'De witte' is een verzameling gebeurtenissen in een zinderende zomer in het leven van de ca. tien- tot twaalfjarige hoofdpersoon, die zijn bijnaam dankt aan zijn witte haar. Deze boerenjongen leeft rond ca. 1900 in het platteland van Vlaams Brabant (Zichem, waar Claes zelf is opgegroeid), waar telefoon, radio noch auto nog bekend zijn. De Witte wordt voorgesteld als een vrijheidslievende buitenmens, wiens verlangens sterk contrasteren met de bedrukte sfeer van school, kerk en het ouderlijk huis. De katholieke geloofsleer hangt als een donkere deken over het boek, en Claes laat zijn jonge personages hier graag mee spotten. Erger nog zijn de vele lijfstraffen die de Witte thuis en op school te verduren krijgt. Hierdoor krijgt het boek, dat ooit als humoristisch te boek stond, een zekere zwaarte.
De premoderne, 19e eeuwse wereld van 'De Witte' is zeker er een van het verleden, en voor een groot deel is dat het een goed ding, maar wanneer Claes rept over vele buitelende leeuweriken, dan voel je pijnlijk hoe ook zij met de moderniteit zijn verdwenen...
Claes' stijl en onderwerp maken hem sterk verwant aan Stijn Streuvels en Felix Timmermans. De laatste heeft de houtsnede-achtige illustraties in deze uitgave verzorgd.
'De Witte' heeft geen vastomlijnd verhaal, en erg veel gebeurt er eigenlijk ook niet in het boek, maar de levenslust spat er van af, en de dialogen in Vlaams-Brabants brengen de personages erg goed tot leven. Alles opgeschreven in heerlijk ronkend Vlaams. Het is alleen jammer dat het boek zo abrupt eindigt.