Dieren intrigeren Peter Vos al van jongs af aan, en dan vooral vogels. Op een gegeven moment wilde hij vogeltekenaar worden. Vos is erg geïnteresseerd in hoe vogels in elkaar zitten en hij observeert ze overal.
Peter Vos werkt figuratief omdat hij van huis uit een sterke waarheidsliefde heeft. Soms maakt hij ‘overdreven’ veel versieringen, een eigenschap die hij zelf toekent aan zijn katholieke jeugd. Volgens Vos is een katholieke jeugd de perfecte vooropleiding voor kunstenaars.
Voor het Beestenkwartet fantaseerde hij erop los en tekende dieren als Mafkikker, Kamerolifant, Belhamel en Klavierleeuw. In 1980 verscheen de zilveren editie. Dit grappige kwartetspel was een inspiratiebron voor componist-dirigent Jurriaan Andriessen, die er een muziekstuk van maakte.
Peter Vos maakte illustraties voor Lieve kinderen hoor mijn lied en Varkensliedjes van Rudy Kousbroek. Voor Lieve kinderen hoor mijn lied ontving hij in 1991 een Gouden Penseel. Ook voor het boekje Wiet, over de belevenissen van een dwergpapegaai, maakte hij de illustraties.
Peter Vos woonde en werkte in Utrecht. Hij overleed in november 2010.
Tekenaar Peter Vos trok er vaak op uit om vogels te tekenen: de goudplevier, de torenvalk, de kluut, de secretarisvogel, de steenuil en veel andere. Zijn zoon Sander ging vaak met hem mee en leerde zo ook het vak van tekenaar en schilder. Peter Vos kon behalve tekenen ook goed schrijven; dat zie je aan de notities die hij bij elke tekening schreef. Het boek ‘een studie in grijs’ toont de resultaten van de tekeningen van vogels van diverse pluimage die Vos maakte met zijn commentaar. Tekenen begint met kijken, er is veel geduld voor nodig, de vogels blijven immers niet rustig poseren. Hij kon vele uren bezig zijn met een vogel tekenen voor hij tevreden was met het resultaat. Als lezer en kijker kun je dit in dit boekje en in andere boeken over het werk van Peter Vos bewonderen.