In het begin wilde ik het bijna wegleggen; de zinsbouw en woordkeus was zo rommelig, de gevoelens bijna clichématig beschreven. Maar de woorden zijn slechts de dragers van het verhaal. Het is volledig pretentieloos verteld. De anekdotes zijn stuk voor stuk raak en tragisch. Hier moet iemand een film (of drie) van maken
Het is er even inkomen, maar dan dans je door een schitterend boek. Een heel leven in een boek dat niet onderdoet voor de herinnerde klassiekers. Als ik haar enige andere roman 'De grote zaal' eens in een antiquariaat tref, is er geen twijfel.
'Heeft u gezien wat ik was?' vroeg ze hijgend. 'Ja, een prachtige danseres.' 'Nee,' zei ze ernstig, 'ik was een blad in de wind.'
Net als 'De grote zaal' vond ik ook deze erg mooi. Zwaar wel, had moeite om het steeds op te pakken. Maar ik houd wel van zware existentiële boeken over de eenzaamheid van de mensch. Eeuwig zonde dat Jacoba van Velde maar twee romans heeft geschreven. En dat ze zo weinig meer wordt gelezen. Na 62 jaar heeft dit boek me nog steeds geraakt, vond het ook erg tijdloos (als speelt het zich duidelijk niet in deze tijd af).
En leven wilde ze, want het vreemde was dat ze juist door het bewustzijn van de dood meer waarde was gaan hechten aan het leven, hoewel een diepe treurigheid als een last op haar drukte.
‘Al urenlang zit ik in deze donkere kamer en vraag me af hoe het gekomen is dat ik zo eenzaam geworden ben.’ Haar verhaal wordt vervolgens afwisselend van binnenuit en buitenaf verteld. Dit is functioneel want de ik-persoon (het verhaal is grotendeels autobiografisch) valt geregeld uit elkaar. De tijd die ze beschrijft in het Parijs voor WOll deed me denken aan het leven van een andere kunstenares, Paula Modersohn-Becker. Moedige vrouwen die een zich staande wisten te houden en vaak afhankelijk waren in een mannenwereld. Geen lichte literatuur.