"Ik kan niet zeggen wat het is, de haat. Het maakt u zo ziek als de liefde, het vreet u op, het holt u uit. Je begint hardop te praten, en allerlei dwaze eden te doen. En je bent voor niets meer bang. De haat, dat vult heel je lichaam, zoals een kan gevuld wordt door de melk die kookt."
'Boeken zijn gevaarlijk,' zei Felix. 'Sommige zijn zo vuil en zo wanstaltig, dat ze heel je leven in je hart blijven zitten. Ze maken een andere mens van je.'
Een door Dostojevski, Sartre en Camus beïnvloede Vlaamse existentialistische roman over een gepensioneerde die in een brief aan de politie een moord op een prostituee bekent en inspecteur Destouches (!) vier dagen geeft om hem te arresteren. Hij duikt onder valse naam onder in een pension waar hij donkere herinneringen ophaalt, wraak neemt op de mensen uit zijn onmiddellijke omgeving, fantaseert over het bouwen van een robot, het verlangen koestert de mensheid te vernietigen en zichzelf verminkt.
"Ik haalde een mesje uit het papier, hield het enkele seconden tussen duim en wijsvinger. Het kind lachte nog steeds, maar geluidloos nu. De moeder bleef zingen. Kijk, zei ik, iets voor jou. Om te spelen. Ik legde de mesjes op het kussen, wreef even over de wang van de kleine, liep dan hard, als opgejaagd weg."