Raven holde naar zijn klas en liep op zijn tenen naar de zandbak. De schelp lag er nog en glansde geheimzinnig roze in het vroege ochtendlicht. In het zand om de schelp liep een spoor van heel kleine voetstapjes. En naast de schelp stonden twee gouden schoentjes.
Op een dag moet Raven van zijn eiland af. Weg van zijn familie, van de duinen en de zee. Hij moet naar school. Raven hoopt dat hij daar een vriend zal vinden. Maar op school is alles anders. De kinderen begrijpen niet hoe het is om op een eiland te wonen. Gelukkig is er iemand die het wel begrijpt, zijn juffrouw Sippora. Sippora neemt op een dag een grote, geheimzinnige schelp mee en vertelt aan de kinderen over het schelpenmeisje dat bang is voor mensen.
Oh, dit vond ik mooi. Zo simpel, zo klein maar zo mooi. Over het leven op eiland, over jezelf blijven en ook over een klein schelpenmeisje. Wat een droom van een boek!
Wat een ontzettend lief en aandoenlijk verhaaltje. De personages zijn hartverwarmend. En vanaf de eerste zinnen proef je de zilte eilandsfeer. Het gaat over heimwee, uit je schulp (of schelp) durven te komen en over jezelf begrepen voelen.