Dit boek gaat over een Franse familie van Hugenoten die via Nederland naar Suriname vlucht. Het gaat om Armand de Morhang, zijn vrouw Josephine en haar beide zusters, Cécile en Agnes. Na het uitroepen van het voor Hugenoten ongunstige Edict van Nantes moeten zijn uitwijken. Zij krijgen hulp van de raadspensionaris van Amsterdam die hen de gelegenheid biedt een bezit in Suriname te verwerven. De familie grijpt de mogelijkheid aan om een nieuw bestaan op te bouwen. Zij willen een eigen rijkje stichten, waar rechtvaardigheid en liefde heersen. Hun visie van een rechtvaardige staat komt echter onder druk te staan.
Albert Helman is het pseudoniem van Lodewijk (Lou) Alphonsus Maria Lichtveld, een Surinaams-Nederlandse schrijver en politicus. Hij is auteur van een omvangrijk en zeer veelzijdig oeuvre. Tijdens de Spaanse burgeroorlog vecht hij mee aan de Republikeinse zijde. In de oorlog is hij actief in het verzet. In de jaren vijftig is hij minister van onderwijs en volksgezondheid in Suriname, daarna wordt hij gevolmachtigd minister in Washington. De laatste jaren van zijn lange leven brengt de kosmopolitische Helman in Nederland door.
Gelezen voor het tweede college van 'Caraïbische dromen', waar een levendige discussie ontstond over dit boek. Het had ook bij mij veel los gemaakt. Ik was eraan begonnen in de overtuiging dat het 'antislavernij' was, maar de kritiek was me bij lange na niet hevig genoeg. Hoewel de praktijken van de slavernij in het boek ter discussie staan, volgt daarop niet de eenduidige conclusie die ik verwachtte ('kolonialisme en slavernij zijn slecht'). Volgens Michiel van Kempen laat het boek zien dat een menswaardige vorm van slavernij niet mogelijk is. Dat zie ik er nu ook wel in en daar kan ik me natuurlijk wel in vinden. Maar het verhaal is geen pleidooi à la Max Havelaar, laat de wreedheid van slavernij wel zien (niet per se die van kolonialisme, trouwens) maar ook de onmogelijkheid van integer handelen in een pervers systeem. Die complexiteit kan ik uiteindelijk, mede door die discussie in het college, wel waarderen. Maar het exclusief koloniale perspectief, waarin de zwarte slaven niet als subjecten beschouwd worden, niet als mensen met wie redelijk te praten valt, in elk geval (letterlijk: 'en wat in de zwarte koppen van de negers omging, wie kon het zeggen?') stoorde me uiteindelijk toch enorm.
Leesclub boek Suriname: Jeetje dit boek heeft echt indruk gemaakt. Het is een van de eerste boeken in de Surinaams-Nederlandse literatuur over de slavernij, uit 1931. Geschreven vanuit het perspectief van Franse Hugenoten, die de droom van een humane plantage proberen te vervullen. Dit is het eerste boek over slavernij dat ik heb gelezen vanuit het koloniale perspectief, dus vanuit het oogpunt van de planter. Het is op vele manieren te lezen en te interpreteren, onder andere omdat het bijvoorbeeld niet helemaal duidelijk is of het slavernij en Europees kritisch is. Het was frustrerend, ontredderend, boos makend, verwarrend, maar ook mooi en vooral indrukwekkend om te lezen.
P.S. Het racisme (en seksisme) slaat je wel om de oren, dus daar moet je tegen kunnen.
De afgelopen weken deed ik hier verslag van wat ik las voor de collegereeks Caraïbische dromen. Deze week valt me dat lastig. Albert Helmans De stille plantage is zo’n veelzijdig boek, dat het moeilijk valt te besluiten waar te beginnen.
Dan maar aan het eind. In het eennalaatste hoofdstuk laat Helman de hoofdpersoon Raoul zeggen:
> Ik wilde goed zijn en mij werd slechts vergund een weinig kwaad te stuiten.
… en even later …
> Ik ging niet om schoonheid, maar om een geloof dat mij dreef totdat ik niet anders meer kon. Veel is over daarvan, verhard tot een weten, en weten doet afzien van daden.
Het zijn opmerkelijke regels uit de pen van een man wiens leven in het teken stond van goed doen. Als journalist en strijder tijdens de Spaanse burgeroorlog, aan het eind van de jaren dertig begaan met het lot van de joodse vluchtelingen voor het nazi-regime, in het verzet gedurende de bezetting. Waar kwam het defaitisme aan het eind van De stille plantage vandaan, en hoe heeft Helman zich eroverheen gezet.
Een katholiek uit Suriname
Helman (1903-1996) werd geboren in een zeer katholiek gezin in Paramaribo, met onder meer Creoolse en indiaanse wortels. Twaalf jaar oud werd hij naar het seminarie Rolduc in Roermond gestuurd om de priesteropleiding te volgen. Het werd geen succes. Even keerde hij terug naar Suriname, om in 1922 weer de boot naar Nederland te nemen. Van 1925 tot 1931 was hij redacteur van het katholieke avantgarde-tijdschrift De Gemeenschap. In die periode schreef hij De stille plantage, dat in 1931 verscheen.
De goede meester
Het boek speelt aan het einde van de zeventiende eeuw. Een hugenoot (Franse calvinist) ontvlucht met zijn vrouw en haar twee zusters Frankrijk, nadat Lodewijk XIV de protestanten vogelvrij verklaard heeft. Deze Raoul besluit naar Suriname te gaan om een plantage op te zetten. Hij wil, anders dan hij om zich heen ziet, een goede meester zijn voor zijn slaven. De onderneming begint voorspoedig, maar eindigt, ondanks of dankzij de goede bedoelingen, dramatisch. Mede door de spanning met de opzichter Willem Das, een slavenhouder van de oude stempel. Hij heeft een oogje op Raouls zus Agnes, die op haar beurt zeer onder de indruk is van de slaaf Isisdore.
Eenzijdig beeld
De stille plantage werd een groot en blijven verkoopsucces. Wel nam de kritiek op het boek in de loop der jaren toe. Vooral omdat Helman de slaven wel erg eenzijdig verbeelde. Op Isisdore na krijgen ze geen eigen gezicht, geen eigen wil en worden ze over vaak met dierlijke termen beschreven.
Als je het boek leest als een verslag van het leven op de slavenplantages, het eerste dat in het Nederlands verscheen, dan is het in moderne ogen helemaal eenzijdig. Het wordt geheel beschreven vanuit de visie van de planters. Het perspectief van de slaven is grotendeels afwezig.
Een groot gevaar bij het lezen van literatuur is dat je de blik van de auteur van vereenzelvigt met zijn opvattingen. Zag Helman de slavernij als iets vanzelfsprekends (waar je goed of slecht in kon acteren), zag hij de negerslagen als halve wilden of beesten? Of heeft hij die visie nodig om iets over zijn hoofdpersonen te kunnen zeggen?
Vast in het geloof
Mij valt de moeizame relatie van Raoul en Agnes met hun geloof op. Het geloof betekent veel voor hen, geen wonder, ze hebben er immers hun land voor verlaten. Het inspireert hen tot goed doen. Maar tegelijkertijd weerhoudt het hen van werkelijk goed te doen. Want het christelijk geloof plaatst hen boven de ongelovigen.
> Wat zijn zij nog ver van het Christendom, zei [Raoul] tegen Cécile. En lang zal het duren voordat zij redelijke mensen geworden zijn.
… en iets later …
> Ze begrijpen de eenvoudigste dingen niet. Hoe zullen zij dan ooit begrijpen waarom ze slaven zijn?
Zelfs de missie kan de afstand niet overbruggen. Hoezeer Isidore ook zijn schreden richting het christelijk geloof zet, hij zal altijd tekenen van primitief bijgeloof tonen. En daarmee zal hij altijd een kinderlijke vreemde blijven, over wie je je eventueel moet ontfermen, van wie je kunt houden, maar naar wie je niet hoeft te luisteren.
Zoveel lezers, zoveel interpretaties
Geen vraag zo funest voor literatuurbeleving als ‘wat bedoelt de schrijver’. Veel interessanter vind ik de vraag ‘wat doet het boek de lezer (nog)?’. Deze lezer, gevormd door zijn achtergrond en geschiedenis, leest het boek als een waarschuwing: voordat je de goede dingen kunt doen, zul je eerst onder ogen moeten zien waar je je verheven voelt boven de ander. Pas dan kun je luisteren. Pas dan kun je handelen.
Naar mijn gevoel markeert het verschijnen van De stille plantage niet voor niets Helmans afscheid van De Gemeenschap en het katholieke geloof.
Voor mijn lezing echter zoveel andere als er lezers zijn. Bijvoorbeeld die van Xandra Schutte in De Groene Amsterdammer. Zij betoogt dat het oerwoud de hoofdpersoon is, die de witte mens doet verliezen. Het is een strijd tussen de blanke beschaving en het dierlijke die ook naar voren komt in het verontrustende verhaal dat Helman een paar jaar eerder schreef: Mijn aap schreit.
Die verscheidenheid van interpretaties maakt het lezen van literatuur nu juist zo mooi. Een goed boek kan zoveel zijn, en elke weer iets anders.
Het is een prachtig boek dat ik zeker zal herlezen. Het deed mij denken aan delen van Couperus' Dee stille kracht. Vooral hoe mensen actief herinneringen vormgeven en betekenis creëren wordt prachtig, zonder overdaad, beschreven.
Loved this book. It's about ideals and the life at a time of slavery. It's the basic good verus evil style plot with the aftermath of the "good ones". Sometimes good doesn't always win.
Hoewel dit boek een levendige beschrijving geeft van het leven op door Nederlanders geopereerde plantages in Suriname, blijft het een fictief verhaal. Een oorspronkelijk Franse Hugenoten familie, die in het begin van de 17e eeuw door een geloofsstrijd gedwongen werd naar Nederland te vluchten, probeert een nieuw bestaan op te bouwen in Suriname. Op een wat naïeve manier proberen ze zich beter/menslievender te gedragen dan de daar reeds gesettelde planters, maar uiteindelijk lukt dat ze niet. Ook zij vinden de zwarten slaven duidelijk een mindere soort, al was het maar omdat ze niet in God geloofden. De grillige natuur blijkt ook een probleem te zijn, zodat ze na enige jaren gedesillusioneerd naar Nederland terugkeren. De jungle is de uiteindelijke winnaar! Ik had iets meer informatie verwacht. De schrijfstijl voelt een beetje aan als die van een 19e-eeuwse streekroman. Aardig, maar er zijn informatievere boeken over de slavernij in die periode en in die regio.
Ongelofelijk hoe een boek uit 1931 nog steeds zo actueel kan zijn. Het idealisme waarmee de familie Morhang naar Suriname gaat om een plantage te beginnen valt te prijzen. Maar als lezer voel je al aankomen dat het niet goed zal gaan. Onmisbaar boek voor iedereen die meer wil begrijpen van slavernij in Suriname. Raoul de Jong zegt in zijn boek Jaguarman, p. 101: "Ik besefte dat het enige wat dat regenwoud eng gemaakt had, verhaaltjes waren zoals De stille plantage. Verhaaltjes waarin mensen zoals Raoul de Morhang op zoek naar een niet bestaand paradijs in rechte lijn door dat regenwoud trokken, zonder iets aan dat regenwoud of aan de mensen die dat regenwoud verstonden te vragen. Natuurlijk ontstond zo de hel".
de uitgave die ik heb gelezen is die van de zeventiende herziene druk 1981. Met omslagontwerp van R. Nix. Er staat op de achterkant: "Men moet wellicht even aan Helmans stijl wennen", dat gold voor mij inderdaad, maar toen ik er eenmaal aan gewend was heb ik er erg van genoten. Ik waande me op de plantage en leefde met de personages mee. Ook het vertrek vanuit Amsterdam per schip wordt zo mooi beschreven dat ik mezelf op het schip zag vertrekken. Zowel de taal als de inhoud heeft me erg geboeid en ben van plan me te verdiepen in Albert Helman.
Na een wat drakerig begin dompelt het verhaal je onder in de sfeer van de tropische plantages en het drama van de ondergang van de naïeve dromen van een gevluchte Franse edelman. Heel poëtisch zijn de sfeerbeschrijvingen, met prachtige passages. Het proza van Helman is na bijna een eeuw nog steeds de moeite van het lezen waard. Wie schrijft nog zo tegenwoordig? Mooiste zin: “Zij stierf zoals een slechtgemeerde boot door ‘t kerende getij de kreek verlaat. Geen die het zag.” Ook het pittige nawoord van de schrijver uit 1980 is leuk leesvoer!
Interessant als aanvulling op de podcast 'De plantage van onze voorouders'. Of andersom. Eens ik het interessante taalgebruik gewoon was werd het moeilijk om het boek weg te leggen. Tip: mijn versie bevat op de allereerste pagina een korte inleiding over de auteur die helaas een gigantische spoiler bevat. Best overslaan dus als je van een verrassing houdt. Net als de achterflap.
The story is about Raoul and his wife Josephine, and her two sisters, Agnes and Cecile. They live in France, but have to leave when the Edict of Nantes is going to be revoked. They go to Holland but they don´t like it there, so they decide to go to Suriname where they will start their own plantation. The biggest part of the book tells about how they live on that plantation and how they cope with the different country, the slavery and the people there.
I liked this book, but not as much as I thought I would. A friend recommended it to me, and well, I gave it a go. I found that I had expected more to happen in the book and well, it didn't work too well for me.