Thomas Breens had gezworen zich niet meer in te laten met de belachelijke tribulaties van zijn geboorteland. In zijn Normandische chambre d'hôtes leidt hij met Ellen een rustig leven, tussen hun gasten en hun boeken. Tot hij op een herfstdag onverwacht bezoek krijgt van Charles Hofsteder, de grootste nog levende Nederlandstalige auteur.Hofsteder nodigt hem uit in zijn villa aan de Côte d'Azur en vraagt hem – en passant – een manuscript van hem op te sporen, dat jaren geleden in Vlaanderen werd gestolen. Thomas heeft nog maar weinig idolen meer, maar Hofsteder kan hij niets weigeren. Hij vertrekt naar de Côte en komt er terecht in een mistral van dreiging, dood en niet vereffende rekeningen, met op de achtergrond die ene vraag die lezend en schrijvend Vlaanderen al jaren in de ban zal de Zweedse Academie Charles Hofsteder ook dit jaar negeren als Nobelprijskandidaat?
Iedereen kent wel het verhaal van de doos met onuitgegeven werk van Hugo Claus dat tijdens één van zijn talrijke verhuizingen verloren is gegaan (zelf maak ik me altijd wijs dat ik erin voorkom, met name na ons fameus "avondje uit": https://ronnydeschepper.com/2018/04/2...). Welnu, Paul Jacobs hangt er een "literaire thriller" aan op die in het teken van de wraak staat: voor de verklaring van de titel moeten we immers naar Choderlos de Laclos die schreef: "La vengeance est un plat qui se mange froid." Ik hield destijds van het radiowerk van Paul Jacobs, maar dat zijn "sprintjes" in vergelijking met een heuse roman, die eerder een "marathon" moet voorstellen. Uiteraard is Charles Hofsteder (C.H.) Hugo Claus (H.C.) niet (Claus komt trouwens zelf ook voor in deze roman), maar af en toe zijn er toch wel aanwijzingen. Zo heet het hoofdpersonage (de ik-persoon) Thomas Breens, waarop C.H. zegt: "Heb ik je al gezegd dat ik je naam zo aardig vind? Als ik een zoon had gehad, had ik hem zo genoemd." (p.49) Of nog: "Ik was vergeten dat Hofsteder een verwoed liefhebber van quizzen was. Had ik niet ergens gelezen dat hij geen aflevering oversloeg van 'Questions pour un Champion' op de Franse televisie? En dat hij vlotjes het kruiswoordraadsel kon oplossen van de New York Times?" (p.82) ook het "Onder de toren"-incident wordt ingenieus aangewend. "Ingenieus" is trouwens het adjectief om deze roman te kwalificeren. Jacobs doet het trouwens zelf ook (p.180). Veel geschikter dan b.v. "malicieus". Al ben ik er wel vrij zeker van dat Jacobs dit boek nooit had gepubliceerd, terwijl H.C. nog leefde. Misschien wel uit schrik voor diens wraak...
Wel heel toevallig dat ik als pauze/onderbreking van het epos " De graaf van Monte-Cristo" dit boek begon te lezen; Een kennis had me overtuigd eens een " Paul Jacobs" te lezen, een volgens hem ondergewaardeerd auteur. Het hoofdpersonage , een gevierde schrijver, die niet altijd de wind in de zeilen kreeg, en dus opgezadeld werd met een hele horde mensen die hem hebben tegengewerkt. Hij heeft overigens een stekelig karakter, narcistisch en seksistisch, charmant en venijnig, en besluit op een zekere dag een montecristootje te doen en als zijn vijanden de rekening te presenteren. Goed geschreven maar zeker niet meesterlijk. Toevalligheden kleuren soms toch de gang der dingen.