Goodreads helps you follow your favorite authors. Be the first to learn about new releases!
Start by following Jan Wolkers.

Jan Wolkers Jan Wolkers > Quotes

 

 (?)
Quotes are added by the Goodreads community and are not verified by Goodreads. (Learn more)
Showing 1-30 of 32
“Want medelijden is de ergste vijand van de liefde.”
Jan Wolkers, Turks Fruit
“De eeuwigheid is het ogenblik waarvan je zegt, dat zal ik nooit vergeten.”
Jan Wolkers
“En dan zat hij weer heel lang te trillen van het lachen als een pudding tijdens een bombardement.”
Jan Wolkers, Turks Fruit
“Voordat ze in mijn boekenkasten verdwijnen leef ik tussen stapels boeken als tussen bloeiende struiken.”
Jan Wolkers
tags: boeken
“In de oorlog had ik daar wankel op de hoge hakken gelopen, met een jurk aan en een hoofddoek om. Om mijn broer te bewijzen dat ook ik geschikt was om illegaal werk te doen. Maar voor de garage kwam ik een jongen tegen die ik in jaren niet gezien had en die zei: 'Dag Jan!' Ik ging terug, trok de kleren van mijn zuster uit en bemoeide me verder niet meer met de oorlog.”
Jan Wolkers, Terug naar Oegstgeest
tags: oorlog
“Vanmiddag kwam je brief en ik was er zó blij mee. Als je altijd zo was als in deze brief. Het leek weer net als vroeger en ik was ineens weer zo verliefd op je. Ik denk dat ik maar blijf totdat ik weer terug ben. 't Is een erg prettig gevoel. Mijn eenzame bed begint hoe langer hoe eenzamer te lijken en ik verlang ernaar om uit te vinden of je zoenen dezelfde herinneringen op zullen roepen als deze brief.
Ik verlang nog net als vroeger naar een geluk dat langer duurt dan een omhelzing. En ik weet niet of het bestaat, net als vijf jaar geleden. Ik heb vanavond het gevoel alsof je niet bestaat.
Wat ik je had willen schrijven staat nergens in mijn brief.”
Jan Wolkers, Een roos van vlees
“...dan gebeurt eindelijk wat je het hele boek door al voelde aankomen en wat met dat ene zinnetje waar meteen het hoofdstuk mee eindigde, duidelijk werd gemaakt: 'Hij dwong haar met zijn knieen.' En in het vervolg als ik in bed aan Rietje Tulp dacht, dan zei ik hees: 'Hij dwong haar met zijn knieen.' En dan lag ik met mijn knieen te wrikken en wild te stoten in het matras, maar ik wist eigenlijk niet goed hoe dat ging, iemand dwingen met je knieen. Mijn vader vroeg in die waarom ik zoveel zakdoeken in de dakgoot gooide, en mijn moeder wilde er nog iets bijvoegen maar bleef halverwege steken.”
Jan Wolkers, Terug naar Oegstgeest
“Misschien is het allemaal niet waar. Misschien had niets een betekenis, had alles net zo goed anders kunnen gaan. Zijn het maar lijnen die ik trek van de ene gebeurtenis naar de andere om de zin ervan te begrijpen.”
Jan Wolkers, Terug naar Oegstgeest
“Het is een mooie kringloop, je moet er alleen niet een zin in willen ontdekken. Dat is misschien de enige les die er te leren valt. Gewoon als een blad naar de aarde kunnen tuimelen zonder dat je vindt dat je moet denken dat je vleugeltjes krijgt en weer omhoogvliegt het heelal in. De perzik van onsterfelijkheid is een aardig verzinsel, maar die vrucht heeft beslist geen pit. Het is maar een ezelsbruggetje naar de dood.”
Jan Wolkers, De perzik van onsterfelijkheid
“Terwijl jij daar geveld ligt door Coatlicue, krimpt onze welvaartsstaat weer samen, zoals ieder jaar als de donkere dagen rond kerstfeest naderen, tot de knusse wereld van Anton Pieck. Het krijsen van de goden wordt hier gedempt door de bellekens van de arreslede. Mijn god, kunnen wij hier ook niet bar en bitter met een koolraap aan het spit de bijtende koude door een slonzige pels heen tot de huid laten doordringen.”
Jan Wolkers, De Onverbiddelijke Tijd
“De zon was een matrode schijf met een vurige rand om de bovenronding tegen een egaalgrijze lucht. Op het water wat rode slierten zoals schilders dat soms doen om weerspiegeling weer te geven. Ervoor vlogen grote sterns vissend heen en weer. Van een meter of tien lieten ze zich vallen, boorden het water in dat opspatte alsof er een steen in werd gegooid. Even later kwamen ze weer boven water. Kierrr... kierrik!”
Jan Wolkers, De Onverbiddelijke Tijd
“Hij keek even naar de drol. Het uiteinde glansde van een slijmerige bloederige afscheiding. In het stuk krant hield hij hem als een sigaar tussen zijn vingers, bracht hem halverwege naar zijn mond en keek mismoedig met treurige hondeogen naar een denkbeeldige voorbijganger.
'Hebt u een vuurtje voor me,' vroeg hij somber.”
Jan Wolkers, De perzik van onsterfelijkheid
“De steeds weer terugkerende dagdroom in mijn jeugd was, vooral op wasdag, om rijk te worden en dan voor mijn moeder een lieflijk landelijk paradijs aan te schaffen waar onder het loverzwaar geboomte op het mollige gras tientallen jonge vrouwen in luchtige zomerjurkjes met kittige schortjes om de was voor haar deden in blinkend gegalvaniseerde wasteiltjes en op bijna schertsachtige wasbordjes die de allure hadden van rococo-harpjes.”
Jan Wolkers, De junival
“Hij heeft gebeden en gesmeekt. Hij heeft nachtenlang op zijn knieën gelegen. Het heeft niet geholpen. Dat rampzalige stuk ellende daarboven is zo doof als een rotsblok.”
Jan Wolkers
“Als iemand haar uit de narigheid haalt sterft ze.”
Jan Wolkers, Een roos van vlees
“Hebt u nog ouwe spulletjes? Alleen mezelf.”
Jan Wolkers, De perzik van onsterfelijkheid
“Ik voelde me ineens niet meer eenzaam maar diep gelukkig dat er iemand was die het begreep en het onder woorden had gebracht.”
Jan Wolkers, Terug naar Oegstgeest
“Leven moet geleefd worden. Je moet er ernst van maken anders ben je een plas die verdampt.”
Jan Wolkers, De perzik van onsterfelijkheid
“Dat is het grootste van dieren, dat ze niet kunnen grienen. Als je huilt heb je een slecht geweten, dan ben je in gebreke gebleven. Een dier stelt nooit teleur. Een dier valt niks te verwijten. Je kan je alleen een klootzak voelen dat je zo'n sentimentele etter bent geweest.”
Jan Wolkers, De perzik van onsterfelijkheid
“Niet bang zijn voor de natuur. Dat is ook maar een natuurverschijnsel.”
Jan Wolkers, De perzik van onsterfelijkheid
“Het is eigenlijk allemaal vreemd aan onze welvaartsmaatschappij, waar het geloof in de onbevlekte gevangenis heeft plaatsgemaakt voor het geloof in smetteloos wit wasgoed bij zestig graden in voorwas en hoofdwas. De zweetdoek van Veronica schijnt nu ook al bij 30 graden blinkend wit te krijgen te zijn. Wie denkt nog aan de spons met edik bij een rijkelijk gefarceerde kalkoen. Toch is onze maatschappij de wreedste die er ooit geweest is. Honderdduizenden slachtoffers worden jaarlijks geofferd op de piramiden van onze snelwegen, zinloos en zonder ritueel. Geen priester snijdt met precisie met een mes van obsidiaan het hart uit de borstkas van de slachtoffers. Het hele menselijk leven wordt bij een geringe botsing al samengeperst tot een brok onbehouwen conserven.”
Jan Wolkers, De Onverbiddelijke Tijd
“Diepzinnigheid die niet gebakerd ligt in paradoxale oppervlakkigheid is natuurlijk een gruwel.”
Jan Wolkers, De Onverbiddelijke Tijd
“Op de vijfendertigste verjaardag van mijn vader, 26 oktober 1925, ben ik geboren. 's Ochtends om kwart over zes. Mijn vader heef tnog steeds het psalmboek dat hij op die dag als verjaardagsgeschenk kreeg. Het zwarte linnen is een beetje afgesleten aan de hoeken zodat daar het karton zichtbaar is. Maar verder ziet het er nog keurig uit. Mijn vader zei wel eens als hij zijn handen er strelend over liet gaan, dat het een mooi cadeau was, maar dat ík het liefste cadeau was dat hij op die dag kreeg. Later, toen ik het geloof de rug toedraaide, herreip hij dat min of meer. Toen zei hij, de bijbel citerend, dat het beter was dat ik niet geboren ware, of dat een molensteen om mijn hals gehangen en ik in het diepste der zee verdronken ware.”
Jan Wolkers
“Omdat de e-toets van mijn schrijfmachine los zit - in plaats van resoluut in te grijpen en het ding vast te plakken probeer ik hem iedere keer met een splintertje van een lucifer vast te zetten, wat eigenlijk niet zo verwonderlijk is want het valt je pas op als je de machine gebruikt en dan kan je niet gaan plakken - moest ik denken aan een voortand van mij waar ook wat beweging in zit.”
Jan Wolkers, De Onverbiddelijke Tijd
“Toen ik naast het bed ging zitten zei ze dat ik er goed uitzag en ik voelde me toen een soort ludieke ploert. Want ik was gezond en ik kon niets voor haar doen.”
Jan Wolkers
“Wat vervoer je daar nou?'
'Mijn schaduw,' zei hij.
Zijn buurman keek hem even met samengeknepen ogen aan, toen keek hij naar de hond die als een onbestemde grijze hoop waar geen oren of ogen aan te ontdekken waren de mand bijna vulde en zei alsof hij het over een voorwerp had,
'Dat geval daar heeft geen deel van leven. Het is niet veel meer.'
'Jij bent ook niet veel meer.'
'Ik ben niet veel meer,' zei zijn buurman zalvend met valse gelatenheid. 'En jij bent ook niet veel meer. We zijn geen van beiden zo erg veel meer.'
'Zo is het,' zei hij. 'We hebben elkaar weer aardig opgevrolijkt.”
Jan Wolkers, De perzik van onsterfelijkheid
“Steeds zie ik ons samen opdoemen in mijn geest en weer verdwijnen. Als jongens, als jongemannen en op latere leeftijd. We kijken allebei star voor ons uit. Het lijkt wel of we met elkaar vergroeid zijn, zo dicht lopen we tegen elkaar. Ik weet niet of we op weg zijn ergens naar toe of dat het zomaar een dwalen is. Er is geen angst want ik weet dat we elkaar niet kwijt kunnen raken.”
Jan Wolkers, De Onverbiddelijke Tijd
“Vriendelijk en dynamisch,' zei hij terwijl hij naar de tafel liep en een stoel voor haar klaarzette.
'Bent u dat,'vroeg ze met een glimlach en ging zitten terwijl ze haar schort strak trok over haar billen.
'Wel geweest,' zei hij spottend. 'Op het uitsloverige af. Als ik daaraan denk heb ik reuze spijt. Wat ben ik lief en goed geweest voor de mensen. Wat een naïef geloof heb je als je jong bent. In iedereen, in de hele mensheid. Maar er verzuurt veel in de loop der jaren. De meeste mensen blijken gewoon zelfzuchtige rotzakken te zijn die het goorste ochtendblad lezen en naar de walgelijkste televisieprogramma's kijken. Ze hebben een pisbiertje binnen handbereik en een karrevracht nepzoutjes en het lijkt allemaal vrij vredig, maar ze zijn net zo gemakkelijk op te stangen als Hitler indertijd heeft gedaan met het duitse volk. Illusies hoef je je niet te maken. Er is niet de minste hoop. Het ergste is dat je bij de grote klap met al dat tuig samensmelt. Dat er geen olifantenkerkhof is waar je je waardig neer kan vlijen.”
Jan Wolkers, De perzik van onsterfelijkheid
“Waarschijnlijk omdat de dood de enige ziekte is waar we niet mee besmet hoeven te worden, waarvan we de bacil al vanaf de geboorte bij ons dragen.”
Jan Wolkers, De Onverbiddelijke Tijd
“Goethiaans overspel fonkelt hoger dan Bilderdijkse huwelijkstrouw.”
Jan Wolkers, Terug naar Oegstgeest

« previous 1
All Quotes | Add A Quote
Terug naar Oegstgeest Terug naar Oegstgeest
2,551 ratings
Kort Amerikaans Kort Amerikaans
1,851 ratings
Open Preview
Zomerhitte Zomerhitte
1,517 ratings
Een roos van vlees Een roos van vlees
808 ratings