Twee verhalen over Molukse jeugdjaren in de koude, kale Hollandse polder. In Frans Lopulalans verhalen speelt de vaderfiguur, een ex-KNIL-militair, een belangrijke rol. Hij staat model voor alle Molukse vaders die in de kracht van hun leven naar Nederland werden getransporteerd en in de kampen hebben geprobeerd hun kinderen in de strenge oosterse tradities op te voeden. De schrijver trekt zich het lot aan van die stoere mannen van weleer, die hun jaren van ouderdom lijdzaam uitzitten in Hollandse doorzonwoningen, wachtend op het einde dat meedogenloos afrekent met elke illusie.
Autobiografisch verhaal over een kind opgroeiend in een Moluks barakkenkamp in het naoorlogse Nederland. Zonder een uitgesproken identiteitsverhaal te worden, toont het de hechtheid van een Molukse gemeenschap en de scheiding in de Nederlandse samenleving.
Naar verluidt de eerste roman over het gedwongen leven van de Molukkers in Nederland. Het boek bestaat uit twee delen: het eerste beschrijft het leven als kind in een kamp in Woerden. Het tweede het afscheid van de vader, dertig jaar later.
Aanvankelijk kwam het eerste deel mij nogal naïef over, maar het tweede deel zet het op zijn plaats. Het geheel zet de tragische positie van de Molukkers in Nederland, en de nalatigheid en discriminatie van de Nederlanders, stevig neer.
Goed boek, geschreven op een hele fijne manier. Regelmatig een brok in de keel door het hechte familiegevoel dat dit boek uitstraalt. Ook een aanrader als je snel een goodreadsdoel wil halen
Ik vond dit boek - het eerste literaire proza door een Molukse schrijver die in het Nederlands werd gepubliceerd - zeker de moeite van het lezen waard, aangezien het verhaal exemplarisch is voor het lot van de Molukkers in Nederland, dat mij eigenlijk in zijn details onbekend was. Na de oorlog kwamen zo’n 12.000 Molukkers, vnl. Ambonezen, tegen hun zin naar Nederland, waar ze onder erbarmelijke omstandigheden werden gehuisvest, o.a. in voormalig kamp Westerbork. De mannen hadden als soldaat voor Nederland gediend in het KNIL. Ze hoopten op een eigen Molukse staat en in die veronderstelling gingen ze uit van een kortstondig verblijf in Nederland. Ze voelden zich bedrogen, toen de Nederlandse overheid hen in de steek liet. Dit boek is het persoonlijke verhaal van een Molukse jongen die in Woerden opgroeit in een barakkenkamp (eerste deel) en vervolgens als volwassen man afscheid moet nemen van zijn vader (tweede deel) 3,5 ster.
Dat Frans Lopulalan in Onder de sneeuw een Indisch graf over zijn eigen leven schrijft voel je meteen aan de intieme sfeer die het boek ademt. In het eerste deel van het boek, dat zich afspeelt in zijn jeugd, beschrijft hij teder de veerkrachtige, naïeve manier waarop hij zijn kinderleventje leed in de periode dat de Zuid-Molukkers door de Nederlandse in nota bene de oude concentratiekampen uit de net afgelopen Tweede Wereldoorlog gehuisvest werden. Hierbij ligt de focus op het gezinsleven in huize Lopulalan. Wat me vooral bijgebleven is, is het gevoel van betrokkenheid van de kinderen bij het welzijn van de ouders. De gezinseenheid als een echte eenheid. Dit overigens zonder sentimentaliteit.
Het tweede deel beslaat de periode rond de dood van zijn vader. De stemming is nu helemaal omgeslagen. Lopulalan is een jonge man, en woede en frustratie broeien in zijn borstkas. Ook zijn ouders zijn verbitterd, al uit dit zich bij hen anders dan bij Frans en zijn broer. Het enige wat zij eigenlijk écht zouden willen is terugkeren naar hun land van herkomst, maar er is iets ongrijpbaars wat ze tegenhoudt. Het is een verlangen naar een soort vergeten, een soort uitwissen van de verdane tijd in Nederland, en is daarom van nature onmogelijk. Ook dit weet Lopulalan zeer treffend en ontroerend te beschrijven.
Door De Taalstaat onder mijn aandacht gebracht. Dit boekje beschrijft een deel van de Nederlandse geschiedenis dat nog (te) weinig aandacht heeft gekregen. Openhartig verhaal over Molukkers die in Nederland moesten zien te aarden en in eerste instantie onder erbarmelijke toestanden gehuisvest werden. Frans beschrijft verschillende fases uit het gezinsleven en hoe hij dat ervaren heeft. Indrukwekkend, prettig leesbaar en toch zet dit boekje aan tot nadenken over een vergeten (?) groep Nederlanders.
Goed om eens iets te lezen over het lot der Molukkers. Wat een drama voor deze mensen, vooral de eerste generaties, en dat racisme dat zo triest is dat het bijna lachwekkend wordt. Je kunt niets anders krijgen dan bewondering voor de Molukkers, maar toch ontstond er bij het lezen ook iets van onbegrip. Betreft de ouders: waarom niet teruggaan? Niet uit Geert Wilders perspectief, maar men voelt dat Holland biet het thuis is van deze mensen.
Hele fijne stijl, zeer nuchter en ruimte voor humor. Het perspectief van het kind werkt goed, daar wij ons allen in het kind kunnen vinden.