Judith Herzberg debuteerde in 1961 met haar eerste gedichten in Vrij Nederland. In 1963 verscheen haar eerste bundel, Zeepost. Hierna volgden onder meer Beemdgras (1968), Strijklicht (1971) en Zoals (1992).
Vanaf het begin van de jaren zeventig volgden toneel- en tv-stukken, filmscripts en teksten voor musicals. Herzberg schreef onder andere het scenario voor Charlotte, een film van Frans Weisz over het leven van de in Auschwitz vermoorde schilderes Charlotte Salomon.
Er bestaat veel waardering voor de poëzie van Herzberg. De bloemlezing Doen en Laten (Rainbow Pocketboeken) behoorde in 1994 tot de honderd beste boeken.
Haar gedichten zijn onder meer in het Duits, Turks en Engels vertaald. In 1988 verscheen bij Oberlin College Press een keuze uit haar poëzie in vertaling onder de titel But what: Selected Poems.
Op verzoek van Poetry International schreef Herzberg voor de Landelijke Gedichtendag 2001 de gedichtendagbundel Staalkaart.
De dichtbundels van Judith Herzberg zijn altijd een feestje, ook als ze voor een groot deel over de eenzaamheid van achterblijvers gaan, zoals deze bundel. ‘Doden weten niet hoe ze ontbreken’’, schrijft Herzberg. Als ze deze bundel konden lezen zouden ze zich geliefd en gemist voelen. De gedichten gaan vaak over de kleine dingen van het missen. Over een stad vol herinneringen en over het ontbreken van iemand om aan te vertellen wat niet van belang is.