Wat als Goebbels met zijn minnares naar Japan was gevlucht?
Tokio, najaar 1938. Nazipropagandaminister Joseph Goebbels verlaat zijn vrouw Magda, zijn kinderen én zijn hoge positie in dienst van de Führer, om met zijn grote liefde, de Tsjechische filmster Lída Baarová, aan een nieuw leven te beginnen in Japan – waar hij de eerste tijd stropdassen wil gaan verkopen. In deze vreemde omgeving houdt hij een dagboek bij, dat vooral een reis door zijn eigen ziel zal blijken. Bijna elke dag nemen zijn inzichten toe, mede dankzij Lída, die niet onder de indruk is van zijn zorgvuldig opgebouwde imago, maar houdt van de kinderlijk romantische, gevoelige en geestige man die haar ooit met zoveel gepassioneerde hartelijkheid veroverde en bereid bleek alles voor haar te willen offeren. Als twee vreemden in het ondoorgrondelijke Japan voelen ze zich meer thuis bij elkaar dan bij de Duitsers. Maar wat nu als er onverwacht een aanbod komt, een herkansing, met de kracht van een wederopstanding?
Het einde vind ik wel sterk. Daarom heb ik het boek nog twee sterren gegeven. Het boek zelf vind ik tegenvallen. Ik vind dat het verhaal lange tijd maar voortkabbelt. Daardoor boeide het mij niet echt. Ik heb wel doorgezet, omdat ik dacht dat het boek nog beter zou worden. Ondanks dat ik het boek in zijn geheel vind tegenvallen, ben ik toch blij dat ik doorgezet heb. Anders had ik dat einde gemist. Ik heb naar het boek geluisterd en de voorlezer heeft een wat lijzige stem. Op zich past de stem bij de hoofdpersoon, maar het is geen aangename stem. Ik denk dat mijn leesplezier ook wel negatief beïnvloed heeft. Daarnaast is de hoofdpersoon gewoon geen fijne man, waardoor ik er geen connectie mee had. Ik vind het wel jammer, want ik had iets meer van het verhaal verwacht op basis van de beschrijving.
Ik heb de laatste 40 pagina’s niet meer gelezen, want ik kwam er echt niet doorheen. Het idee achter het boek sprak me erg aan maar de schrijfstijl is duidelijk niet mijn ding.
Schrijver, filosoof en essayist Désanne van Brederode voegt met Zielland een nieuwe roman aan haar brede oeuvre toe met een gewaagd thema. Wat als… nazipropagandaminister Joseph Goebbels in 1938 werkelijk met zijn minnares, de Tsjechische actrice Lída Baarová, naar Japan zou zijn gevlucht?
Van Brederode heeft zich met deze roman vastgebeten in een fantasie om de ziel van Goebbels, de spindoctor van Adolf Hitler, bloot te leggen en dat lukt goed, dankzij haar behendige pen. Het fictieve dagboek is een lange monoloog waarin van Brederode zich in de man inleeft. Aanvankelijk ontstaat er tijdens het lezen twijfel over wat fictie is en wat waar gebeurd. Goebbels’ vlucht naar Tokio om samen te zijn met Lída en stropdassen – ‘krawatten’ – te gaan verkopen is een vrijbrief voor Van Brederode om haar eigen mening toe te voegen. ‘Het verkopen van stropdassen vind ik helemaal geen Spaß. Het is ironie. Geloof ik.’ Lees verder op Literair Nederland