Goodreads helps you follow your favorite authors. Be the first to learn about new releases!
Start by following Louis Couperus.
Showing 1-30 of 45
“Zo ging het leven onafgebroken en eentonig voort, als met een zenuwachtig egoïstisch materialisme: er werd geleden en er daalde geen algemeen rouwfloers neer op de wereld; er werd geleden en toch bleef alles het zelfde en lachte men, sliep men, at men rondom dat leed.”
― Eline Vere
― Eline Vere
“Prachtig subliem in zijn ondergang, verheerlijkte hij zich in de krankzinnigheid zijner tragedie”
― De stille kracht
― De stille kracht
“En er rees in him een vreemde verwondering op, een verwondering, dat een mens steeds zichzelve, steeds zijn eigen individu was, zonder zich ooit te kunnen verwisselen in de persoonlijkheid van een ander. Dikwijls, zonder de minste aanleiding, doemde die verwondering bij hem op, te midden van de vrolijkheid der anderen en vulde zij hem met een grote verveling bij de gedachte aan het onherroepelijke noodlot, dat hij steeds Vincent Vere was en wezen zou, dat hij nimmer herboren kon worden in een geheel ander schepsel, dat ademde onder geheel andere omstandigheden in een geheel anderen kring. Hij zou graag verschillende gemoedslevens hebben doorleefd, in verschillende eeuwen hebben bestaan, en in telkens wisselende metamorfozen zijn geluk hebben willen zoeken. En dat verlangen scheen hem tegelijkertijd zowel zeer kinderachtig, om de bespottelijke onmogelijkheid, als zeer verheven, om de grootse onbereikbaarheid, die het omvatte, en hij meende, dat niemand dan hij zulk een verlangen koesterde en gevoelde zich zeer hoog boven andere mensen geplaatst... In die mijmering van hem, of de drie anderen zeer ver van hem waren, als van hem gescheiden door den nevel van rook... Een gevoel van lichtheid doorzweefde eensklaps zijn hersenen; het werd, of hij elk voorwerp met heller kleuren zag, hun gelach en gepraat harder hoorde klinken in zijn oor, als op een plaat van metaal, den geur van de tabak, vermengd met een aroom van gestorten wijn, in meer scherpte rook, terwijl de anderen in zijn slapen en zijn polsen klopten, alsof zij barsten zouden...”
― Eline Vere
― Eline Vere
“Hij begreep niet waarom hij zoo oud moest worden, terwijl de dingen zoo langzaam voorbij gingen, stille voorbij, maar zóo slepend, als waren ze, de dingen van vroeger, spoken, die slierden heel lange sluiers langs heel lange paden, en als ritselden de sluiers over de warrelende bladeren, die neêrdwarrelden over het pad.”
― Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...
― Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...
“triltintelende starrenachten”
― De berg van licht
― De berg van licht
“Maar nu ben ik heusch zoo dwaas niet meer: ik hoû alleen veel van lezen en is dat nu zoo 'esthetisch'?”
― Noodlot
― Noodlot
“She did not read, she did nothing at all, and hours went by during which even her thoughts came to a standstill. At times she would abruptly throw herself on the floor and lie there pressing her face to the carpet with her eyes tightly closed, until a knock at the door – the maid bringing her lunch tray – made her scramble to her feet in sudden fright.”
― Eline Vere
― Eline Vere
“Wat vermodderd was, was vermodderd: het leven, eenmaal vergooid, was niet meer terug te winnen.”
― Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...
― Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...
“Waarom zou je je eigenlijk vermoeien in die uitpluizingen. Je houdt van [je verloofde] Erlevoort, je bent gelukkig, stel je daar tevreden mee.;
het geluk is een kapel: als het om je heen fladdert, moet je het niet zoeken te grijpen om het anatomisch te ontleden daar is het te broos en te etherisch toe, dan gaat het dood.”
― Eline Vere
het geluk is een kapel: als het om je heen fladdert, moet je het niet zoeken te grijpen om het anatomisch te ontleden daar is het te broos en te etherisch toe, dan gaat het dood.”
― Eline Vere
“Lijden is het grootste geven. Te geven aan wie men liefheeft, het leed van zijn lijdende ziel, is de grootste gift, die te geven is.”
― Psyche
― Psyche
“Ik ontvang enkele brieven. Maar geen Hollandsche courant, dien wij zeer missen. Wij kunnen de Corriere della Sera koopen - zeer onregelmatig - en vergelijken die berichten met die der Duitsche couranten. De Corriere is niet zeer Duitsch... Waar is de Waarheid te vinden! Je wordt suf van al die tegenstrijdige berichten.”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Haar zenuwen waren als koorden gespannen en trilden onder Betsy's beledigingen als onder ruwe handen.”
― Eline Vere
― Eline Vere
“(...) dat een mensch meestal beter is, dieper denkt, edeler voelt dan hij schijnen laat in de iederen-daagsche banaliteit van het leven, die hem dwingt zich te bemoeien met nietsjes en woorden, ieder ogenblik.”
― Majesty: A Novel
― Majesty: A Novel
“Ook wie niet meer dan '"nutteloos toeschouwer" is bij den "Wereldbrand", mag ontsteld staan bij deze vreselijke kraters van volkerenpassie, die uitbarsten in cataclysmen rondom hem heen.
Wat doet het bijna vreemd aan, dat ik in deze dagen leef als ik de vorige dagen leefde, dat er in mijn leven nauwelijks iets veranderd schijnt...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
Wat doet het bijna vreemd aan, dat ik in deze dagen leef als ik de vorige dagen leefde, dat er in mijn leven nauwelijks iets veranderd schijnt...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Een mensch, met zijn egoïsme-tjes, die moet denken over zijn eigen klein bestaan, in deze tijden, waarin de volkeren strijden om hunne bestanene; een mensch, die gedwongen is zich kleine, hem vervelende moete-tjes te geven om paspoort, geld, brieven, couranten, om koffers gepakt te houden in geval van noodzakelijk, overhaast vertrek...
Een mensch, die, vervuld van reuzige, flapperende vlerken, omwaaid wordt van een wind van golvende plooien: de wadeplooien en slaande wieken van de Historie zelve, die, driftig opgerezen, rondom zijne atoom-keinte waart...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
Een mensch, die, vervuld van reuzige, flapperende vlerken, omwaaid wordt van een wind van golvende plooien: de wadeplooien en slaande wieken van de Historie zelve, die, driftig opgerezen, rondom zijne atoom-keinte waart...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Wat zeer weemoedig maakt in dezen Oorlog, is dat hij nergens sympathieën opwekt. Dat men smart kan hebben met de Verpletterden, maar dat men niet mede voelt met de Eenen noch met de Anderen. Dat men zich voelt weemoedig neutraal. En zich in dezen neutralen weemoed bewust wordt van een weemakende afkeer van allen...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Een matheid verlamde zijn ledematen; het scheen hem of er lauw water door zijn aderen vloeide in plaats van bloed; en mist scheen somwijlen over zijn hersenen te hangen, zoodat hij niet denken of zich iets herinneren kon.”
― Eline Vere
― Eline Vere
“En Eline had zich illuzies geschapen zonder eind; haar hartstocht vulde haar ziel meer en meer met een tweede, denkbeeldig, fantastisch bestaan, waarin Fabrice en zij held en heldin waren; een roman van onwaarschijnlijkheid en zich steeds al meer en meer opschroevende romantiek ... (...)
En het was Eline geweest of ze hem voor het eerst zag. Al de bekoring, waarmede hij door zijn levendige, talentvolle actie, in schitterende kostumes, welke zijn gestalte op het voordeeligst deden uitkomen, haar onbewust omstrikt had, verbrak haar toverkoorden als door een enkelen ruk, en al klonk in zijn prachtige stem het zelfde krachtvolle koper, dat haar in de opera met zaligheid doortrilde, nu hoorde zij ternauwernood, dat hij zong, ontzet als zij was over haar reusachtige vergissing.
Had zij dan nooit ogen gehad?”
― Eline Vere
En het was Eline geweest of ze hem voor het eerst zag. Al de bekoring, waarmede hij door zijn levendige, talentvolle actie, in schitterende kostumes, welke zijn gestalte op het voordeeligst deden uitkomen, haar onbewust omstrikt had, verbrak haar toverkoorden als door een enkelen ruk, en al klonk in zijn prachtige stem het zelfde krachtvolle koper, dat haar in de opera met zaligheid doortrilde, nu hoorde zij ternauwernood, dat hij zong, ontzet als zij was over haar reusachtige vergissing.
Had zij dan nooit ogen gehad?”
― Eline Vere
“Onder me vloeit de zee van het verleden, boven me drijft de ether der toekomst, en ik sta daar tussen-in als op een stip van werkelijkheid; een stip zo klein, dat ik beide voeten pal tegen elkaar moet drukken, om staande te blijven. En vanaf de stip van mijn heden ziet mijn weemoed neer naar die zee en mijn verlangen op naar die lucht. (...)
Het heden is het enige, dat is, of dat tenminste schijnt te zijn. De stip is; de stip, tenminste, schijnt; die zee niet, en die lucht niet, want die zee is slechts herinnering en die lucht slechts illusie. En toch zijn herinnering en illusie alles, zijn ze de wijde domeinen der ziel, die van de stip afvliegt en op de zee afglijdt naar de einders, die wijken en op de wolken wegdrijft naar de sferen, die wijken en wijken...”
―
Het heden is het enige, dat is, of dat tenminste schijnt te zijn. De stip is; de stip, tenminste, schijnt; die zee niet, en die lucht niet, want die zee is slechts herinnering en die lucht slechts illusie. En toch zijn herinnering en illusie alles, zijn ze de wijde domeinen der ziel, die van de stip afvliegt en op de zee afglijdt naar de einders, die wijken en op de wolken wegdrijft naar de sferen, die wijken en wijken...”
―
“Dat is misschien zwakhoofdigheid, maar ik kan er niets tegen. Een doodende hoofdpijn doorsteekt mij als ik door denk over Luik, Leuven en Duitschland's oorlogskansen. Eigenlijk kan mij dat alles niets schelen. Wou ik, dat het voorbij was. Dat een groote catastrofe gebeurde; een Aardbreuk, die alles verzwolg, een Pest, die uitbrak en de geheele Menscheid in een dag meer maaide...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Ik weet alleen dat deze oorlog idioot is: "Europa's zelfmoord!", dat onderschrijf ik. Ik, klein deeltje Europa's, atoompje Europa's, voel mij ten minste al langzaam sterven.”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Er komt in mij bij de zekere agitatie, een zekere ongerustheid, dat ik niet ernstig genoeg mijn eigen tijd bestudeer en bij houd.”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Zij zongen hunne ziel uit naar de in de heldere zomerlucht ontluikende sterren toe, die zelfde sterren, waartusschen ik, hoogmoedig, mij verbeeld had neer te schouwen over het klein verachtelijke gewriemel der verdwaasde volkeren, der nooit tot Oppermenschelijkheid wassende Menschheid...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Betsy kwam binnen, met een ontevreden uitdrukking in haar, onder zware wenkbrauwen tintelende, ogen, haar korte vlezige lippen nijdig samengetrokken. Zij droeg een stapeltje kristallen dessertschaaltjes, die zij nu zelve wilde wassen, daar Grete, de keukenmeid, er een gebroken had. Voorzichtig, trots haar verbittering, zette zij het stapeltje neer, vulde een spoelkom met lauw water, zocht naar een kwast.
- Die drommelse meid...! Verbeeld je, een van mijn fijne schaaltjes. Dat gaat ze waarachtig met kokend water wassen. Het is ook altijd zo, als je die lomperds wat toevertrouwt.
Hard, met een ruwe nadruk klonken haar woorden. Wrevelig duwde zij Ben, die haar in de weg stond, opzij.
Eline, zeer bereidvaardig in haar aangenaam humeur, wilde aanstonds helpen, wat Betsy, gestreeld, gaarne aannam. Zij beweerde veel te doen te hebben, maar liet zich intussen op de bank neervallen en zag toe, hoe Eline voorzichtig de schaaltjes éen voor éen afkwastte en in de plooien van een theedoek droogde, met kleine, bevallige gebaren, zonder haar vingers te bevochtigen of een droppel te storten. En zij gevoelde het verschil tussen haar eigene bruisende beweeglijkheid, ontsproten uit haar rijke gezondheid, en Eline's lome elegance, gemengd met iets als een vrees zich te zullen vermoeien of te bezoedelen.”
― Eline Vere
- Die drommelse meid...! Verbeeld je, een van mijn fijne schaaltjes. Dat gaat ze waarachtig met kokend water wassen. Het is ook altijd zo, als je die lomperds wat toevertrouwt.
Hard, met een ruwe nadruk klonken haar woorden. Wrevelig duwde zij Ben, die haar in de weg stond, opzij.
Eline, zeer bereidvaardig in haar aangenaam humeur, wilde aanstonds helpen, wat Betsy, gestreeld, gaarne aannam. Zij beweerde veel te doen te hebben, maar liet zich intussen op de bank neervallen en zag toe, hoe Eline voorzichtig de schaaltjes éen voor éen afkwastte en in de plooien van een theedoek droogde, met kleine, bevallige gebaren, zonder haar vingers te bevochtigen of een droppel te storten. En zij gevoelde het verschil tussen haar eigene bruisende beweeglijkheid, ontsproten uit haar rijke gezondheid, en Eline's lome elegance, gemengd met iets als een vrees zich te zullen vermoeien of te bezoedelen.”
― Eline Vere
“O, laat het verleden herinnering zijn, heilige herinneringen, goudene herinneringen, maar zie nu aan het heden! O, laat het heden je troosten, het heden, klein, nederig en arm.”
―
―
“Want de Menscheid is hopeloos hulpeloos. Zij is niet veranderd sedert Kaïn Abel versloeg...
En van af de andere werelden zien andere, gezegendere Menschheden in matelooze ontsteltenis op onze vlammende, bloed-overgolfde Aardbol neer...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
En van af de andere werelden zien andere, gezegendere Menschheden in matelooze ontsteltenis op onze vlammende, bloed-overgolfde Aardbol neer...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Ideeën zullen wel nooit autoriteit kunnen uitoefenen boven de volkeren der Menschheid, en zij zullen dus wel altijd blijven strijden om de suprematie over de Wereld, tot zij elkaar allen vernietigd hebben.
Ik haal dus mijn reine, zilveren, witte vanen binnen, en, mijn blik naar omlaag, oordeel ik wat ik zag het minderwaardige schouwspel van de minderwaardigheid der Volkeren...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
Ik haal dus mijn reine, zilveren, witte vanen binnen, en, mijn blik naar omlaag, oordeel ik wat ik zag het minderwaardige schouwspel van de minderwaardigheid der Volkeren...”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Wat het Verleden betreft, leven wij in eene illuzie van wetenschap. Wat het Heden betreft, leven wij in een dikken mist. Mocht ik ooit tachtig jaar worden, dan zal ik misschien in vele dikke boeken iets lezen kunnen van wat er gebeurde om mij heen in deze Augustusdagen en dan zal die late wetenschap misschien... nog maar een illuzie zijn.
(...)
Het is niet de moeite waard je eigen tijd te leven.”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
(...)
Het is niet de moeite waard je eigen tijd te leven.”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
“Legermassa's die tegen elkaar in dreunen; reusachtig als nimmer nog bonsden op elkaar aan nimmer nog zoo uitgestrekte grensgebieden. Groot is dat alles, van ons menschelijk standpunt gezien. Armzalig blijft het voor de zaligen, zoo zij dat mierengewriemel aanschouwen. Misschien zien zij er nauwelijks heen...
Klein blijven de menschen op hunne aarde, voor de geesten, die hoger zweven. Groot grooter dan ooit, doen hunne agglomeraties, voor wie, tijdgenooten, hun bloedig woelen maar menschelijk ontsteld aanzien.
Het menschelijk bedenken spitst zich tot genialiteit. om elkander te vernielen.”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer
Klein blijven de menschen op hunne aarde, voor de geesten, die hoger zweven. Groot grooter dan ooit, doen hunne agglomeraties, voor wie, tijdgenooten, hun bloedig woelen maar menschelijk ontsteld aanzien.
Het menschelijk bedenken spitst zich tot genialiteit. om elkander te vernielen.”
― Brieven van den nutteloozen toeschouwer




