Over de brug in het dorp komt een prachtig rijtuig met een nog prachtiger paard aanrijden. Dik Trom herkent vrijwel meteen het paard, de hond die uit het rijtuig springt en de meneer op de bok. Het is meneer Costes die een dag uit jagen gaat op eenden. Hij vraagt of Dik meegaat om het te helpen met het dragen van zijn spullen. Dik aarzelt niet lang, want een kans op zo'n avontuur krijg je niet vaak. Tijdens de jacht vindt Dik een ooievaar die door een andere jager in zijn vleugel en zijn poot is geschoten. Hij wil het beest mee naar huis nemen om het te verzorgen. hij hoopt dat de ooievaar snel zal opknappen, maar komt er algauw achter dat dat niet meevalt. Dik moet namelijk heel veel kikkers vangen om de honger van de ooievaar te stillen. Bijna al de tijd die hij vrij is, moet hij besteden aan het vangen van kikkers, kikkers, en nog een kikkers. Wel honderden!
Een verhaal dat letterlijk uit een periode 100 jaar geleden geplukt werd. Waar kattekwaad en een draai-om-de-oren als vergelding nog doodnormaal waren. Een simpele tijd toen kinderliefhebbers nog geen pedofielen waren, kwajongens geen criminelen en meisjes gewoon meisjes mochten zijn. Toen dit in 1931 voor het eerst gepubliceerd werd was het gewoon uit het alledaagse leven gegrepen en voor iedereen duidelijk herkenbaar. Een beetje later kwam wereldoorlog twee en zou niets nog hetzelfde zijn. Cornelis Johannes Kievit is terecht beroemd geworden met zijn verhalen over Dik Trom en zijn vrienden en vijand Bruin Boon en niet te vergeten Flipsen. Een idyllisch dorpje waar de schoolvakantie nooit veraf is, meestal de zon schijnt, vriendelijke doch eenvoudige mensen wonen die met respekt opkijken naar schoolmeester, dokter en burgemeester. Stereotiep maar net daardoor zo heerlijk nostalgisch. De schrijfstijl is al even eenvoudig als het verhaal, laagdrempelig, zonder dubbele bodems, recht uit het hart.
I've been reading Dutch books to keep up my Dutch. Dik Trom is a fun book about a big-hearted Dutch boy who likes to have fun. I thought it was pretty good.