Dutch Literature Quotes

Quotes tagged as "dutch-literature" Showing 1-30 of 42
Gerard Reve
“Van Hermans wordt al 1½ of 2 jaar een roman aangekondigd, maar ik zie nergens iets ervan, ook geen voorpublikaatsies. Louis Paul Boon schrijft niet meer, maar schildert nu. Richard Minne is dood, Jan van Nijlen is dood, Pierre Kemp is dood. Het holle vat Mulisch is van eigen verbeelding gebarsten, Wolkers absoluut ongenietbaar geworden. Het zo geestdriftig begroete talent Hamelink is verzand. De gehele markt, de gehele Nederlandse levende literatuur is voor mij — een gek idee, net alsof je een heel groot strandbad of koncertzaal voor jezelf alleen hebt. Het is niet echt leuk, & je wordt er nerveus van. Autorijden terwijl er nergens ook maar iemand op de weg is, dagen, jaren lang. Toch moet je rechts blijven houden, richting aangeven etc. etc. Vreemd, heel vreemd. Kwam Willem Frederik Hermans maar eindelijk weer eens met iets groots.”
Gerard Reve, Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel

Joost Zwagerman
“En áls er dan ergens in moest worden berust, dan toch in de wetenschap dat zij eendrachtig waren in hun rouw; dat zij eindelijk van elkaar wisten dat zij niet treurden om de afloop en het scheiden, maar al hadden getreurd vanaf het eerste begin. Die synchroniciteit was troostend.”
Joost Zwagerman, Vals licht

Joost Zwagerman
“Een misplaatst gevoel voor goede smaak weerhield hem ervan te zeggen dat hij haar had gemist en haar zou blijven missen. Maar er waren momenten dat de goede smaak maar even de andere kant op moest kijken.
‘Ik jou ook,’ antwoordde Lizzie.”
Joost Zwagerman, Vals licht

Louis Couperus
“Een matheid verlamde zijn ledematen; het scheen hem of er lauw water door zijn aderen vloeide in plaats van bloed; en mist scheen somwijlen over zijn hersenen te hangen, zoodat hij niet denken of zich iets herinneren kon.”
Louis Couperus, Eline Vere

“Ik heb gelezen dat Orpheus en Franciscus verder leven in de bomen en de vogels. Op die manier zingen ze nu nog. Mooi.
Maar zij, die gesneuveld zijn? Zouden die ook nog zingen? Ter meerdere glorie?
Laat de doden maar een beetje zingen. En laat de dader alsjeblieft z'n bek houden.”
armando, De straat en het struikgewas

“Ik dool nog steeds door de gangen van het grote gebouw, dat men 'leven' noemt. Het zijn gangen van jewelste, ze zijn door niemand voor mij betreden. De dwang der gangen.
Ik ben verbaasd, geërgerd en opgetogen. Het is een eenzaam gedoe. Meestal kan het me niet veel schelen.”
Armando, De straat en het struikgewas

“De weerzin tegen het heden veroorzaakt een verheerlijking van het verleden. In het verleden speelt de vijand een grote rol. Dus: leven de vijand.

Leven de vijand?”
armando, De straat en het struikgewas

“Maar dubbel vloek, maar dubbel schand'
En dieper smaad tot leed
Wie Neêrland heeft tot vaderland
En 't vaderland vergeet!”
Hendrik Tollens

“Gewis, 'k heb allen lief in 't hart,
Die list noch boosheid plegen;
Hun aanzigt zij dan blank of zwart,
Ik wensch hun heil en zegen;
Maar Nederland wensch ik tienmaal meer:
Dat, vrienden! is mijn liefdeleer.”
Hendrik Tollens

“Een wereldburger ben ik niet,
Hoe grootsch die naam moog schijnen;
De liefde, die mij God gebiedt,
Begin ik met de mijnen:
Ik knoop het eerst den broederband
In 't mij gegeven vaderland”
Hendrik Tollens

Frans Kellendonk
“Een intellectueel, iemand die in staat is om onbevangen met ideeën om te gaan, is een zeer zeldzame vogel.”
Frans Kellendonk

“Als oprecht democraat eerbiedig ik iedere mening: het is immers het goed recht van mijn buurman altijd ongelijk te hebben.”
Jan Greshoff

Henri van Wermeskerken
“Het is als met malaria tropica…. de tropische zoutwaterliefde is de ergste en maakt de meeste slachtoffers. Malaria is daarbij goedig, en veroordeelt soms alleen maar ter dood. Zoutwaterliefde vaak tot levenslange opsluiting binnen enge muren.”
Henri van Wermeskerken, Tropische zoutwaterliefde: humoristische roman

Henri van Wermeskerken
“Veel meer dan de zee heeft de liefde den menschen het leven gekost.”
Henri van Wermeskerken, Tropische zoutwaterliefde: humoristische roman

Henri van Wermeskerken
“Sambal aristocraten, sinds ze sambal aten willen ze ook aristocraten zijn op hun manier. Je kent toch het spreekwoord: Le canaille de I’Europe, c’est la noblesse de I’Orient? Nou, dat is nu Tropenadel... En dat wil dan op Indos neerzien, op families die soms al eeuwen de werkelijke pionniers van Nederland in Indië waren. En op deze afgeven! Waarom? Omdat ze heel goed voelen, dat ze voor een groot deel in beschaving bij hen ten achter staan.”
Henri van Wermeskerken, Tropenadel: een vroolijk spel uit het Indische leven in drie bedrijven

Henri van Wermeskerken
“De hel is van binnen gestoffeerd als een Indisch hotel... en je krijgt er hetzelfde te eten ook...”
Henri van Wermeskerken, Tropenadel: Van Vliet, Sweet & Cy

Henri van Wermeskerken
“De eerste en de laatste borrel smaken altijd het lekkerst, en zoo is het in de liefde ook.”
Henri van Wermeskerken, Tropische zoutwaterliefde: humoristische roman

Henri van Wermeskerken
“Achter een masker kan een mensch zijn gewone masker, dat hem al een leven lang verveelt, tezamen met een dikke laag conventie afleggen en eens òngemaskerd zijn. Bij de démasque begint dan weer de levensmaskerade. En na de kater ’s morgens opnieuw de verveling.”
Henri van Wermeskerken, Tropische zoutwaterliefde: humoristische roman

Willem Frederik Hermans
“Kunt u me niet een onderwerp voor mijn doctoraalscriptie opgeven, professor? Nee, meneer, mevrouw, als het vak u niet voldoende boeit dat u zelf een onderwerp kunt bedenken, waarom moet ik dat dan voor u doen? Ja maar professor, andere professoren… Ik weet precies wat u bedoelt, meneer, mevrouw, andere professoren geven hun studenten probleempjes op, welzeker, onbelangrijke probleempjes die ze zelf niet de moeite waard vinden, maar als die dan zijn opgelost, zijn ze niet te beroerd er zelf een artikel over te schrijven. De student die het vuile werk gedaan heeft, mag blij wezen als hij als co-auteur wordt vermeld. Maar zo ben ik niet, begrijpt u?”
Willem Frederik Hermans, Onder professoren

Willem Frederik Hermans
“Dagboekschrijvers als ik schrijven hun dagboek met de onuitgesproken bedoeling zichzelf als een ander voor zich te kunnen zien… Eigenlijk zijn ze geen dagboekschrijvers, maar zelfportrettisten, of een mengeling van die twee.”
Willem Frederik Hermans, Onder professoren

Willem Frederik Hermans
“In elk geval komt er een tijd dat het christendom uit boekjes geleerd zal worden op school, net zoals men nu de mythologie van de Grieken en de Romeinen op school leert.”
Willem Frederik Hermans, Conserve

Arthur van Schendel
“Ik weet niet hoe u de wereld aanziet, mijnheer Jonas, maar u zal wel toegeven dat het een voordeel is als men dansen kan. Op ritmen het leven door te gaan, dat is de kunst. Nietwaar, waken bij dag, slapen bij nacht, eten, drinken, werken, rusten met een maat, genoegen en verdriet, het heeft alles een ritme. En als men dansen kan, verstaat men de kunst die dingen mooi te doen, dat is de kunst van te leven.”
Arthur van Schendel, De wereld een dansfeest

Renate Rubinstein
“De bomen rond dit huis, dat in de duinen ligt, zijn kaal. Ik vind ze mooi. Zo dun en wuivend en doorzichtig, zoveel complexer van structuur dan ze in de zomer waren. Het is niet nodig voor een boom om altijd het lied van zomer, zomer, zomer te zingen. Pas in de winter kun je zien wat er achter al dat groen steekt. Zo hou ik ook van mensen die alle seizoenen kennen. Pas dan kun je zien wat ze waard zijn. Niet in voorspoed maar in tegenspoed. Pas dan wordt het leven een kunst.”
Renate Rubinstein, Niets te verliezen en toch bang

E. du Perron
“Couperus blijft vrijwel de enige die erin geslaagd is om specifiek-Hollandse verhaalkunst te geven op „Europees peil" (De Boeken der Kleine Zielen, Van Oude Menschen, de Dingen die voorbijgaan); men zou nog Van Looy kunnen noemen en Van Schendel's Fregatschip Johanna Maria.”
E. du Perron, Uren met Dirk Coster: een tegenstem

Jan Fabricius
“De moeder van mijn moeder was een Javaansche vrouw. Meent u dat het geestig is, majoor, om mij daarom te bespotten? U hebt in Breda de academie doorloopen. Daar hebt u, toen u jong was, het een en ander moeten leeren van de Geschiedenis der Hollanders op Java. In die geschiedenis vindt u eindelooze reeksen opstanden waarbij Hollandsche moeders en kinderen werden vermoord. Moet u nu nog van mij leeren, hoe vaak het gebeurd is, dat Javaansche baboes met gevaar voor eigen leven getracht hebben de Hollandsche kinderen te redden, die aan haar zorgen waren toevertrouwd? Is u uit de geschiedenis der Hollanders op Java vergeten, majoor, hoeveel Javaansche vrouwen zich
voor die kinderen aan stukken hebben laten hakken?….
Als u dat niet weet, dan kent u de geschiedenis van Nederlandsch-Indië slecht. En als u het wel weet, schaam u dan, als u iemand een sienjo noemt.”
Jan Fabricius, Dolle Hans: Indo-drama in drie bedrijven

Carry van Bruggen
“Men behoeft kinderen niet te bezwaren met de volle zwaarte der bittere waarheden, waaraan wij volwassenen ons echter niet onttrekken mogen — maar men mag ze nog minder leeren mooie namen te geven aan wat geen mooien naam verdient.”
Carry van Bruggen, Vaderlandsliefde, menschenliefde en opvoeding

Carry van Bruggen
“Te zeggen dat we geen oorlog willen! Wij, die onze kinderen opvoeden in de vereering van zeehelden en vechtjassen, wij die het beroep van de beroepsslachters onder de meest eervolle rekenen. Omdat ze hun plicht doen? Ook de beul doet zijn plicht, maar het menschelijk instinct gruwt en huivert niettemin voor hem.”
Carry van Bruggen, Vaderlandsliefde, menschenliefde en opvoeding

Carry van Bruggen
“Hoffelijkheid en gematigdheid zijn aardige zaken, vaak ook heel aardige dekmantels voor de lafheid, die zich veiliger gevoelt bij het sparen van gevoeligheidjes dan bij het zeggen van onplezierige waarheden.”
Carry van Bruggen, Vaderlandsliefde, menschenliefde en opvoeding

Henri van Wermeskerken
“Zoo zijn wij. Als wij er één liefhebben of haten, omdat ze ons teleurstelde, wat hetzelfde is, dan denken we dat die ééne vrouw de vrouw, en de wereld is. Het heelal.”
Henri van Wermeskerken, De oceaanvlucht: modern spel van lucht en oceanen in vier bedrijven

Louis Couperus
“Er was geen goed of slecht in de wereld; alles was zooals het wezen moest en het gevolg van een aaneenschakeling van oorzaken en redenen; alles had recht van bestaan; niemand kon iets veranderen aan wat was of zijn zou; niemand had een vrijen wil; ieder was een gestel, een temperament en kon niet anders handelen, dan volgens de eischen van dat temperament, overheerscht door omgeving en omstandigheden; dàt was de waarheid, die de menschen steeds met hun kinderachtig idealisme, zeurend over deugd en met een handjevol religieuze poëzie, zochten te bedekken….”
Louis Couperus, Eline Vere

« previous 1