Poet, translator, essayist, and lecturer, influenced by French Surrealism and Symbolism. Celan was born in Cernăuţi, at the time Romania, now Ukraine, he lived in France, and wrote in German. His parents were killed in the Holocaust; the author himself escaped death by working in a Nazi labor camp. "Death is a Master from Germany", Celan's most quoted words, translated into English in different ways, are from the poem 'Todesfuge' (Death Fugue). Celan's body was found in the Seine river in late April 1970, he had committed suicide.
Primordial Celan. Crudely apes Desnos/Breton/Char, et al. Had not yet discovered the Atemwende (or compound words, for that matter). A singular and almost classical voice is buried beneath muddled surreal images, which is unfortunate, because even at this early stage, Celan had an inimitable voice, and more raw ability than any of the aforementioned three had in their entire lives. Some of the shorter, more coherent ones set the stage for Poppy and Memory.
"Perhaps I’ll be in your proximity, perhaps you’ll bring me tidings of the great event, and I’ll be there when your eyes, lowered in the distant chambers of the greenhouse, where, for the time yet alotted to you, you exiled yourselves voluntarily, so as to contemplate the eternal motionlessness of the boreal palm trees, when your eyes will voice to the world the unperishing delight of the sleepwalking tigers... "
'Er waren nachten waarop je ogen, waar ik grote oranje kringen rond tekende, opnieuw hun as leken aan te wakkeren. Op die nachten viel de regen zeldzamer. Ik opende de ramen en ik klom, naakt, op de vensterbank om naar de wereld te kijken. Onderworpen kwamen de bomen van het bos één voor één naar mij toe, een overwonnen leger kwam zijn wapens neerleggen. Ik bleef roerloos staan en de hemel streek de vlag, waaronder hij zijn troepen naar het slagveld had gestuurd. Uit een hoek keek ook jij toe hoe ik daar stond, onuitsprekelijk mooi in mijn bebloede naaktheid: ik was het enige sterrenbeeld dat niet door de regen was gedoofd, ik was het Grote Zuiderkuis. Ja, op die nachten was het moeilijk om je aderen te openen, toen de vlammen me omsloten, was de urnenburcht van mij, ik vulde haar met mijn bloed, nadat ik het vijandelijke leger had ontslagen, met steden en zeehavens als beloning, en de zilveren panter verscheurde de morgens die op me loerden. Ik was Petronius en opnieuw vergoot ik mijn bloed tussen de rozen. Voor elk bevlekt bloembad doofde je een toorts. / Weet je het nog? Ik was Petronius en ik had je niet lief.'
'Ik heb een hand gehangen aan elk van de eindeloze vertakkingen van de luchtwortels, die elkaar, ongekend door de hoogtereizigers in eenzaamheid zullen omarmen, en de handen zullen ze almaar krampachtiger vastdrukken, en nooit zullen ze de handschoen van de melancholie uittrekken. (...) Onder mijn blote voeten begint het zand te branden, ik ga op de toppen van mijn tenen staan en verhef me naar daarboven. Ik kan geen gastvrijheid verwachten, ook dat weet ik, maar waar kan ik stoppen, behalve daarboven? Ik word er niet toegelaten.'
This entire review has been hidden because of spoilers.