Zomeravond op het land. Een jongetje fietst op het achtererf van de ouderlijke boerderij terwijl zijn moeder, op een bank in de openlucht, prinsessenbonen zit af te halen. Het parcours dat hij aflegt heeft de vorm van een liggende acht en de bank waarop zijn moeder zit, staat vlak bij het punt waar de twee lussen van dat cijfer elkaar raken.Dit fietsende jongetje is in de ban geraakt van woorden, liedjes, zegswijzen, talen en van de lust tot formuleren en fabuleren. Nochtans gaat hij door voor een luistervink, een kind dat zwijgzaam is.Maar vanavond, terwijl hij in een baan rond zijn moeder peddelt, heeft hij het gevoel dat hij nog eens uit elkaar zal barsten van de ingrijpende, ongehoorde ervaring die hij onlangs opdeed en waarover hij met haar niet mag en ook niet durft te spreken.Dieperik is een magnifieke kleine vertelling, over de macht van het woord en de minstens zo grote macht van het verzwijgen.
Warme herinneringen aan een oom (van moederskant) die een tijdje mee inwoonde op de boerderij, tot hij het aan de stok kreeg met de vader van de ik-persoon. Ik heb neiging om het te koppelen aan de andere autobiografische teksten van Pleysier, al heet de ik-persoon wel Michel. Uiteindelijk gaat het over hoe een herinnering niet bij iedereen voortleeft.
Ik ben dol op Leo Pleysier. En in dit boek is hij weer op zijn best. Een klein verhaal in familiale kring (ik ben dol op hoe hij het woord 'ons' gebruikt - dat doen wij hier in Brabant ook: het is ons broer en ons vader en ons Hanne, maar die 'ons' is enkel voorbehouden voor familie met bloedband. schoonzussen en schoonbroers krijgen dat voorzetsel nooit, hoe graag we ze misschien ook hebben, ze zijn dan ook nooit echt van ons, nietwaar).
Ik hou geweldig van zijn vertelstijl, je kan het eigenlijk geen schrijfstijl voelen, want Leo Pleysier vertelt verhalen in zijn boeken, op een tedere, schattige en intieme manier. Dit boek is niet zo goed als Wit is altijd schoon, of Volgend jaar in Berchem, maar het is toch een boek waar ik van genoten heb.
"Maar gelukkig zijn voor vandaag en morgen de vijandelijkheden gestaakt. Nu is het wapenstilstand. Vanavond heerst er vrede op de boerderij. Want van de twee kemphanen is nu waarschijnlijk de ene aan het dansen en de andere aan het kleurenwiezen. Of aan het biljarten en aan het klaverjassen, dat kan ook. En moeder is bijna klaar met haar prinsessen."
Eén ding valt me altijd op bij deze auteur: Pleysier herinnert er mij altijd aan hoe mooi onze Nederlandse taal kan zijn. Niet altijd in zinnen misschien, maar wij hebben van die woorden die zo mooi bekken: dieperik, kleurewiezen, schemering, zelfs snotneus. En dan zijn er een ganse resem Rikken die in dit boek worden opgesomd: "Lomperik. Flauwerik. Bangerik. Dwazerik. Viezerik. Stommerik. Ambetanterik."
Een jongetje uit de Kempen haalt herinneringen op. Over familievetes, een familiegeheim, zwemmen in de kleiputten en het verdwijnen van de steenbakkerij. Een meesterlijke vertelling.
Toch geweldig dat dit over Rijkevorsel (mijn dorp!) gaat. "Deze spiegeltent is een groot succes ja, vooral op zondagen. Het mag stralend weer zijn buiten, maar binnen zit het stampvol want met hele busladingen zijn mensen erop afgekomen. Vaak van heinde en verre komen ze, en in grote getale; sommigen met voertuigen die buitenlandse nummerplaten hebben en die gps-gestuurd zijn. Een komen en gaan is het daar dan, vanaf 's middags tot in de vooravond, want laat mag het niet worden en morgen is het weer werkendag."
Eenvoudig verhaal, weinig om het lijf maar met enkele heel knappe stijlelementen. Pleysier heeft weinig woorden nodig om sfeer te scheppen. En soms schept hij met veel woorden op een geweldige manier een geschiedenis van zichzelf of 'van de neergang van de kleiputten' in de diepe Kempen. Prachtige metafoor.