Een biografie van Sjostakovitsch door een musicoloog. Redelijk zakelijk opgeschreven, (daarom maar 4 sterren) maar wat een verhaal! De paranoia in de Stalintijd, eerst voor de tweede wereldoorlog en vervolgens na de tweede wereldoorlog. Door merg en been gaat de beschrijving hoe Sjostakovitsch iedere avond bij de lift van het appartementencomplex staat met zijn koffertje, omdat hij verwacht dat hij opgehaald zal worden door de geheime politie. Zo zal zijn gezin niet wakker worden. Hij wordt niet opgehaald, want hij schrijft ook mooie filmmuziek en Stalin is gek op film, maar vrienden om hem heen verdwijnen stuk voor stuk en komen nooit meer terug. Tijdens het beleg van Leningrad word Sjostakovitsch weer gerehabiliteerd, om vlak voor het einde van WO II weer uit de gratie te raken, en na de dood van Stalin er weer in. Ook als je niet van muziek houdt, kun je het lezen als een geschiedenis van de Sovjet Unie, het leven van Sjostakovitsch begint immers vlak voor de revolutie en eindigt vlak voor de perestroika.
Het leest als een stoptrein door de vele details en soms bijzondere woordkeus, maar alsnog grijpt het verhaal van het genie, volledig in de greep van de totalitaire politiek, je bij de keel.