Wanneer Florries liefdeloze tante overlijdt, moet Florrie het huis verlaten. Ze vindt werk in De Meihof, een landhuis aan de Amstel. Hier verblijft een aantal eigenzinnige gasten, waaronder een kunstschilder, een kunsthistoricus, een gepensioneerd echtpaar, de medewerkster van een uitgeverij, een musicoloog en de weduwe van een beeldhouwer. Met de komst van Florrie veranderen de onderlinge verhoudingen en al snel is niets meer hetzelfde. In haar nieuwe roman beschrijft Mensje van Keulen een groep mensen die elk op hun eigen wijze hun leven leiden binnen de afgebakende grenzen van een pension. De laatste gasten onderstreept haar talent tragedies en vreugdes van levensechte personages te vangen in een meeslepende roman, die een verrassende wending kent. (bol.com)
? Ik was eigenlijk op zoek naar weer een bundel korte verhalen van deze auteur, maar toen zag ik bij mijn bieb deze kleine roman van haar... 🤔 Haar schrijfstijl kwam me inmiddels bekend voor...het verhaal was aardig, had iets van een Agatha Christie verhaal of "Murder She Wrote" alleen dan zonder moord maar wel een mysterie dus...: het was een leuk boekje voor tussendoor, niet minder en niet minder ;-) MW 4/3/23
Vind je kunst de max, dan is dit boek iets voor jou. Zelf vond ik het één van de mindere boeken die ik gelezen heb. De schrijfster schrijft het boek in de ik-vorm. Door het gebruik van vele details en terugkoppelingen naar het verleden , is het niet zo gemakkelijk om de verhaallijn te volgen. De terugkoppelingen komen er steeds wanneer ze iets moet doen met haar twee vingers die ze bezeerd heeft aan het scheermes van haar tante. Door de wonde niet fatsoenlijk te verzorgen blijven deze pijn doen. Als Florrie, het hoofdpersonage, gaat werken in het pension 'D'Meihof ' komt ze in contact met zeven eigenzinnige mensen. Ze komen allemaal uit de kunstwereld. Deze personages worden met naam omschreven maar doen zich echter anders voor, dan dat ze in werkelijkheid zijn. Dit maakt het ook moeilijk om de gesprekken tussen de verschillende gasten te volgen De gesprekken die ze voeren zijn zeer diepgaand, kwetsend en kleinerend. Om deze gesprekken weer te geven gebruikt de schrijfster soms moeilijke woorden en onderbrekingen door te vertellen wat Florrie ziet of hoe ze zich daarbij voelt.
Het boek genaamd De laatste gasten geschreven door Mensje van Keulen heeft mij niet echt aangesproken. Het begin vond ik redelijk saai en er was niets dat mij aansprak. Verder in het verhaal kwam er een beetje spanning in wat het leuker maakte en hierdoor las ik met meer interesse de rest van het verhaal.
De 19-jarige Florrie woont in bij haar heel vervelende tante Lena die een kapsalon exploiteert. Florrie moet daarin wel bijspringen. Ze is op 4-jarige leeftijd bij haar tante in huis gekomen, toen haar moeder stierf. Zelf kan Florrie zich daarvan nauwelijks iets herinneren, maar haar tante heeft ooit verteld dat ze indirect schuldig is aan de dood van haar moeder. Die had een cadeau voor Florrie gekocht (een aquarium) en ze had dat ’s nachts in haar kamer willen zetten. Het glas was te zwaar en ze was daarmee gevallen: een stuk glas was recht door haar oog gegaan tot achter in de hersenen. Daardoor had Lena een grote hekel aan het kind Florrie en dat stak ze niet onder stoelen of banken. Het was een vrijgezelle tante, maar ze liet zich tegen betaling ook nog wel door haar mannelijke klanten seksueel verwennen. Zo was er o.a. de ex-bokser Rudie Hus, die zich liet knippen en daarna met haar het bed in dook.
Wanneer de roman begint, krijgt Lena haar tweede en naar later blijkt fatale hersenbloeding. Na een dag sterft ze in het ziekenhuis en Florrie kan er geen traan om laten. Ze laat haar tante in alle eenzaamheid cremeren en strooit de as later zelf op een wat minder respectvolle wijze in de rivier uit. Ze ondervindt nog wel verontwaardiging van de weinige vrienden die Lena had. Rudie Hus bijvoorbeeld kan het maar slecht verdragen dat Lena zonder zijn medeweten al gecremeerd is. Aan de andere kant vraagt hij Florrie of die hem tegen betaling seksueel ter wille kan zijn. Ze weigert en hij zweert wraak.
Maar de van buitenlandse afkomst zijnde huiseigenaar wil haar op straat zetten. Hij dreigt haar uit het huis te gooien en Florrie moet op zoek naar werk. Zo is ze o.a. werkzaam in de horeca en als garderobejuffrouw in de Stopera, waar ze Salomé enkele keren ziet opvoeren. Salomé is het symbolische voorbeeld van de femme fatale. De danseres die de profeet het hoofd liet ontnemen. Daarna wil ze toch wat structureler werk en via een kennis komt ze aan het adres van Alice Müller, de directrice van een pension met bijzondere gasten, die haar bovendien onderdak kan aanbieden. Bij het afscheid van het huis van haar tante heeft Florrie zich gesneden aan het scheermes van Lena en die wond in haar vinger blijft nog enkele dagen zweren. Het wordt een litteken , waardoor ze altijd aan haar tante zal worden herinnerd: die periode was natuurlijk ook een litteken op haar ziel.
Daartegenover staat dat ze het vanaf het begin goed kan vinden met de directrice van het pension, die haar heel aardig tegemoet treedt en haar een bovenkamertje als woonverblijf aanbiedt. Het is een heel klein kamertje, maar Florrie is er erg tevreden over. Ook vindt ze het werk in het pension wel leuk, want ze hoeft niet zo veel te doen en ze ontmoet een flink stel interessante gasten: het zijn allemaal kunstenaars en wetenschappers, want in de stichtingsvoorwaarden van de vorige eigenaar was die bepaling opgenomen.
Zo is er de kunsthistoricus Emile Waterman die veel zegt te weten van de kunst en vaak geraadpleegd wordt bij de organisatie van tentoonstellingen. En de kunstschilder Faan Fagel die steeds maar portretten van Florrie wil nemen en haar ook nog een seksueel tracht te benaderen. Claudia Tutein is de dweepzieke weduwe van de dwerg Bennie over wie ze een boek wil schrijven, de lichtelijk neurotische jonge dame Daphne en het vreemde echtpaar Stalpert. En de musicoloog Herman van Peski. Allemaal bijzondere gasten in het pension, die met elkaar tijdens de maaltijd keuvelen over de kunst, het leven en de waarheid. Het lijkt allemaal zijn gangetje te gaan, maar door de komst van de jonge Florrie verandert er wel wat in het pension. Ze steekt allereerst wel wat op van de gesprekken die aan tafel worden gevoerd, maar ze kijkt toch ook haar ogen uit bij de dingen die zich voltrekken binnen haar gezichtsveld. Een van de eerste dingen die haar opvalt is het stelen van levensmiddelen van de kokkin Mia. Als ze er later wat van zegt, blijkt dat deze Mia over informatie over Florrie beschikt, en laat merken dat ze zelf ook niet zo’n lieverdje is geweest. Er heerst een soort doem over het pension en de gebeurtenissen worden door de komst van Florrie als een soort katalysator bespoedigt. Het begint met het knippen van de haren van de weduwe Tutein. Die is daarover heel verheugd en ze doet uitspraken over de malafide praktijken van Müller: die laat tegen de regels in de gasten langer dan drie maanden in het pension wonen door steeds hun naam te veranderen. Dan ook mag Florrie de haren knippen van Daphne en begint Faan Fagel buitengewone interesse voor haar te tonen. Dezelfde Faan Fagel brengt het slechte nieuws pas echt aan tafel.
Hij heeft gemerkt dat Emile Waterman niet de persoon is die hij aangeeft te zijn. Hij zit waarschijnlijk niet in het weekend in Engeland, hij is niet de bekende kunsthistoricus die hij beweert te zijn en Faan strooit steeds meer verkeerde informatie over Waterman over de tafel.
Hij heeft ook in diens kamer gesnuffeld en cursusmateriaal van kunstgeschiedenis aangetroffen alsmede plaatjes van naakte jongens. Zou hij niet getrouwd zijn en misschien wel homo, suggereert Fagel.
De andere gasten zijn heel erg verbijsterd, maar ze willen er niet met Waterman over praten, maar als hij er niet bij is , vliegen de roddels over tafel. Alice besluit om het driemaandelijkse contract met hem niet te verlengen. Maar Waterman voelt nattigheid bij terugkomst. Daarna zijn er nog twee dingen die de pensiongasten beroeren. De eerste is dat Alice een brief van de Stichting krijgt waarin staat dat het contract voor het pension wordt beëindigd. Ze hebben waarschijnlijk een tip gekregen dat Alice manipuleert met gegevens en Fagel laat doorschemeren dat dit ook de schuld van Waterman is. Die wordt steeds minder geliefd wanneer er ook iets gebeurt met het hondje Victor (koosnaam Tuti) van Claudia. Eerst is hij verdwenen maar enkele dagen later wordt hij aan een touw aan de deurknop vastgebonden: kaalgeschoren en verwond. Claudia is helemaal van slag en opnieuw krijgt Waterman de schuld. Het is intussen een soort Pension Hommeles geworden, want iedereen geeft de schuld van alles aan iedereen. Ze zijn ook lang niet meer zo aardig als daarvoor. Stuk voor stuk zeggen de gasten hun afscheid aan en ten slotte zijn Alice en Florrie nog over. De laatste voelt zich ook wel schuldig aan de gebeurtenissen. Is Rudie Hus misschien niet de dader van de aanslag op Victor: is hij haar achterna gereden en heeft hij wraak willen nemen? Alice stelt haar gerust. Dat zal zeker niet het geval geweest zijn.
In hoofdstuk 23 vertelt Florrie dat ze daarna nog 8 jaar heeft samengewoond met Alice voordat die stierf aan een hartkwaal. Bij de crematie wordt ze weer herinnerd aan het overlijden van haar tante.
In de epiloog (…) vertelt Florrie dat ze later nog eens in Den Haag geweest is bij het Mauritshuis. Ze had navraag gedaan bij een werkneemster van het museum en die vertelt haar dat Waterman inderdaad een heel goed directeur van het museum is geweest, inderdaad in Engeland een zieke vrouw had zitten en een prima mens voor de samenleving is geweest. Ook was hij een groot Vermeerkenner. Bij het horen van die informatie schaamt Florrie zich opnieuw dood en neemt plaats op het terrasje.
Het boek voelt de hele tijd "heel gewoontjes" aan, hoogstaande literatuur kan je het bezwaarlijk noemen, maar het einde was dan toch weer verrassend en liet het verhaal een sterretje stijgen in mijn achting.
Ik raad dit boek niet aan om te lezen. Het verhaal is heel langdradig met veel details over elke situatie. Als je hier van houdt, is het boek wel aan te raden. Persoonlijk vond ik het niet echt boeiend omdat er vaak lange pagina's waren over hetzelfde onderwerp. Ik kreeg het gevoel alsof het verhaal niet vooruit ging.