De nieuwe dichtbundel van Gerrit Kouwenaar opent met de reeks een glas om te breken, die ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag als extra fraaie leparello verscheen. Hij sluit een indrukwekkende reeks gedichten van rouw, die hun aanleiding hebben in de dood van Kouwenaars vrouw Paula, maar op de lezer in de eerste plaats een algemeen geldige, ja nu al klassieke indruk maken. Tussen die twee afdelingen in staan gelegenheidsgedichten in engere zin, maar als het waar is dat alle goede gedichten gelegenheidgedichten zijn, dan geldt dat wel in het bijzonder voor die van Kouwenaar, onder wiens handen al het particuliere en anekdotische in zijn tegendeel verkeert.
Nowadays he is considered "the grand old man of Dutch poetry" and collected nearly all the literary prices one can collect in the Netherlands.
Kouwenaar debuteerde in de Tweede Wereldoorlog met een aantal clandestiene uitgaven, waaronder Vroege voorjaarsdag. Hij schreef in die jaren voor het communistische verzetsblad De Waarheid en na de bevrijding voor Het Vrije Volk.
Hij was verbonden aan het tijdschrift (Reflex), en kwam in contact met de Experimentele Groep Holland en later met het experimentele kunstenaarsgezelschap Cobra. In 1949 publiceerde hij samen met de Cobra-schilder Constant Goede morgen haan, een combinatie van gedichten en tekeningen (Peinture-mots).
Aanvankelijk een meer sociaal en politiek bewogen experimentele dichter, later is zijn werk meer gericht op het taalgebruik in de poëzie. Kouwenaar streeft naar poëzie die autonoom is en voor zichzelf spreekt. Kouwenaar maakte ook talrijke vertalingen van toneelstukken o.a. van Brecht, Dürrenmatt, Hochhuth, Weiss, Kroetz, Sartre, Tennessee Williams, Stoppard, Osborne en Pinter.
His poems have been translated and published in anthologies in numerous languages. Full collections have appeared in English, French, German, Polish and Swedish.
Wat is de taal van water, wat is de taal van sneeuw, van de wind. De taal, het woord, het is zo flinterdun, zo vluchtig. Zo oppervlakkig, als je haar ware gewicht meet. Je komt niet eens aan de 21 gram, het gewicht van onze ziel, zoals Duncan MacDougall met een experiment uit 1907 wilde bewijzen. Wie daar niet in gelooft komt wellicht tot de conclusie dat de ziel niet bestaat, en dus geen gewicht heeft. En we zijn weer terug op het werkelijke gewicht van het woord. Voor wie stelt dat een woord in geschreven vorm ten minste het gewicht van de inkt of van het grafiet heeft, verwijs ik naar René Magritte. Ceci n’est pas une pipe. Prachtig dat iets wat geen gewicht heeft zulke diepe indrukken achter kan laten. Indrukken die je op hun beurt niet kan zien, maar die je voelt.
Dit zijn gedachten die bij me opkomen als ik mijn eerste bundel van Gerrit Kouwenaar lees, “Totaal witte kamer”.
,, woorden op glas
Woorden op glas, het kan haast niet minder men kijkt er doorheen zover het oog taalt
wat zich tussenbeide sprakeloos spiegelt hangt van het licht af, zomer of winter
soms ziet men hoe over verwonderde lippen letters verschijnen alsof men ze ademt
soms vallen ze in een ogenblik samen en zijn ze voorgoed van spiegels bevrijd
woorden op glas, maar kijk, het wordt donker de winter spelt winter, de zomer spelt zomer de tijd spelt de tijd – ''
Voor Paula. Ik las dat Kouwenaar “Totaal witte kamer” op heeft gedragen aan zijn overleden vrouw, Paula. Het verklaart wellicht enkele gedichten, maar ik geloof niet dat het echt uitmaakt. Woorden verdwijnen, vervluchten, koelen af op het moment dat ze uitgesproken zijn. Soms, heel soms worden ze onthouden. Maar hoe, hoe zei hij dat ook alweer? Jij was erbij. Toch? Weinig, of misschien is er wel niets met een een lager soortelijk gewicht dan het woord. Het leven wellicht.
Kouwenaar blikt terug op geleefde levens. Het leven van de tastende dichter op zoek naar inzicht en verlichting en het gedeelde leven van een koppel zielsverwanten worden treffend vertaald in een kenmerkend sobere, maar paradoxale woordenschat. Naast het titelgedicht dat tot de meest ontroerende Nederlandstalige verzen van de afgelopen jaren behoort, vind je er veel pareltjes om te lezen, te herlezen, en die je tussendoor zonder verweer naar adem doen happen:
niet geschreven
Dat je door het huis loopt in mijn donker prevelt, je stilte inspreekt in mij aflegt, opeet, nee dat kan niet waar zijn, niet gezegd niet gehoord niet geschreven
je bent zo volledig alom afwezig, zozeer in verhangen kleren onteeuwigd dat je koude voeten mijn passen inhouden op de verbruikte stilstaande treden van de weerloze trap naar beneden:
eter kom eindelijk eten, het vlees is je lievelingseten, het glas vult de tijd, het brood blijft de honger, het enige -
“…je bent zo volledig alom afwezig / zozeer in verhangen kleren onteeuwigd / dat je koude voeten mijn passen inhouden / op de verbruikte stilstaande treden / van de weerloze trap naar bendeden”
Omdat ik de bundel in één klap uitlas, in tegenstelling tot de andere duizend bundels die ik heb, toch maar gelogd.
Prachtig. Kouwenaar op zijn allerbest. Zintuigelijk, zeer geabstraheerd, met prachtig gevoel voor ritme en rijm. Mooi hoe hij rouw en associaties daarop steeds als “suggestie” meegeeft, subtiel in bizarre beelden en zinstructuren.
Fijn om deze als bron voor mijn eindperformance van dit jaar te gebruiken!!! Zin in!!!!!
Na de documentaire met de gesproken gedichten, lijkt de bundel hermetischer. Afwezigheid in woorden is niet hetzelfde als afwezigheid in beelden. Al is lezend is anders dan luisterend en kijkend, de reeks totaal witte kamer blijft aanspreken.