Gedurfd vorm- en stijlexperiment over feiten en fictie in geschiedschrijving. Knap boek, dat alleen wel wat aan warmte en meeslependheid mist.
Vorm- en stijlexperiment
Clausewitz is een groot vorm- en stijlexperiment met verschillende verhaallijnen. Naast het verhaal van een promovendus die het zich gemakkelijk wil maken met plagiaat, is het een deel van zijn onderzoek zelf naar een fictieve schrijver, compleet met bronnen en nep-interviews. Tenslotte is het boek ook een soort tijdsbeeld van de kunstenaars-scene in de jaren 70 (en 80?), via de beschrijvingen van deze fictieve schrijver en interviews met tijdgenoten. Een soort fictie-historie, of zoiets - geen idee hoe je dit moet noemen, volgens mij is het hartstikke nieuw wat De Vries hier doet.
Studentikoze relatie
Goed gelukt is de geestige typering van de studentikoze relatie tussen de hoofdpersoon en zijn broer, misschien een beetje ballerig zelfs, met leuke plagerige dialogen en passages - niet te citeren want uit context werkt het niet. Kleine studentikoze grapjes zoals Master Meester (afgestudeerd in Rechten) en Doctor Dokter (gepromoveerd in Geneeskunde). Telkens weer een nieuw verhaal om de bijnaam van de hoofdpersoon, 'Neus', uit te leggen. Deze verhaallijn gaat over de hoofdpersoon, zijn broer en moeder, zijn vrouw en het kind dat ze niet krijgen, zijn vreemdgaan - dat overigens een losse flodder blijkt. Zelf vond ik deze verhaallijn het meest geslaagd en lezenswaardig.
Een verhaal met een kop en een staart
Ergens aan het eind van de eerste helft van het boek, in een geïsoleerd hoofdstukje van een pagina lang, lezen we: "Wat zijn feiten? Ze vertellen niet meer van iemand dan aangespoeld wrakhout vertelt van het schip waaraan het heeft toebehoord." Dit is een sleutelzin om aan te geven dat de poging die de hoofdpersoon onderneemt om een verdwenen schrijver te reconstrueren, bij voorbaat verloren is. Misschien wil Joost de Vries, zelf historicus, hiermee een statement maken over zijn vakgebied: wrakhout sprokkelen en er achteraf een verhaal bij verzinnen. Misschien is dat precies wat hij ons in deze roman laat zien met deze fictieve schrijver die maar niet tot leven wil komen: dat geschiedschrijven eigenlijk een vorm van literatuur, van fictie is. "We hebben allemaal een verhaal nodig, zei ik. Met een kop en een staart. Dat geeft houvast." En verderop: "Een verhaal met een kop en staart begon zich te vormen, zei Joost, precies wat we allemaal nodig hebben." Gaat dit boek achter alle franje hier over, over hoe we van al het wrakhout dat ons leven is, een verhaal met een kop en een staart moeten zien te maken?
Bij momenten wat saai
In die historie-achtige beschrijvingen zit ook een zwakte. Ze zijn voor de liefhebber misschien smullen, maar ik vond alle bronnen voor het promotieonderzoek, de nep-interviews, de overlijdensadvertenties, memoire-achtige beschrijvingen van niet-bestaande mensen over de niet-bestaande schrijver bij momenten wel wat veel van het goede. Dan vond ik het saai en dacht: De Vries, je kunt het verrekte goed, maar nu heb je je punt wel gemaakt. Te fragmentarisch, teveel alleen maar vorm en stijl. Het toppunt is de fictieve selectie uit het werk van de niet-bestaande schrijver op 60% van het boek, compleet met voetnoten. Andere schrijvers hebben fictieve schrijvers als personages opgevoerd, onlangs nog Niña Weijers (zie: De Consequenties met Bas Jan Ader) en Houellebecq (zie: Onderworpen met J.K. Huysmans). Dat van die voetnoten doet Houellebecq al in zijn vroege boeken als een dikke vette middelvinger naar intellectuelen: quasi-wetenschappelijk verwijzen naar postordercatalogi... Meesterlijk vond ik dat, en om te gillen zo grappig. De Vries doet het wel virtuoos, maar serieus. Als hij het ironisch bedoelt, dan is het wel heel onderkoeld 'tongue in cheek'. Vanwege de brille lees je toch door.
Kunst is dingen ervaren
En dan stuit de hoofdpersoon in zijn onderzoek opeens op een verlopen oorlogsfotograaf. Die vertelt ooit een nachtelijke dialoog met een man - de verdwenen schrijver? - op een Grieks strand over kunst te hebben gehad. Kunst is gevaar lopen, dingen ervaren, zoeken naar jezelf. De fotograaf vindt het allemaal cliché en 'old school', waardoor je je als lezer weer op het verkeerde been gezet voelt. Telkens dat spel van wat echt is en wat fictie - knap gedaan, meneer De Vries. De nep-schrijver lijkt gevonden, gelijk gevolgd door een foto van een blikseminslag.
Literaire verwijzigen?
Ik vermoed dat het boek allerlei verwijzingen naar andere bevat, maar ben te weinig ingewijd om ze te herkennen en ervan te kunnen genieten. Zo lijkt De Vries te verwijzen naar Hermann Hesse, met nep-titels als 'De Steppenruiter', 'Sanhedrin' en 'Nacht in het Avondland' (vergelijk 'De Steppenwolf', 'Siddharta' en 'Reis naar het Morgenland'), en dat hij de nep-schrijver een utopist laat zijn ('Het Kralenspel', Hesse's laatste roman, gaat over een utopie). Ik kom deze vergelijking nergens anders tegen, dus hij zal wel niet kloppen... Natuurlijk wel die naar Bordewijks Bint. Hoe die precies werkt ontgaat me, omdat het zulke andere personages zijn. Dantes Inferno en de bijbel komen nog even langs. Misschien betekenen al die hints juist niets, en zijn ze alleen maar suggestie, dwaalspoor. En is de Joost (beste vriend, studiegenoot, van de hoofdpersoon) in het verhaal een verwijzing naar Joost de schrijver? Een beetje lezertje misleiden ;-)?
Nieuwe garde jonge schrijvers?
Vergis ik me of is er een nieuwe garde schrijvers aan het bloeien? Niña Weijers, Joost de Vries, Inge Schilperoord, Stephan Enter, Maria Stahlie - oké, die laatste twee zijn al best wel lang bezig, maar toch. Hartstikke goede schrijvers, mooie boeken. Ieder zo met eigen mitsen en maren, maar het werd tijd dat de Nederlandse literatuur weer meer om het lijf kreeg dan Mulish, Hermans, Reve, Wolkers etc etc en zeker meer dan de flauwe scenario-achtige kost over Amsterdam-Zuid, Ibiza, drank, drugs, party en geld verdienen... Lang leve de nieuwe schrijvers!