integere manier omgegaan met vergaarde levenservaring. Sommige fragmenten grijpen naar de keel, andere zijn hartverwarmend en weer andere fragmenten zitten vol humor en zelfspot.
Afsluitend volgt hier een lofzang zoals je hem niet vaak ziet. Deze roman zit geniaal in elkaar, de verhaallijnen zijn briljant met elkaar vervlochten, de personages zijn met fluwelen handschoenen voorzichtig uit steen geboetseerd. Alles, maar dan ook alles, is tot in de decimaal nauwkeurig met elkaar in balans. Dit is een boek, zoals een boek moet zijn. Hoe het een behoorlijk Nederlandsjuf betaamt, sluit ik af met: ‘Verplicht op ieders leeslijst!’. En als ik ieders zeg, bedoel ik ook ieders. Campert zei ooit: ‘Poëzie is een daad’. Gebr. is een verademing.