Goodreads helps you follow your favorite authors. Be the first to learn about new releases!
Start by following Tessa de Loo.
Showing 1-9 of 9
“I wish I knew how one is supposed to live. I wish somebody had taught me. Why do people we take for authorities when we are children let us down in this respect? Who is to tell us which is right? The cross, the crescent, the hammer and sickle, the smiling Buddha? do as you would be done by.”
― A Bed in Heaven
― A Bed in Heaven
“Colour is a matter of personal opinion.”
― A Bed in Heaven
― A Bed in Heaven
“A beautiful bridge is a poem.”
― A Bed in Heaven
― A Bed in Heaven
“How can a river that rises in a black forest and discharges in a black sea be celebrated as blue?”
― A Bed in Heaven
― A Bed in Heaven
“Bridges symbolize peace and human contact.”
― A Bed in Heaven
― A Bed in Heaven
“Een man die zich haar vader noemde, maar zoiets deed een vader toch niet?”
― Een goed nest
― Een goed nest
“Er is een ruim tweepersoonsbed dat mijn hele herinnering beslaat. Buiten, in de diepte, is het stil, op het geluid van een enkele passerende auto na. Een auto, zo laat nog, een veeg in de nacht.
Ik lig op mijn linkerzij, met mijn hand omklem ik de metalen rand. Ik druk mijn wang tegen het koele metaal. Wie op zijn linkerzij slaapt belast zijn hart, zegt mijn moeder.
Vanuit mijn positie aan de rand van het bed kijk ik recht de zwarte hemel in. De nacht is veraf en dichtbij. Het matras deint op en neer als een vlot op de oceaan.
Ik ben achttien, ik heb niets tegen de nacht. Maar déze, terwijl ik er nog middenin ben, zou ik nu al uit mijn leven willen schrappen.”
―
Ik lig op mijn linkerzij, met mijn hand omklem ik de metalen rand. Ik druk mijn wang tegen het koele metaal. Wie op zijn linkerzij slaapt belast zijn hart, zegt mijn moeder.
Vanuit mijn positie aan de rand van het bed kijk ik recht de zwarte hemel in. De nacht is veraf en dichtbij. Het matras deint op en neer als een vlot op de oceaan.
Ik ben achttien, ik heb niets tegen de nacht. Maar déze, terwijl ik er nog middenin ben, zou ik nu al uit mijn leven willen schrappen.”
―
“Voor het eerst in haar leven voelde ze een vleug pure haat opkomen, snel en schichtig, als een nog onbekende vijand die niet gezien wil worden en wegduikt in het struikgewas als je zijn kant op kijkt. Haat jegens de man die hun dit had aangedaan. Een man die zich haar vader noemde, maar zoiets deed een vader toch niet?”
― Een goed nest
― Een goed nest
“Wanneer ze de straat in loopt, bespeurt ze een verandering in zichzelf, een concentratie van aandacht richt zich, voordat ze bewust iets hoort, in haar op als een cobra voor een fluitspeler. Een snoer van klanken komt haar tegemoet, muziek die omhoog- en omlaagwelft alsof zij precies de beweging van een wandelaar in de heuvels van Boeda volgt. Wat is dat voor instrument, waar komt die warme bas vandaan in de diepere regionen, die alt in de hogere? Het lijkt op de gordonka van de zigeuners, de gardon van de boeren. Het is hetzelfde, het is niet hetzelfde.
De muziek komt uit de tuin van het huis waar ze haar bestelling moet afleveren. In de schaduw van hoge bomen zit een elegant gezelschap in aandacht verzonken voor een musicus die voor haar een muzikant is, het subtiele verschil kent ze nog niet. Het wordt haar toegestaan vanaf een stenen trap naar de keuken mee te luisteren. Ze vraagt wat voor muziek het is die daar ten gehore wordt gebracht. De huishoudster is zo vriendelijk het voor haar te vragen. De tweede cellosuite van Bach. Ze prent het zich in, om het nooit meer te vergeten, de tweede cellosuite van Bach. De vermoeidheid van de wandeling valt van haar af, ze is opgewonden omdat er muziek bestaat die een illusie van oneindigheid oproept, een streling van de ziel die nooit meer ophoudt.”
―
De muziek komt uit de tuin van het huis waar ze haar bestelling moet afleveren. In de schaduw van hoge bomen zit een elegant gezelschap in aandacht verzonken voor een musicus die voor haar een muzikant is, het subtiele verschil kent ze nog niet. Het wordt haar toegestaan vanaf een stenen trap naar de keuken mee te luisteren. Ze vraagt wat voor muziek het is die daar ten gehore wordt gebracht. De huishoudster is zo vriendelijk het voor haar te vragen. De tweede cellosuite van Bach. Ze prent het zich in, om het nooit meer te vergeten, de tweede cellosuite van Bach. De vermoeidheid van de wandeling valt van haar af, ze is opgewonden omdat er muziek bestaat die een illusie van oneindigheid oproept, een streling van de ziel die nooit meer ophoudt.”
―




