‘Alfa’s schrijven de geschiedenis, maar bèta’s máken de geschiedenis,’ liet minister Plasterk zich eens ontvallen. Deze uitspraak illustreert hoe onzichtbaar doorbraken in de alfawetenschappen zijn. Panini, Valla, Scaliger, Bopp en Benjamin zijn niet bekend bij het grote publiek. Toch hebben hun ontdekkingen de wereld veranderd.
Hoewel er zelden sprake is van wetten, zijn er wel verbanden, structuren en regels te vinden in taal, literatuur, muziek en kunst. In dit boek laat Rens Bod zien hoe vanaf de Oudheid alfawetenschappers uit India, China, Afrika en Europa zijn omgesprongen met hun materiaal en welke patronen zij hebben gevonden. Hun bevindingen hebben de maatschappij ingrijpend beïnvloed: de ontdekking van een grammatica voor het Sanskriet leidde tot de eerste programmeertalen, de ontdekking van harmonische samenklanken resulteerde in het ooit dominante wereldbeeld ‘de harmonie der sferen’. De zeventiende-eeuwse ontdekking dat er farao’s leefden vóór de Schepping mondde uit in de Verlichting, terwijl de ontdekking dat talen aan elkaar verwant zijn de genetica inluidde. Kortom, als er één patroon naar boven komt, is het dat alfawetenschappers geschiedenis maken, net als bèta’s, en deze nog schrijven ook.
Для гуманітаріїв, які не вірять, що можуть віднайти мир в свідомості через невпорядкований огром власної магістерії, а також для не-гуманітаріїв, які не знають чим завдячують гуманітаріям.)
Потужна річ для того хто прагне розглянути гуманітарні науки комплексно. Як на мене, то має вигляд певного путівника, який може підказати яким шляхом потрібно рухатись і які ще праці потрібно прочитати. Проте, як і всі путівники для непідготовленого читача не тільки нічого не підкаже, але і ще більше заплутає в мереживі наук і особливо в сплетінні їх, де одна наука переходить в іншу, а один вчений займаючись чимось одним насправді чинить вплив на щось зовсім різне. Та все, маючи цю книгу ми маємо змогу комплексно окинути пейзаж гуманітарних наук і хоча б для себе визначити чи такі вже й вони забуті
Bod heeft een rigoureus werk afgeleverd: hij heeft de eerste geschiedenis geschreven van de geesteswetenschappen in het algemeen. Het boek bevat talloze namen, bronvermeldingen en interessante patroonsbeschrijvingen. Want daarop concentreert het boek zich: een analyse van principes en patronen in de verschillende geesteswetenschappelijke disciplines. Uit deze analyse volgt of de geesteswetenschappen een toenemend probleemoplossend vermogen kennen (antwoord: ja) en of ze invloedrijk zijn althans nut hebben (antwoord: ja). De kracht van dit boek is meteen ook haar enige zwakte: door de overweldigende hoeveelheid feiten is de neiging groot bepaalde passages met al te veel details over te slaan. Een interessant en vooral ook imponerend werk.