"Ze zag eruit ala een opgesloten prinses in een toren, smachtend naar een prins die het lover beklom en haar redde. De toren die tot gevangenis diende, was het leven zelf; de pruns op wie ze wachtte, was de Dood, en datgene waarvan ze gered wilde worden, was de vloek van het bestaan." Oke hoor, meneer Koontz.
— Oct 11, 2016 01:10PM
Add a comment