Ad Verbrugge Quotes

Quotes tagged as "ad-verbrugge" Showing 1-3 of 3
Ad Verbrugge
“Het westerse consumentisme dreigt bij menigeen uit te lopen op een belevingssolipsisme waarin iedereen alles en dus ook elkaar en zichzelf gebruikt en misbruikt naar zijn 'eigen zin' en niemand nog wezenlijk op de ander betrokken is. De cynische walging over deze levensstijl wordt in de literatuur bijvoorbeeld beschreven door de populaire Franse schrijver Michel Houellebecq en was in de popcultuur al eerder uitgeschreeuwd, zij het minder bewust, door iemand als Kurt Cobain van de grungeband Nirvana, die onder de jeugd een grote populariteit genoot. Onder de kunstenaars vallen nog veel andere namen te noemen, die een verscheurd of cynisch levensgevoel tot uitdrukking brengen dat bij menigeen weerklank vindt. In de filosofie was het ruim een eeuw geleden Nietzsche die eenzaam de pijn heeft gevoeld na 'de dood van God'.”
Ad Verbrugge, Tijd van onbehagen: filosofische essays over een cultuur op drift

Ad Verbrugge
“Wellicht zelfs dient de Europese islam een reformatie te ondergaan, waarin hij de innerlijkheid en waarde van het vrije individu tot een diepe waarheid van zijn geloof maakt. Omgekeerd is het echter ook van belang om bij onszelf te rade te gaan en te onderkennen dat er wellicht een kern van waarheid zit in de aantijging vanuit islamistische hoek, dat toch ook onze moderne samenleving haar kwaad heeft als haar eigen schaduw, namelijk daar waar zij overal de vrije markt en de commercie laat begaan en in het prediken van het vrije individu van geen kwaad wil weten. Alleen immers wanneer een politieke gemeenschap zich daadwerkelijk richt op de juiste vorming van haar burgers, mag zij zich ook werkelijk beschaafd noemen. Daarmee zouden we dan wederom een oude wijsheid eren, namelijk dat je grootste vijand niet van buiten komt, maar van binnen.”
Ad Verbrugge, Tijd van onbehagen: filosofische essays over een cultuur op drift

Ad Verbrugge
“Dit vrije, belevingsgerichte individu is onbedoeld mede voortgebracht door de existentialiste, die de ontgoocheling over de traditie al in zich droegen en zodoende radicaal op zichzelf werden teruggeworpen. Men kan deze beweging slechts begrijpen als een cultureel fenomeen. Dat de angst, de verveling en de walging grondervaringen van het bestaan worden, moet men met een gedistantieerde blik waarnemen om de symbolische betekenis ervan voor onze cultuur te zien. Hier wordt niet de toestand van de tijdloze mens beschreven; hier uit zich een bepaald ethos, een mens in een bepaalde cultuurfase. Deze stemmingen indiceren een gebroken vertrouwen, een vervreemding van de eigen cultuur, een verlatenheid in het niets van de mogelijkheid. De eigen cultuur geeft geen vertrouwen. Dit is een ervaring die zich reeds bij Nietzsche, maar nog eerder bij Kierkegaard en zelfs ten tijde van de Romantiek openbaarde.”
Ad Verbrugge, Tijd van onbehagen: filosofische essays over een cultuur op drift